Iedereen weet het beter

Wouter Bos won de toets in het Jeugdjournaal.

Maar hij kreeg kritiek van partijgenoten: neem afstand van het CDA.

Foto Roel Rozenburg DENHAAG:10APRIL2003 Formatie. Wouter Bos na de breuk met het CDA in de formatie. FOTO ROEL ROZENBURG Wouter Bos Rozenburg, Roel

Niet alles ging mis in de PvdA-verkiezingscampagne de afgelopen dagen. Lijsttrekker Wouter Bos haalde zaterdag een zes voor de toets van het Jeugdjournaal, met vragen die door kinderen waren bedacht. „Wie is de beste vriend van Patrick de Zeester? En: „Dubbele punt, streepje, haakje. Wat betekent dat?” De andere lijsttrekkers die meededen – Jan Peter Balkenende (CDA), Jan Marijnissen (SP) en Mark Rutte (VVD) – haalden onvoldoendes. Bos legde, toen hij de uitslag hoorde, zijn hoofd op de tafel vóór hem. Van opluchting.

Verder is deze dagen weinig goed nieuws te melden over de PvdA. Het was de bedoeling dat er gedisciplineerd campagne gevoerd zou worden. Dat wilde de partijtop per se. Bij de presentatie van de kandidatenlijst van de PvdA voor de Tweede Kamer, vorige maand in Den Bosch, kregen de kandidaat-Kamerleden daar in een besloten bijeenkomst nog instructies over. „Discipline”, zei het aanstaande Kamerlid Paul Kalma, directeur van het wetenschappelijk bureau van de PvdA daarna. „Ik vroeg nog: ‘Hoe spel je dat?’”

En waar ís de discipline? In de peilingen gaat het niet goed met de PvdA en opeens bemoeit iedereen zich met de campagne van Wouter Bos – zelfs VVD-leider Mark Rutte, die Bos dit weekend in het televisieprogramma Buitenhof opriep zich niets aan te trekken van de kritiek die hij kreeg: „Wouter, je bent een behoorlijke vent. Hou koers.” Aanleiding voor zijn advies was het optreden, ook in Buitenhof, van oud-PvdA-minister Margreeth de Boer en het vroegere Eerste-Kamerlid Joop van den Berg. De Boer vond dat haar partij zich had laten verrassen door de agressieve opstelling van het CDA in de verkiezingscampagne. Bos had „een geweldige tik op de neus” gekregen. De PvdA, zei ze, zou nu moeten kiezen voor een linkse coalitie. Bij het CDA had haar partij „niets, maar dan ook niets” te zoeken.

Van den Berg vond dat de PvdA te weinig had geïnvesteerd in linkse samenwerking. Daardoor waren ze bij het CDA gaan denken, zei hij, dat de PvdA afhankelijk van hen was. Maar het zou bij kiezers ook weer onbetrouwbaar overkomen als er nu opeens wél helemaal voor een linkse coalitie werd gekozen.

Bij de PvdA ging het de afgelopen dagen vooral mis met de mogelijke coalities die Bos noemde. In een filmpje op de website van de partij, gemaakt door Nieuwe Revu-journalist Leon Verdonschot, zei Bos dat hij na de verkiezingen van 22 november zou kiezen voor een coalitie met de VVD en GroenLinks. Hij moest kiezen uit drie opties. Deze coalitie zou „verfrissend” zijn, aldus Bos.

Nee, zei een woordvoerder van Bos eind vorige week door de telefoon. Dat was een grapje. Dat had iedereen kunnen weten – samenwerking met de VVD was natuurlijk „onwaarschijnlijk”. Op een verkiezingsfestival in Utrecht zei Bos daarna dat hij juist liever niet met de VVD in één regering wilde zitten. ‘Bos wil niet met de VVD regeren’, kopte de Volkskrantde volgende dag. Dat klopte ook al niet, zei een woordvoerder op vrijdagochtend. „Wij sluiten niets uit.”

In De Telegraaf ging Bos afgelopen zaterdag gewoon door met het noemen van coalitie-ideeën. Misschien, zei hij, moest er eens worden nagedacht over een regering van PvdA, CDA en SP. In het interview was er nog iets wat opviel. Bos zei dat het CDA en de VVD al drie of vier jaar bezig waren hem „kapot te maken”. Bos probeerde zich daar niks van aan te trekken. „Het CDA kiest voor de aanval als de partij zelf iets te verbergen heeft. Dan zeggen ze dat ik een draaikont ben. Heel doorzichtig.”

Hoe kwetsbaar kun je jezelf maken? Op een bijeenkomst in Gilze Rijen zei Balkenende zaterdag dat hij nauwelijks anders kon doen dan kiezers erop wijzen dat Bos aan het draaien was. Die had in drie dagen drie verschillende mogelijke coalities genoemd. En het ging, zei Balkenende, in de politiek om „consistentie”.

Minister Rita Verdonk, nummer twee op de kandidatenlijst van de VVD voor de Tweede Kamer, zei bij de NOS dat de kiezers nu een „huilende Wouter” meemaakten, die al wist dat hij verloren had. Piet Hein Donner, oud-minister van Justitie en kandidaat-Kamerlid voor het CDA, zei in een radioprogramma dat hij het interview met verbazing had gelezen. Hoe zou Bos premier kunnen worden als hij nu al vond dat hij kapotgemaakt werd?

Zelfs de zorgvuldig gedownplayde kwestie van de Armeense genocide stak weer de kop op. Niet omdat iemand er nog over begon, maar omdat Bos zelf een persconferentie gaf voor Turkse journalisten. Iets nieuws zei Bos daar niet, de PvdA houdt vast aan het veel bekritiseerde partijstandpunt dat de massaslachting in 1915 niet zomaar ‘genocide’ genoemd mag worden. Maar de politieke schade was groot. Het gaf het CDA, bij monde van tweede man Maxime Verhagen, de kans het „moreel leiderschap” van Bos te betwijfelen – een politiek zeer zwaar verwijt.

Het leidt de aandacht af van het deel in de PvdA-campagne dat wél doordacht is: pak de stemmenwinst van de SP door een stevig links geluid te laten horen. De partij van Marijnissen (nu acht zetels in de Kamer) staat in de peilingen op meer dan twintig zetels en dreigt zelfs de VVD in te halen. In de peilingen wordt het verschil tussen CDA en PvdA steeds groter. De christen-democraten lijken met hun campagne, die juist gaat over ‘rust en vertrouwen’, op deze manier niet veel te vrezen te hebben van hun grootste concurrent.

In zijn meest recente optredens heeft Bos het nu steeds vaker over de dreigende tweedeling in Nederland: het kabinet zorgt goed voor de mensen die het al goed hebben, ten koste van mensen met een uitkering of een inkomen beneden modaal. Voor hen zijn er de voedselbanken – en vooral dankzij dat thema haalde Bos bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart een enorme verkiezingsoverwinning.

In De Telegraaf van zaterdag waarschuwde Bos zelfs voor ‘Franse toestanden’ als er opnieuw een kabinet-Balkenende zou komen. In campagnetermen heet het dat Bos de ‘kiezers op drift’ moet zien aan te spreken. Een grote groep kiezers weet al jaren niet op welke partij ze moet stemmen. Dat zijn, blijkt uit analyses van verschillende partijen, licht-conservatieve, beneden modaal verdienende autochtonen. In 2002 stemden ze op de LPF, daarna kozen ze massaal voor de PvdA. Soms stemmen ze niet.

Nu lijken veel kiezers het CDA trouw te blijven of ze neigen ertoe op de SP te stemmen. Dat is minder gek dan het lijkt. Het zijn allebei partijen die in hun campagnes een gevoel van cultureel en economisch conservatisme uitstralen. Bij de SP vertaalt zich dat vooral in behoud van verworven rechten voor werkende mensen.

Het CDA heeft ook een conservatieve boodschap. Het belooft politieke rust en meer aandacht voor onderling respect. Gisteren, in Limburg, praatten CDA-prominenten de hele middag over het gezin, echtscheidingen, seks en geweld op televisie. Het gaat goed met Nederland, zei Balkenende, zoals zo vaak. En wie komt er dan met wilde plannen, bijvoorbeeld over de hypotheekrenteaftrek?

Onrust in de PvdA-campagne komt het CDA goed uit. Dan is een slecht cijfer in het Jeugdjournaal minder belangrijk.