Hiphop uitleggen in Afrika

Def P, rapper en zanger van de Amsterdamse band Osdorp Posse, ging op tournee door Zuid-Afrika.

„Vooraf wist ik nauwelijks wat me te wachten stond.”

Def P en Soli Philander in Poetry Africa, in Winternachten Overzee in Zuid-Afrika. Foto Ton van de Langkruis

Ik ben er altijd van uit gegaan dat een Nederlandstalige rapper niet veel verder dan Brussel kan komen. Maar dankzij het feit dat rap en poëzie steeds meer aan elkaar worden gekoppeld, en rap tegenwoordig vaak wordt ingezet als vorm van culturele ontwikkelingshulp, kon ik dankzij de organisatie van poëziefestival Winternachten in oktober op tournee door Zuid-Afrika. Vooraf wist ik nauwelijks wat me te wachten stond, behalve dat ik taalgerelateerde workshops en optredens zou geven, samen met een internationaal gezelschap van dichters uit Suriname, Curaçao, Indonesië en Nederland.

De eerste workshop had plaats in de Belhar Symphony Hoërskool. Geen rijke school: ik zag er geen enkele blanke leerling. Vreemd om daar als blanke Europeaan voor een klas vol zwarte kinderen te staan, om hun uit te leggen wat hiphop – toch een zwarte muziekstroming – nu eigenlijk is. Maar het veel kinderen bleken er toch geen flauw benul van te hebben. Na mijn theoretische inleiding oefenden we wat in de praktijk. Ik leerde de kinderen human beatbox- en raptrucjes. „The only thing you need is your voice and your mind” legde ik uit. „That’s the beauty of hiphop!”

Na de les werd ik meteen omsingeld door de oudere jongens op het schoolplein. Ze kwamen steeds dichter om me heen staan en vroegen of ik wilde rappen. Dat deed ik, in het Nederlands, en ze gingen helemaal uit hun dak. De grootste jongen begon te beatboxen met een plastic Colafles, wat een gek galmeffect gaf. Zo leerde ik zelf ook nog een truc! Een kleine jongen met een wollen rastamuts ging rappen en het klonk best goed. De kring om mij heen werd steeds enthousiaster, maar de volgende school wachtte. Ik moest me bijna letterlijk losrukken van het joelende gezelschap. Bizar detail: toen een paar jongens mijn tattoos zagen, vroegen ze meteen in wat voor gang ik zat. Later hoorde ik dat het steeds vaker voorkomt dat kinderen op school pistolen bij zich dragen.

De tweede workshop, diezelfde middag, gaf ik samen met lokale hiphopdichters van de Universiteit van West Kaap. De oudere leerlingen in mijn klasje wisten dit keer wel wat hiphop was. Ze kwamen uit verschillende delen van Afrika en er zat zelfs een blanke Nederlander tussen. Vrijwel allemaal schreven ze poëzie en durfden ook voor te dragen. Veelvoorkomende thema’s in hun werk waren zelfrespect en iets van je leven maken. Twee waren ‘battlerapper’ en gaven aldus een aardig staaltje bragging and boasting ten gehore. Bij deze les gingen we serieuzer in op het schrijven van raps dan bij de workshop ’s ochtends. Daardoor was het iets formeler, maar ook deze kinderen waren superenthousiast. Toen ik na de les met wat leerlingen stond na te praten, zag ik her en der gebruikte condooms liggen. Dit bleek heel normaal: op Afrikaanse universiteiten liggen ze in pakjes van tien gratis op de toiletten.

In Durban gaf ik samen met ‘female mc’ Lexikon een workshop op de Kwesethu Secundary School: een minder bedeeld schooltje met alleen zwarte scholieren en leerkrachten. We vertelden beurtelings over onze positieve ervaringen met hiphop. De klas bestond vooral uit meisjes, die nog nooit van hiphop gehoord hadden. Lexikon kon gelukkig wat over de rol van de vrouw binnen de hiphop vertellen.

Heel bijzonder was tenslotte de workshop in de P.R. Pather Secondaryschool, in een Indiase township. Dat zou eigenlijk een ‘voormalig Indiase’ township moeten zijn: sinds de afschaffing van de apartheid zijn alle scholen in principe openbaar. Maar daarvan was hier, getuige de vele Indiase koppies, weinig te merken. Ook bij hen sloeg het basisprincipe van de hiphop: van iets niets maken, erg aan. Het was dankbaar om hun dat te leren: hun enthousiasme was hartverwarmend. Opvallend was dat ook hun zelfgeschreven gedichten overwegend positief waren en gingen over hoop en een mooie toekomst. De Indiase leerkrachten stuurden me erna nog een brief: dat ze mijn les zo nuttig en inspirerend hadden gevonden.

Zo kon ik na afloop terug kijken op een drukke, afwisselende, mooie, boeiende, maar vooral leerzame werktrip door Zuid Afrika. Mijn eerste, maar hopelijk niet de laatste.