Gelouterd door degradatie

Al na een jaar keerde Kam-pong afgelopen voorjaar terug in de hockeyhoofdklasse.

Met een jonge en gerijpte ploeg, die drie tienertalenten herbergt.

Uitermate jolig klonk de speaker van dienst gistermiddag aan de Laan van Maarschalkerweerd in Utrecht. „Een groot talent”, zo schamperde een van de toeschouwers, nadat de spreekstalmeester de zoveelste studentikoze oneliner door de luidsprekers had mogen tetteren.

Maar waarom ook niet? Galgenhumor voerde de laatste jaren de boventoon bij Kampong, de trotse maar aan lager wal geraakte hockeyclub uit de Domstad. Nederlaag op nederlaag stapelde de zesvoudig landskampioen, waarna anderhalf jaar geleden de onvermijdelijke gang naar de overgangsklasse moest worden gemaakt. Degradatie was, daar waren vriend en vijand het over eens, de tol die de club moest betalen voor de eigen hooghartigheid. Eerst tegen de wil van de spelers een coach (Siegfried Aikman) ontslaan, vervolgens dwars tegen de trend in krampachtig vasthouden aan de amateurstatus (geen spelersbetalingen), waardoor het ene na het andere talent de benen nam bij gebrek ook aan sportief perspectief.

Maar die naargeestige periode heeft Kampong afgesloten. Binnen een jaar keerde de club terug in de hoofdklasse. Gelouterd, zoals gisteren Eindhoven ondervond. Met maar liefst 7-1 walste de thuisclub heen over het incapabele ploegje dat zich langzaam maar zeker ontpopt tot de schietschijf van de hoofdklasse. „We zitten nog niet aan ons plafond”, sprak routinier Olaf Bakker naderhand met een stalen gezicht.

Het jaar in de weinig inspirerende overgangsklasse heeft een therapeutische uitwerking gehad, beseft Bakker. In alle rust kon de ploeg de frustraties van zich afspelen en – belangrijker – het eigen talent uit de veelgeprezen jeugdopleiding inpassen. Aan de hand van ervaren krachten als Bakker (28) die Kampong wél trouw bleef. „Natuurlijk heb ik mezelf ook wel eens afgevraagd: wat doe ik hier nog? Maar weggaan zou te makkelijk zijn geweest. Bovendien: ik studeer in Utrecht, dus het was ook praktisch om hier te blijven.”

Gezelschap heeft de de student geneeskunde inmiddels gekregen van drie al even uitgekookte hockeyers, die zorgen voor de broodnodige balans in het elftal: Paul van Esseveldt (30), Joost van den Berg (27) en Dean Couzins (25). Bakker: „Zonder ervaring ben je nergens in de hoofdklasse, dat weet iedereen. Dat heeft de club deze zomer ook ingezien.”

Ook langs de lijn overheerst de realiteitszin. Stelden clubboegbeelden Paul Litjes en Tom van ’t Hek nog niet zo lang geleden dat spelersbetalingen bij ‘hun’ Kampong uit den boze waren, hun opvolgers in de commissie tophockey beseffen dat er anno 2006 geen ruimte (meer) is voor romantiek. „Die mannen van nu zijn heel goed bezig”, meent Bakker.

Dat geldt ook voor de drie jeugdinternationals van Kampong: Quirijn Caspers (19), Constantijn Jonker (19) en Klaas Vermeulen (18). „Er zit weer muziek in deze ploeg”, weet ook trainer-coach Reinoud Wolff. Valse tonen heeft zijn selectie vooralsnog niet hoeven te spelen. „Zolang wij uit die degradatiezone blijven, kunnen we groeien en daadwerkelijk bouwen. Met hoge ballen en defensief spel sprokkel je wel wat puntjes bijeen, maar je wint geen harten. We moeten onszelf de rust en de ruimte verschaffen een eigen spelletje te ontwikkelen, waarmee we op termijn de strijd met de topclubs weer aankunnen.”

Sinds gisteren vindt Kampong zichzelf, voor het eerst in lange tijd, terug in ‘het linkerrijtje op Teletekst’. Vrijdag wacht de immer beladen derby met SCHC uit Bilthoven, twee dagen later gevolgd door het treffen met laagvlieger Pinoké. „Onze start was loodzwaar, met tegenstanders als KZ, Oranje Zwart en Amsterdam, maar we zijn niet afgemaakt. Verre van dat zelfs. Dat geeft vertrouwen, en dat zie je terug.’’