‘Er zijn er die menen dat ik het beter zou doen’

Als minister maakte Rita Verdonk glashelder wat zij verwacht van migranten. Als nummer twee bij de VVD doet ze dat nog feller. „Iedereen die hier wil wonen, heeft plichten.”

Rita Verdonk dit weekend op campagne in Bar Arc in Amsterdam. Foto Roel Rozenburg Amsterdam:13.11.6 Rita Verdonk op campagne in bar Arc om in gesprek te komen met de homokiezers. © foto's/Roel Rozenburg verkiezingen verkiezingscampagne Rozenburg, Roel

Minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) haalde afgelopen week bijna dagelijks het nieuws. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde dat een islamitische docente van een Utrechtse vmbo-school niet verplicht kon worden mannen de hand te schudden als ze dat om religieuze redenen niet wilde doen. Die commissie kon beter opgeheven worden, zei Verdonk. „Hier in Nederland geven we elkaar een hand, een docente hoort het goede voorbeeld te geven.”

De boerka, kleding die sommige Islamitische vrouwen dragen waarbij ze ook het gezicht bedekken, wil ze bij wet verbieden.

En Wouter Bos zegt dat hij haar niet als minister wil in een volgend kabinet? Bos is gewoon bang voor haar!

Bent u opeens naar voren geschoven omdat lijsttrekker Mark Rutte te weinig zichtbaar was?

„Hij doet het op zijn manier, ik op mijn manier. Ik heb alle ruimte om eigen punten te maken.”

De VVD zakt in de peilingen, doet Rutte het wel goed genoeg?

„De verkiezingsstrijd is een titanenstrijd tussen de PvdA en het CDA. Daar gaat alle aandacht naar toe. Wij zullen blijven uitleggen waar we voor staan en wat we hebben bereikt. Mensen hebben het idee gekregen dat ze voor bepaalde zaken niet meer bij ons terecht kunnen, maar op klein rechts moeten stemmen. Maar een stem op klein rechts betekent Wouter Bos in het torentje.”

Wat voor zaken zijn dat?

„Dat iedereen die in Nederland wil wonen naast rechten ook plichten heeft.”

Dat is wel duidelijk geworden met u als minister.

„Ja, maar de gedoogcultuur van de afgelopen twintig jaar is zo diep ingesleten, dat ik het moet blijven zeggen.” Medelijdend: ‘Ach, wilt u geen Nederlands leren, nou dan hoeft dat niet hoor.’ Daar wilde ik mee afrekenen.”

Stel dat de VVD verliest op 22 november, heeft dat consequenties voor Rutte?

„Twintig zetels in de peilingen was een absoluut dieptepunt, nu gaan we weer stijgen. We gaan gewoon winnen. Klaar.”

Had u het als lijsttrekker beter gedaan?

„De lijsttrekkersstrijd met Rutte heb ik al gevoerd.” [Vervolg VERDONK: pagina 2]

VERDONK

‘Het is net opvoeden: streng uit zorg’

[Vervolg van pagina 1] Uit een peiling van Maurice de Hond blijkt dat de VVD met u als lijstrekker drie zetels hoger zou staan in de peilingen.

„Er zijn blijkbaar mensen die menen dat ik het beter zou doen.”

De nieuwe slogan van de VVD is: het echte karwei begint nu pas. Wat moet er op het gebied van integratie nog gebeuren, volgens u?

„Achterstandswijken moeten aangepakt worden, zodat verschillende bevolkingsgroepen mengen. Iedereen moet Nederlands leren, zodat we elkaar kunnen verstaan. Dat is de basis voor respect. Ik wil geen wijken waar mensen wonen die geen Nederlands spreken, waar niemand ’s morgens naar zijn werk gaat. Dat is geen goed voorbeeld voor kinderen.”

U was verantwoordelijk de afgelopen drieënhalf jaar.

„Ja, maar ik kan de twintig, dertig jaar waarin het normaal was dat je als nieuweling geen Nederlands leerde, en waarin je als buitenlanders bij elkaar mocht klitten en niet hoefde te integreren, niet goed maken in drieënhalf jaar.”

Verdonk probeerde de afgelopen jaren een ambitieus inburgeringswet in te voeren, waarbij niet alleen nieuwe migranten direct na aankomst Nederlands moeten leren, (zakken voor de eindtoets betekent een boete) maar ook de 250.000 Nederlanders die hier vaak al jaren wonen maar de taal nog steeds onvoldoende spreken. Het bleek juridisch niet mogelijk om groepen migranten met een Nederlands paspoort, anders te behandelen dan Nederlanders bij geboorte.

Dat had toch een van uw wapenfeiten moeten worden?

„Tussen droom en daad, staan wetten en praktische bezwaren.” Ze lacht luid. „Ik had graag ook genaturaliseerde Nederlanders verplicht Nederlands laten leren. Veel van die vrouwen gaan nu zelf naar de cursus omdat ze het zat zijn altijd een dochter mee te nemen naar de dokter. Omdat ze hun kleinkinderen die geen Turks of Berber spreken niet meer kunnen verstaan. We beginnen nu met 250.000 nieuwkomers. Dat is een mooie groep. En intussen kijk ik of er manieren zijn om ook de hier al wonende Nederlanders te verplichten.”

In haar kamer op het ministerie in Den Haag bladert Verdonk door een stapel papieren. Het zijn de laatste cijfers van de politie Haaglanden over de gevallen van eerwraak. In 2006 noteerde de politie in de regio 252 gevallen van ‘eergerelateerd’ geweld. „Schrikbarend veel”, vindt ze. Ze bladert weer door het pakketje papier. Zodadelijk moet ze een handleiding in ontvangst nemen voor hulpverleners die te maken hebben met eerwraak. En ze moet de initiatiefnemers van het inspraakorgaan Turken in Nederland en de pers toespreken.

Ze zal zeggen dat eerwraak „absoluut onacceptabel” is in een vrij land als Nederland en dat het voortkomt uit een „verknipt en aangeleerd gevoel van trots”. Want die cijfers van de politie Haaglanden, zal ze zeggen – in grijs mantelpak op zwarte pumps – zijn maar het tópje van de ijsberg. Eerwraak is een onderschat probleem. „Als mensen structureel worden belemmerd in hun vrijheid, dan is iets mis in de samenleving.”

Wat zou u daar aan doen als u minister zou blijven?

„In elk geval ga ik níet pleiten voor een goed gesprek tussen ouders en het bedreigde meisje. Dat eindigt vaak alsnog in een hoop ellende. Natuurlijk moeten de bedreigde meisjes worden opgevangen, daarvoor hebben we verschillende opvanghuizen in Nederland. Ik wil dat vooral de dáders worden aangepakt.”

Hoe?

„Daders die geen Nederlandse nationaliteit hebben, moeten het land uit. Daarnaast wil ik dat er zwaarder gestraft wordt als eerwraak een rol speelde in het delict. En vaders die hun minderjarige zonen aanzetten tot eerwraak, omdat die vanwege hun leeftijd minder zwaar gestraft worden, moeten zelf ook aangepakt worden. Keihard.”

In de drieënhalf jaar dat u minister was, voerde u veelbesproken beleid. Waar bent u het meest trots op?

„We hebben de immigratie onder controle en dát móet zó blíjven. Toen ik begon, kwamen er ongeveer 40.000 mensen per jaar naar Nederland vanwege gezinshereniging. Of als als bruid voor een Marokkaanse of Turkse jongen. Bepaalde achterstandswijken groeiden wekelijks met honderden nieuwe bewoners. Honderden mensen die niet voorbereid waren op de Nederlandse samenleving. En die mensen kregen kinderen. Wéér een generatie die opgroeit in twee werelden. Het aantal gezinsherenigers en gezinsvormers is de afgelopen twee jaar met 65 procent gedaald. De regels zijn strenger; mensen moeten in het buitenland al een inburgeringsexamen afleggen, beide partners moeten 21 jaar oud zijn en het gezinsinkomen 120 procent van het minimumloon. Nu komen er nog maar vijftig mensen per week. Een stuk beter te behappen. We moeten daar alert op blijven.”

Ook het aantal asielaanvragen nam af, bent u daar trots op?

„Zeker. Echte vluchtelingen, die gevaar lopen in eigen land, zijn welkom. Dat zijn maar tien tot twintig procent van de asielverzoeken. De meeste asielzoekers komen omdat dit een rijk land is. Om hen tegen te houden, moet je laten weten dat je in Nederland recht hebt op een zorgvuldige asielprocedure. Maar als je weg moet, moet je weg. En niet: Als je weg moet, mag je toch blijven.”

De afname komt door uw duidelijkheid?

„Zeker. In 2001 waren er nog 85.000 asielzoekers in de opvang, dat zijn er nu geen 25.000 meer. Achter de meeste asielzoekers gaan mensensmokkelaars schuil die van te voren inschatten waar de meeste kans op een verblijfsvergunning is. Als je duidelijk bent, ook over terugkeer, proberen ze het liever elders.”

Tot in het buitenland staat u bekend als IJzeren Rita, de strenge minister voor Vreemdelingenbeleid. Geeft u dat voldoening?

„Wel als het beeld is dat ik een heldere lijn uitzet en die ook uitvoer. Suggesties richting vreemdelingenhaat en xenofobie zijn er ook. Die zijn te gek voor woorden. Ik wil de immigratie beperken door ervoor te zorgen dat mensen die in Nederland wonen meer kansen krijgen. En ik ken veel allochtonen die het daar roerend mee eens zijn. Die zeggen, ‘Rita, ga zo door.’”

De roep om een generaal pardon voor de groep van 26.000 asielzoekers die vóór 2001 binnenkwamen, wordt luider.

„Het is een lege huls. Echt.” Ze zucht. „Ik wil de cijfers nog wel even noemen. 9.500 hebben een verblijfsvergunning gekregen, 4.500 mensen zijn terug naar het land van herkomst. 7.650 mensen zijn met onbekende bestemming vertrokken...”

De illegaliteit in.

„Hoe kom je daarbij? Misschien zijn ze wel naar Amerika. Of toch terug naar hun eigen land, maar hebben ze dat niet aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst laten weten. Ik heb net een onderzoek binnen van gerenommeerde hoogleraren dat het aantal illegalen in Nederland afneemt van maximaal 225.000 in de jaren tot 2003 tot maximaal 185.000 nu.”

Toch nog enorme aantallen.

„Ja, voor veel mensen lijkt Nederland nu eenmaal luilekkerland.”

Neem de moeder van Hui, het jongetje van acht dat hier is geboren en naar school gaat. Zijn moeder moet nu terug naar China en hij moet mee. Vindt u dat wenselijk?

„Ja. Als een kind een reden is voor een verblijfsvergunning, weet je wat je dan krijgt? Dan krijg je vliegtuigen vol zwangere vrouwen richting Nederland. Die krijgen hier hun kind en dan komt de rest van de familie. Een kind is geen ticket tot verblijf. Vorige week sprak ik met kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers, een meisje zat in de derde klas van het vwo. ‘Ik mag toch wel blijven?’, vroeg ze. Ik zei: ‘Als ik jou laat blijven, wat doe ik dan met je broertjes en zusjes? Als ik die ook laat blijven, denkt iedereen: ‘Als je in Nederland je kinderen op school doet, mag je er blijven.’”

Onder de nieuwe vreemdelingenwet kan dat ook niet meer, maar de mensen die hier al jaren wonen, kinderen hebben, geworteld zijn...

„Dat valt niet uit te leggen. Als een Chinees gezin die hier al tien jaar is opeens een verblijfsvergunning krijgt, dan denkt de familie in China niet: ‘Oh, die vielen nog onder de oude wet.’ Die denken, ‘We gaan onze spulletjes pakken’.”

Een behoorlijk aantal uitgeprocedeerde asielzoekers zegt wel terug te willen, maar niet terug te kunnen. Landen als China en Syrië verstrekken geen inreispapieren.

„Als je de juiste gegevens meldt, dan kan bijna iedereen terug. Vaak blijkt dat mensen niet eerlijk zijn over hun identiteit en woonplaats. Dat ga ik niet honoreren met een verblijfsvergunning. Mensen die écht niet terugkunnen en dat objectief kunnen aantonen,krijgen een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldcriterium.”

Tot nu toe 70 van de 26.000. Niet erg veel.

„De meesten kunnen wel terug, maar willen niet. Asielzoekers worden altijd neergezet als zielige mensen. Verreweg de meesten zijn dat niet. Ze hebben een bewuste keuze gemaakt, hebben geld gespaard en betaald om hierheen te komen. En dan moeten ze terug. Maar als ze een verschrikkelijk verhaal vertellen, dan zijn er altijd heel hulpvaardige mensen of organisaties die dan zeggen: ‘Ja, jeetje, dan kan je echt niet terug.’ Maar de IND toetst dat heel nauwkeurig. En als ze terug moeten, heeft niemand er wat aan als burgers, soms zijn het zelfs gemeenteraadsleden of zo, die mensen steeds weer valse hoop geven.”

Vindt u het begrijpelijk dat mensen proberen elders een beter leven te krijgen?

„Ik heb nooit gezegd dat ik er geen begrip voor heb.”

Wat zou u doen als u in armoede zou leven.

„Als-dan vragen beantwoord ik niet. Ik leef hier in Nederland, ik ben hier gelukkig. Ik ga niet emigreren.”

Kunt u zich het voorstellen?

„Natuurlijk, daarom moeten we ook streng zijn. Ik heb afgelopen drieënhalf jaar een restrictief toelatingsbeleid gevoerd. En ik zal er alles aan doen om te zorgen dat dat de volgende kabinetsperiode ook zo zal zijn. Als de VVD in de regering zit, komt er geen generaal pardon.”

Waarom wil u eigenlijk naar Onderwijs of Gezondheidszorg als u in een volgend kabinet weer minister zou worden? U bent trots en er is nog veel te doen.

„Ik vind dat Vreemdelingenbeleid naar een Ministerie van Veiligheid zou moeten gaan, en Integratie naar Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Integratie heeft alles te maken met werk. Werken is meedoen. Vreemdelingenbeleid heeft alles te maken met veiligheid, omdat het gaat over toelating en terugkeer, over wie er in Nederland is.”

Heeft u behalve de immigratie beperkt, ook de integratie bevorderd?

„Ik ben nu drie jaar bezig met het handhaven van wetten en dat neemt niet iedereen me in dank af. Ik doe het omdat ik geloof in kansen, in mogelijkheden. Het is net als in de opvoeding, soms moet je streng zijn, maar je doet het uit zorg.

Verdonk moet naar haar volgende afspaak. Ze krijgt het boekje over de eerwraak. Ahmet Azdural, de directeur van het Inspraakorgaan Turken in Nederland, spreekt haar toe. Verdonk zit naast de schrijfster van de handleiding, de hooggehakte pumps doet ze even uit. Azdural - met een zwaar Turks accent, maar in keurig Nederlands - veroordeelt eerwraak. Binnenkort, zegt Azdural, wordt er in alle 300 moskeeën in Nederland op dezelfde middag, door de imam gepreekt tegen eerwraak. Verdonk knikt goedkeurend.