Een veilige plek temidden van oorlog

Peer Wittenbols schreef voor Toneelgroep Oostpool een stuk over geneeskunde in de Eerste Wereldoorlog.

„De oorlog zit in ieders hoofd.”

Oorlog, 1917. Een provinciaal hospitaal ergens achter de Franse frontlinie. Een gelovige zuster die waakt over de geestesrust van de patiënten. Een plichtsgetrouwe dokter, wiens doel het is gewonde lichamen zó op te lappen dat ze weer kunnen worden ingezet in de strijd. Drie patiënten: een man met een granaatscherf in zijn hersens, die alleen nog maar klanken en halve woorden uitstoot, een vrouw die over haar hele lichaam is verbrand. De derde een slachtoffer van gasvergiftiging, langzaam stikkend in zijn eigen longvocht.

Voor Toneelgroep Oostpool is dit jaar het jaar van het ‘strijdtoneel’. Vijf of zes voorstellingen maakt het gezelschap, allemaal over een ander aspect van oorlog. In Niemandsverdriet staat genezing centraal. Schrijver Peer Wittenbols situeerde het stuk in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Wittenbols: „Het onderwerp genezing kwam eerst. Toen zijn regisseur Rob Ligthert, dramaturg Rob Klinkenberg en ik gaan lezen: medische verslagen, boeken, onderzoeken. Dan kom je algauw bij de Eerste Wereldoorlog uit”.

In die oorlog werden voor het eerst op grote schaal massavernietigingswapens als granaten, tanks, vlammenwerpers, gifgas en het mitrailleur ingezet. Wittenbols: „Bescherming ertegen bestond nauwelijks. De medische wetenschap stond machteloos: het gif was er al, maar het tegengif moest nog worden uitgevonden.”

De huisschrijver van Oostpool las ter voorbereiding onder meer Zacht en Eervol van medisch historicus Leo van Bergen, over de ontwikkeling van de medische wetenschap in de Eerste Wereldoorlog. Het beschrijft fysieke en psychische aandoeningen van soldaten in die tijd, en hoe de geneeskunde daarmee omging. De auteur legt de vinger pijnlijk op de grote paradoxen van geneeskunst in oorlogstijd: het enige doel van het genezen van soldaten is om ze weer terug te sturen naar een levensbedreigende omgeving. En: de geneeskunde als professie heeft baat bij de gruwelijkste verwondingen.

Wittenbols’ personage dokter Barbion belichaamt deze paradoxen. Als hij dreigt te worden meegesleept door het leed van een patiënt ‘troost hij zich met de gedachte dat oorlog goed is voor de geneeskunst.’ En wanneer hij weigert het lijden van de man te beëindigen met morfine, verantwoordt hij dat zo: „Ik doe mijn werk: ik hou hem in leven.” Wittenbols: „Door zijn werk heel strikt op te vatten kan hij standhouden. Hij concentreert zich uitsluitend op de maakbaarheid van het menselijk lichaam.”

Barbions strikte toewijding aan zijn taak leidt ertoe dat hij de patiënt met het hersenletsel, Quino, terugstuurt naar het front zodra die weer een beetje kan praten. Wittenbols: „In Verdun zag ik een filmpje van een man die amper op zijn benen kon staan. En op een ander filmpje zag ik een soldaat met shell shock, zwaar getraumatiseerd; apathisch, een wandelende plant.” Op deze filmfragmenten baseerde Wittenbols deels het verhaal van Quino.

Hoewel de oorlog werd gevochten door mannen, en zij in de meeste boeken hierover centraal staan, introduceert Wittenbols in Niemandsverdriet twee vrouwelijke personages. Zuster Renata, die waakt over de kwaliteit van leven van haar patiënten, en de verbrande vrouw, oorlogsweduwe Marcia Moresco. Wittenbols: „Mannen zijn niet de enige slachtoffers in een oorlog. Ik las ergens hoe sommige figuren in oorlogstijd proberen een slaatje te slaan uit het leed van weduwen. Dat vond ik zó lelijk, zó tragisch; dus dat moest erin.”

Het kostte Wittenbols een jaar om zijn stuk te voltooien. Zaterdag was de première, 11 november, de dag van de wapenstilstand in 1918, en de jaarlijkse herdenking. Puur toeval. Wittenbols: „Het heeft zo moeten zijn.”

Hoe heeft hij een keuze kunnen maken uit al die verhalen die een oorlog voortbrengt? „Ik concentreer me op deze personages. Hoe zij laveren tussen leven en dood in die vreemde, geïsoleerde omgeving.”

Net als in de geraadpleegde romans La chambre des officiers van Marc Dugain en Regeneration van Pat Barker, die handelen over hetzelfde thema, is de geïsoleerde omgeving in Niemandsverdriet essentieel. Wittenbols: „Ik koos voor het ziekenhuis als locatie omdat dat een vreemd soort voorgeborchte is. Een veilige plek temidden van oorlog. Dat is zo’n vreemd contrast: de omgeving is comfortabel, maar de oorlog zit in ieders hoofd. Wij hebben dat contrast ook gezocht op onze speellocatie. Het is een rustige plek, warm, aangenaam. En het is er heel erg stil. Maar hoe stiller het is, des te harder verderop de oorlog doorbuldert.”