DJ meer dan praatjes tussen de plaatjes

Minister Zalm heeft het beroep dj opnieuw gedefinieerd.

Een dj moet meer entertainen, om in de fiscale ‘artiestenregeling’ te vallen.

De dancewereld is in rep en roer, nu minister Zalm van Financiën het kunstenaarschap van de dj opnieuw gedefinieerd heeft. Volgens hem verdient deze beroepsgroep de status van artiest, ‘mits ze er een beetje leuk nummer van maken en niet alleen plaatjes opzetten’, zei hij enkele weken geleden tijdens het wetgevingsoverleg over de belastingplannen. Een dj moet, zegt Zalm, dus weer praatjes tussen de plaatjes gaan houden, wil hij in de fiscale ‘artiestenregeling’ vallen.

„Het zou hilarisch zijn als het niet zo vervelend was. Het is pure onwetendheid”, zegt Sjoerd Wynia, die het secretariaat bemant van de Belangenvereniging Dance. „Als het aan hem ligt gaan we terug naar de tijd van de drive-in-disco.” Zijn collega Niels de Geus: „Kun je je voorstellen dat Tiësto op de Olympische Spelen draait, en tussen de plaatjes door zegt: Leuk dat u heeft ingeschakeld, het volgende liedje heet zo-en-zo? Het is absurd dat een dj zich geen artiest mag noemen. We zijn weer terug bij af.”

Waarom is een dj dan wel een artiest? „Omdat hij een artistieke prestatie levert doordat hij in een bepaalde volgorde en op een bepaald tijdstip platen aan elkaar mixt. Dat is iets heel anders dan dat je een verzamel-cd’tje opzet. Dat vinden wij niet alleen, dat vinden ook de vele duizenden liefhebbers die elk weekend op stap gaan. Deze tak van muziek heeft jarenlang gevochten voor erkenning. Dan is het wel een beetje zuur dat de minister zoiets in elk geval in fiscaal opzicht van tafel veegt. We verwachten heus niet dat de minister Michael Mayer of dj Koze kent, maar zo’n generaliserende uitspraak die bovendien niet klopt, is wel heel jammer.”

„Geef een goede dj twintig platen en geef minister Zalm dezelfde stapel, dan zul je echt niet dezelfde set krijgen”, zegt Henk Witteveen, onder andere organisator van de Rotterdamse Fast Forward Dance Parade. „Er wordt vaak gezegd dat iedereen wel een plaatje kan opzetten, en met een goede oog-hand-coördinatie moet dat ook wel lukken. Maar het gaat erom welke artistieke keuzes een dj maakt, en hoe hij contact legt met het publiek. Dat heeft allemaal met entertainment te maken, en daar is die artiestenregeling toch voor bedoeld?”

De succesvolle dj Michel de Hey vermoedt dat radio-dj’s wel onder de door Zalm gehanteerde definitie vallen, „maar daar komt niet zo veel creativiteit bij kijken hoor, hun platen worden doorgaans door anderen uitgezocht. Die kunnen tussendoor rustig de krant lezen. Bij mijn vak speelt creativiteit juist een grote rol. Bovendien zie ik een radio-dj niet zo snel een tournee doen langs drie Japanse steden, waar ik voor duizenden stond te draaien. Ik snap wel dat ze niet elke plaatjesdraaier als artiest willen zien, maar daar moeten toch duidelijker voorwaarden voor te bedenken zijn.” Ironisch genoeg valt De Hey naar eigen zeggen wel in de artiestenregeling, juist vanwege een radioshow die hij in het verleden had.

De dancewereld zit niet echt op de artiestenregeling te wachten, zegt fiscalist Bas Stork, „maar dan weet je wel waar je aan toe bent”. De regeling houdt in dat de opdrachtgever wordt opgezadeld met de afdracht van belasting en sociale premies. „Maar een buitenlandse dj wil toch een netto fee, dus die wordt duurder voor de promotor.” In het verlengde daarvan kan dan wel het ‘culturele’ btw-tarief van 6 procent gehanteerd worden, in plaats van 19 procent. Dat staat los van de artiestenregeling, die specifiek over loonbelasting en premies gaat.

In de praktijk wordt die artiestenregeling vaak wel toegepast, „maar de belastingdienst in Amsterdam of Rotterdam kan er weer heel anders over denken dan die in Eindhoven”. Doorgaans worden er voor btw-doeleinden, anders dan bij bands het geval is, aanvullende voorwaarden aan dj’s gesteld: om voor het lage tarief in aanmerking te komen moeten ze zelf muziek produceren en er moet in de ‘vakpers’ over hen geschreven worden. „Maar hoe ga je dat na voor alle 140 dj’s op een feestje als Mysteryland, en wat doe je met een warm-up-dj die nog geen plaat uit heeft? In de praktijk komt het meestal wel goed, maar het is belachelijk dat men weigert om beleid te maken voor zo’n economisch en maatschappelijk relevant fenomeen. Zalm voelde zich waarschijnlijk heel hip toen hij die uitspraken deed, maar het is potsierlijk. Het is zeer de vraag of hij de materie begrijpt.”

D66 en de SP, ondersteund door het CDA, hebben vragen in de Kamer gesteld over Zalms uitspraken. Tot die beantwoord zijn, kan het ministerie van Financiën niet reageren.