Ajacied

Hoewel ik al een tijdje niet meer bij Ajax was geweest, werd ik gistermiddag hartelijk onthaald met een fors, rood papieren blad achter mijn zitplaats.

Het was de bedoeling dat ik dit blad bij de entree van de gladiatoren met gestrekte armen minutenlang hoog boven mijn hoofd zou houden. Er waren ook witte bladen verspreid, zodat er een zee van rood en wit op de tribunes te zien zou zijn. „Ik steun rood. Ik steun wit. Ik ben Ajacied”, stond er met vette kopletters op het blad.

Daarmee was voor mij een niet gering probleem ontstaan. Want ik ben noch rood, noch wit, noch Ajacied – ik ben voetballiefhebber, da’s alles. Maar bij Ajax geven ze je altijd het gevoel dat dat niet voldoende is: je moet zielsveel van de club houden, anders heb je er weinig te zoeken. Bij de KNVB en het Nederlands elftal hebben ze daar ook een handje van. Tijdens de laatste interland die ik bijwoonde, moest ik een oranje, plastic neus voorbinden.

Wat staat ons nog te wachten in de Arena? Straks bereikt ons het verzoek voortaan in rode of witte onderbroek naar het stadion af te reizen, zodat er een spectaculair schouwspel kan ontstaan als we op het commando van de speaker kort voor de aftrap allemaal tegelijk onze broek laten zakken, uit één keel brullend: „Ik ben Ajacied!”

Dát kan pas leuk worden, temeer omdat er op de F-side altijd wel wat supporters bereid zijn hun onderbroek uit te trekken en naar het hoofd van andere supporters te gooien – iets wat gisteren al gebeurde met die rode en witte bladen.

Er stond opvallend veel tekst op deze bladen, geschreven in het snelle reclametaaltje. Omdat het Ajax-bestuur het ongetwijfeld tot achter de komma heeft gefiatteerd, kregen we meteen een aardig kijkje in de Ajax-ziel. Die heeft moeilijke tijden achter de rug, maar wordt meteen weer overmoedig zodra het beter gaat.

„Ajacied zijn is veel meer dan juichen als Ajax scoort”, schrijft het bestuur. „Het gaat veel dieper. Het is een manier van in het leven staan. Een manier van naar de dingen kijken en een manier van met de dingen omgaan. Een Ajacied houdt van het leven. Maar wel van een leven met allure, van een leven waarin actie is.”

Een Ajacied houdt ook erg van zichzelf, begrijp ik van dit blad. „Een Ajacied is zelfverzekerd. Een beetje brutaal zelfs. Hij weet waar hij voor staat en is daar trots op. Hij probeert anderen ook vaak te overtuigen van zijn gelijk. Soms tegen beter weten in, maar dat neem je hem nauwelijks kwalijk. Want een Ajacied treedt iedereen altijd met respect tegemoet...”

Vijf minuten nadat ik deze woorden had gelezen, joelde het brutaalste deel van het Ajax-publiek naar de gasten uit Eindhoven: „Kankerboeren!”

Het Ajax-bestuur laat ons ook nog weten dat de Ajacied „eerlijk en sportief is”. Een regel verderop wordt overigens toegegeven dat hij „niet tegen zijn verlies kan”. Dat bleek ook gisteren weer een waarheid als een Ajacied. Coach Henk ten Cate vond het winnende doelpunt van PSV maar een waardeloze lucky-goal en beschouwde zijn elftal als „geslaagd voor dit examen”.

Je zult maar Ajacied zijn.