Watermanagement is een speerpunt van de kroonprins, maar niet van Nederland

Het offshoren van banen naar het buitenland gebeurt straks ook voor de nieuwe Deltawerken, ontdekt Maarten Huygen.

Met al die motorfietsen en zelfs een compleet meetschip op het droge voor de deur, een gezellige rommelige drukte binnenin met computerschermen, tekeningen op de grond en een donkerhouten kantine met bar lijkt het kantoor van Deep bv voor hydrografie en geofysica op een grote jongenskamer, al werken er ook wel vrouwen. Uitzicht op een heiig IJ voor de stad Amsterdam. Als hydrograaf kun je varen, meten en reizen waar je maar wilt, of het nu de Perzische Golf is of de Limburgse Maas. Overal moeten de bodem en stromen in kaart worden gebracht.

Toch is er zo weinig belangstelling voor dit typisch Nederlandse specialisme dat er veel vacatures zijn. De ene na de andere hogeschool heeft de opleiding gesloten. Alleen aan de Willem Barentzschool op Terschelling wordt het vak nog gegeven en er studeren slechts zo’n zeven per jaar af. Te weinig voor het kleine Deep bv dat met een volle bezetting veel sneller zou groeien. Te weinig ook voor de wereldwijd opererende baggeraars Van Oord en Boskalis en te weinig voor het internationale meetbedrijf Fugro. Die moeten hun vacatures met buitenlandse gediplomeerden opvullen. Als het zo doorgaat, kunnen ze net zo goed naar het buitenland verhuizen. Op zich is dat niet erg – ze werken vaak in het buitenland – maar volgens het Innovatieplatform is alles wat met water te maken heeft een van de vier ‘sleutelgebieden’ waarin Nederland zich moet onderscheiden. Daar komt niets van met zo weinig aanwas van deskundigen. Door de klimaatverandering hebben waterbouwers alleen maar meer te doen.

Bij Deep bv, dat anders dan de meeste concurrenten 70 procent van het werk in Nederland doet, zie ik kleurige computerreliëfs van metalen objecten op de bodem van het Twentekanaal en een golvende Rotterdamse waterbodem waar een damwand langs moet komen. Een hydrograaf roept dat hij een scout moet regelen in Oman.

De Vereniging voor waterbouwers in Bagger- Kust- en Oeverwerken heeft alarm geslagen over de afkalvende opleidingen in de branche. Er is een tekort aan steenzetters en rijswerkers, scheepswerktuigkundigen en ingenieurs, kortom de mensen die baggeren en de dammen en dijken ontwerpen en bouwen. Omdat de scholen berusten in de afnemende belangstelling en opleidingen afstoten, betalen de baggeraars en hydrografische bedrijven maar mee. Ze financieren het salaris van de nieuwe hoogleraar baggertechnologie. De overheid berust in de desinteresse.

Het was slim van kroonprins Willem- Alexander om de naam ‘watermanagement’ te propageren. Alles wat management heet, verkoopt beter. Maar aan de afdeling watermanagement van de TU Delft studeren jaarlijks slechts 25 mensen af en dat is te weinig. Studenten zijn meer geïnteresseerd in het management dan in het water. Maar de manager kan niet als Mozes de zee met een handgebaar openleggen. Bedrijven hebben specialisten nodig die hoogwaardig werk verrichten, maar het onderwijs is gericht op flexibele generalisten. Dat is het onderwerp waar de verkiezingen over zouden moeten gaan. Door hoogwaardige kennis en deskundigheid kunnen de inkomens van de middenklasse op peil blijven. Dat geldt nu, dat gold in de Gouden Eeuw, toen de Nederlandse watertechnologie leidend was. Maar straks moeten bedrijven de kennisbanen voor de nieuwe Deltawerken gaan offshoren, zoals de Surinamers die aan zee wonen maar zelf niet kunnen vissen. Volgens een rapport van de Erasmus Universiteit is Nederland zelfs internationaal koploper wat betreft het uitbesteden van hoogwaardig werk aan het buitenland.

Gideon Hein, directeur van Deep, ziet hoe zijn vakgebied verschraalt. Toen hij twintig jaar geleden meehielp in Hongkong met het aanleggen van een eiland, was de Nederlandse kennis nog uniek, nu niet meer. „Onze voorsprong wordt minder”, zegt hij. Terwijl met unieke kennis meer valt te verdienen, ook voor managers. Hein, een grote man met middellang haar die in zijn ruige trui nog graag op een schip stapt, kan niet begrijpen waarom de belangstelling zo gering is. Waar zou het aan liggen? Zelf begon hij in de jaren tachtig aan hydrografie om de wereld te kunnen zien. Er was toen een wachtlijst voor de opleiding. Nu kan iedereen verre vakantiereizen maken. De ploegendiensten voor hydrografie van twee maanden op en één maand af in het buitenland zijn zwaar. Er is überhaupt minder belangstelling voor professionele vakken. Generalistisch aanstuurder moet iedereen worden. Meestal worden dat saaie, administratieve banen. De site van de Hogeschool Amsterdam die de opleiding hydrografie heeft afgestoten, is een bling bling van vlotte vakken als ICT, modeontwerp, design en innovatie. De onderwijsmarkt richt zich eenzijdig op de tijdelijke behoeften van de student, niet op de behoeften van de samenleving. Opleidingen moeten rendement maken en diploma’s produceren. De nieuwe lesmethoden waarbij de leerling alles zelf moet ontdekken, maken de kwaliteit van een afgestudeerde minder voorspelbaar. „Het zegt minder als iemand een diploma heeft gehaald. Je kunt een hele goede afgestudeerde krijgen maar ook een slechte”, zegt Hein.

We bespreken hoe de hydrografie kan worden geholpen. Als ze zo hard nodig zijn, kunnen ze best beter worden betaald door werkgevers. Nu verdient een hydrograaf met een paar jaar ervaring 2.500 euro netto per maand plus toeslagen voor werk in den vreemde. De Britse regering geeft werkers die zo lang in het buitenland zitten, fiscaal voordeel. Dat zou Nederland ook kunnen doen als het water serieus neemt. En waarom geen omscholingscursus

voor ouderen die de hydrografie in willen? In het onderwijs moeten deskundigheid en kennis meer worden gewaardeerd, zodat mensen weer een echt vak kiezen. Hein ziet de hydrografie echt als vak voor een leraar die zijn ervaring overdraagt aan een gezel, maar dat is misschien ouderwets, verontschuldigt hij zich. Het is zo’n mooi beroep zegt hij: „De open lucht, de zee, aansprekende projecten zoals het boorproject Sachalin in Rusland, het kunstmatige Palmeiland in Dubai, het lichten van de atoomonderzeeër Koersk.’’

Maar wie leest er nog een jongensboek?