Suez profiteert van transactiekoorts

Het nieuws over de belangstelling van het Spaanse Iberdrola in Scottish Power had voor de aandeelhouders van Suez niet op een gunstiger moment kunnen komen. De transactiekoorts in de Europese energiesector versterkt de positie van het Franse nutsbedrijf in de lopende onderhandelingen met Gaz de France. Deze gesprekken zijn op een kritiek punt aangekomen, nu de Franse regering – die 80 procent van Gaz de France in handen heeft – weigert Suez substantieel tegemoet te komen. Ook al houden beide bedrijven vol dat een fusie hun ‘enige optie’ is, de consolidatierace tussen de Europese nutsbedrijven geeft dagelijks een ander beeld te zien. De Franse regering zou zich dat ter harte moeten nemen.

Momenteel worden de Suez-aandelen verhandeld tegen een premie van 8 procent ten opzichte van hun waarde onder de huidige termen van de fusie. Om dat te compenseren, zijn beide partijen overeengekomen dat Suez het speciale dividend van 1 euro per aandeel voor zijn aandeelhouders moet verhogen. Maar met hoeveel? Om de kloof te dichten, zou het dividend tot 4 euro moeten worden opgetrokken. Volgens ingewijden stelt de Franse regering nu 2 euro voor. Sommige activistische aandeelhouders eisen naar verluidt een verhoging van het dividend naar 8 euro – een premie van 12 procent ten opzichte van de huidige aandelenkoers, die ze waarschijnlijk niet zullen binnenslepen. De Franse minister van Financiën Thierry Breton waarschuwde ze al niet ‘hebzuchtig’ te zijn.

Iedereen is in onderhandelingsmodus en bluffen hoort nu eenmaal bij het spel. Maar de regering moet wel naar de markten luisteren. In de eerste plaats behoudt de Franse staat een blokkerend minderheidsbelang van 34 procent in het fusieconcern. Suez zal dus in feite gedeeltelijk worden genationaliseerd. Zijn aandeelhouders moeten fatsoenlijk worden gecompenseerd voor de beperkingen die deze omstandigheid het bedrijf zal opleggen. Er hangt een prijskaartje aan gedwongen het bed delen met de regering.

In de tweede plaats wordt het steeds duidelijker dat het Suez niet aan alternatieven ontbreekt. Als de fusie wordt weggestemd, zal Suez openstaan voor iedere andere combinatie, vijandig of niet. Het Italiaanse Enel, dat de Fransen eerder dit jaar tot actie aanzette met zijn mislukte overnamepogingen, zou nu opnieuw kunnen passen. Maar andere gegadigden – zoals het ruim bij kas zittende RWE – zouden dan naar voren kunnen treden. Ieder dividend van minder dan 4 euro zou reden genoeg zijn om de transactie af te wijzen.

Pierre Briançon

Vietnam nog te corrupt om tijger te worden

Vietnam zou zich eindelijk kunnen ontpoppen tot een land waar buitenlandse beleggers geld kunnen verdienen. Zijn entree in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zorgt voor een verdere opening van de economie, en zijn arbeidskosten en snelle groei maken het tot een opwindend oord. Alleen de corruptie verstoort het beeld.

Het land is al twintig jaar geleden begonnen met het Doi Moi-beleid – zijn eigen perestrojka – maar stelde buitenlandse beleggers in de jaren negentig nog teleur. Toch wijzen de ervaringen in China en andere opkomende Aziatische landen erop dat het openingsproces tijd nodig heeft om vaart te ontwikkelen voordat de echt aantrekkelijke beleggingsmogelijkheden zich openbaren.

Het WTO-lidmaatschap is belangrijk, want het dwingt Vietnam zijn economie open te stellen voor buitenlandse investeringen en het verlaagt de handelsbarrières. Maar het is ook belangrijk als een signaal dat buitenlandse handel en investeringen ertoe doen voor de Vietnamese autoriteiten en dat de rechten van buitenlandse beleggers – op z’n minst voor de vorm – zullen worden gerespecteerd.

Zijn jonge bevolking, krachtige arbeidsethos en lagere loonkosten dan die van China zouden tot snelle groei moeten leiden. Bovendien maakt het land vanuit macro-economisch perspectief gezien een redelijk robuuste indruk. Het Vietnamese begrotingstekort, het tekort op de handelsbalans en de schuldverplichtingen aan het buitenland lijken allemaal beheersbaar, zodat er geen crisis op de loer lijkt te liggen. Het voortduren van de snelle groei zal Vietnam op de radarschermen van een groter aantal beleggers brengen en zijn toegang tot kapitaalbronnen vergroten.

Het voornaamste probleem is de corruptie. Vietnam nam plaats 111 in op de corruptie-index van Transparency International. Het terugbrengen van de corruptie naar een lager niveau is waarschijnlijk van cruciaal belang voor de economische groei op de langere termijn, omdat groei en corruptie in negatieve zin blijken samen te hangen. Taiwan, Korea en zelfs India en China – de groei-economieën van Azië zijn allemaal aanzienlijk minder corrupt dan Vietnam. Op hetzelfde corruptieniveau als Vietnam – of nog erger – staan volgens Transparency International de Filippijnen, Indonesië en Pakistan, geen van allen fonkelende succesverhalen.

Vietnam mag dan officieel nog steeds communistisch zijn, maar dat is het probleem niet: de Aziatische communisten zijn veel ondernemersvriendelijker dan bijvoorbeeld Latijns-Amerikaanse sociaaldemocraten. De politici in Hanoi hoeven Marx niet af te zweren, maar als Vietnam de volgende Aziatische tijger wil worden, moeten ze wel de corruptie zien te beteugelen.

Martin Hutchinson

Voor meer commentaar uit Londen:

www.breakingviews.com

Vertaling Menno Grootveld