Oudjes?

Hoe zou het toch met Co zijn? Sinds zijn breuk met FC Porto geeft hij geen teken van leven. Laatst zei iemand dat Adriaanse gesignaleerd was in Kiev. Hij zou onderhandelen met de hoofdstedelijke club om Dynamo aan een meer internationale uitstraling te helpen. Loze geruchten.

Het(maffia)geld zal wel goed zijn in Kiev, maar word je daar nog gelukkig van als je al twee keer binnen bent? Humor als pedagogisch instrument, toch het handelsmerk van Co, kennen ze niet in de Oekraïne. Ik zal nooit het prachtige, gebeitelde hoofd van Valeri Lobanovsky vergeten. De supertacticus van Dynamo Kiev was een pionier van het moderne voetbal. Een wetenschapper, zowaar. Hij reeg de successen aan elkaar, ook in Europa. Maar tot aan zijn dood, in mei 2002, heeft niemand deze legendarische coach zien lachen. Met het gezicht als een gletsjer bij nacht zat hij op de bank. Niet eens gebroken door een neervallende wimper. Toch hield iedereen van hem. Milan-spits Shevchenko moest zachtjes huilen bij zijn eerste doelpunt na de dood van Lobanovsky.

Hoe komt Co Adriaanse de dag door zonder voetbal? Ik vrees het ergste. Niet dat hij zijn geliefde met het broodmes achterna zit, maar een strelinkje kan er niet af. Tuin en keuken zijn gegarandeerd op weg naar verregaande verkrotting. Het krijtpak komt niet meer uit de kast. De sterk vermagerde coach zwemt de hele dag in pyjama. Over een jaar is de spirituele causeur Co Adriaanse het spreken verleerd. Dat alles doet verlangen naar voetbal met een mens.

Er is een generatie Nederlandse trainers die het liefst op de bank zou sterven. Leeftijdgrenzen zitten niet in het pakket van passie. De 64-jarige Leo Beenhakker zei dezer dagen in Belgische kranten dat zijn geluk niet op kan. „Leuke dingen doen op mijn ouwe dag? Ik doe niet anders, als bondscoach van Polen.” Leo is drie keer binnen en woont in België. Een actieve rol in het voetbal kan hij niet laten. Hij is al veertig jaar gecoiffeerd naar de zijlijn. Dat krijg je niet meer weggebrand uit een hart.

De even bejaarde Rob Baan is ook zo drassig van gemoed zonder voetbal. Bij ADO Den Haag verkommerde hij achter een computer. Rob wil weer gauw een of andere woestijn in, als coach. Niet voor het geld, om deelachtig te zijn aan het chemische wonder van bal en man.

Dick Advocaat: bijna zestiger en vier keer binnen. Toch vindt hij het prachtig om zich dagelijks in een geblindeerde limousine naar een voetbalveld in Sint-Petersburg te laten rijden. Waar hij vervolgens met afgezakte kousen en een dom kauwgompje in de mond zijn kunstjes mag vertonen. De dag dat Dick Advocaat zonder voetbal komt te zitten, gaat hij weer stotteren, zoals in zijn kinderjaren. Het leven wordt een eindeloos malheur. Lang voor het graf wenkt, zal hij verbladeren in totale vreugdeloosheid.

De rijke zestiger Guus Hiddink moet er niet aan denken om Brasschaat-Nederlander in ruste te worden. Guus verbergt zich graag achter de mooie boog van een golfballetje, speelt met overtuiging een antieke onthechting voor alles wat gejaagd en hitsig is, maar kan minder dan wie ook het gif van competitie missen. Reken maar dat de bondscoach van Rusland over tien jaar nog zijn helderheid zal creëren op een of andere Herdgang in Afrika. Hiddink is als de dood voor bejaardheid. Zolang hij in de buurt van de bal mag ademen, consumeert hij gretig zijn vermeende jeunesse dorée. De speculaties over kantoorlust bij PSV waren ingefluisterde noodscenario’s. Ook Hiddink blijft een zijlijngek. Zet een drinkbus en een flacon masseerolie naast hem en hij is al opgewonden.

Doodgelukkig is Aad de Mos, nu hij als trainer van Vitesse weer mag ruiken aan het echte werk. Aad is vijf keer binnen, rijdt al jaren in de betere Mercedes, maar voelde zich lelijk geamputeerd in het analistenbestaan. Als een Boeddhistische monnik stond hij te bedelen om weer eens van binnenuit van clubvoetbal te mogen proeven. Je zag hem afgelopen zomer opleven: Aad, pensioengerechtigd, was weer thuis.

Ik vind het ontroerend, die onvergankelijke passie van ‘oudjes’ voor de essentie van het bestaan: voetbal. Ik heb ook gezien hoe ongelukkig ze waren in hun quarantaine. Over geluk van oudjes gesproken. Wie, in de Nederlandse competitie, stráált meer dan Jaap Stam? Jaap (zes keer binnen) heeft zich bij Ajax geheel bevrijd van het Lobanovsky-syndroom. Good old Jaap Stam is weer een jongen.