Op zoek naar een groene vakantie?

Ecotoerisme groeit en daarmee de behoefte aan betrouwbare groene reis-keurmerken, hoort Jan Knaapen

In de supermarkt zijn de biologische producten duidelijk gelabeld. Hardhout uit duurzaam beheerd bos draagt een FSC-logo en een oosters tapijt met Rugmark-label is niet door kinderhandjes geknoopt. Maar hoe vind je een duurzame vakantiebestemming?

Vakanties waarbij de natuur centraal staat, doen het erg goed. Ecotoerisme, zoals dat tegenwoordig heet, groeit driemaal zo snel als andere vormen van toerisme. Tegelijkertijd is luxe meer dan ooit in, en aan de combinatie van de twee valt dik te verdienen. Maar dat de natuur centraal staat, wil nog niet zeggen dat er rekening gehouden wordt met diezelfde natuur. Nico Visser, hoogleraar duurzaam toerisme aan de NHTV Internationale Hogeschool te Breda, stelt het nog duidelijker: „Er is eigenlijk geen logisch verband tussen ecotoerisme en duurzaam toerisme. Vergeleken met de natuurgevolgen van sommige ecotrips zijn de busreizen van jongeren richting zon, zee en seks eigenlijk heel milieuvriendelijk”.

Wat maakt een reis duurzaam? Visser: „Dat er rekening gehouden wordt met het milieu, dat er een educatief aspect aan zit en dat de reis een bijdrage levert aan de lokale economie.” Dat laatste is in ontwikkelingslanden niet altijd vanzelfsprekend. Duurzame accommodaties zijn zuinig met fossiele brandstoffen of wekken hun eigen schone energie op. Ze verspillen geen water en voorkomen dat rioolwater in zee komt. Ze betrekken het biologische voedsel van de lokale markt en gebruiken duurzame bouwmaterialen.

Groene duim

De eigenaar van een hotel of ecolodge voor wie duurzaam toerisme een oprechte bedrijfsfilosofie is, heeft een dubbel probleem. Hoe laat je je milieuvriendelijke gezicht aan klanten in het buitenland zien? En ten tweede: hoe voorkom je dat niet-milieugevoelige klandizie juist naar de grijze concurrentie loopt?

Dat laatste is een reëel probleem, weet Elise Allart van TUI Nederland. Zij is coördinator duurzaam toerisme bij ’s lands grootste reisorganisatie. TUI heeft eerder een eigen keurmerk ontwikkeld voor milieuvriendelijke accommodaties, de Groene Duim. Het werkte averechts. Uit onderzoek bleek dat veel klanten er een verkapt voorkeursbeleid achter zochten, want TUI zelf kende het keurmerk toe. Ook vreesden de klanten tussen een geitenharensokkenpubliek terecht te komen. En men nam aan dat er extra voor betaald zou moeten worden. Allart: „Terwijl die groene accommodaties dankzij allerlei besparende maatregelen juist goedkoper kunnen zijn.” TUI doet het nu voorzichtiger aan. Accommodaties worden met zachte hand gestimuleerd om hun bedrijfsvoering te vergroenen. Het label is vervangen door een zinnetje in de beschrijving van de accommodatie, dat verwijst naar een erkend, onafhankelijk ecolabel.

Meer dan tachtig labels

Ecolabels zijn onafhankelijke keurmerken voor de milieu- en natuurvriendelijkheid van accommodaties. Inmiddels bestaan er alleen al in Europa tachtig. De meeste zijn landelijk of regionaal. Duitsland heeft Der Blaue Engel, Catalonië El Distintíu en voor de noordelijke landen is er The Scandinavian Swan. Alle andere EU-landen en voormalige oostbloklanden hebben minstens één ecolabel. In Nederland is dat de Milieubarometer. Deze zal zich binnenkort aansluiten bij Green Key, een internationaal keurmerk dat ook in Frankrijk, Denemarken en Groot-Brittannië actief is.

Al deze labels letten op energie, water, afval en voedsel. En ze doen dat allemaal verschillend. Wel stemmen een achttal labels hun werkwijze af binnen de organisatie VISIT. Paul Peeters, onderzoeker bij het Centre for Sustainable Tourism and Transport (CSTT/NHTV), deed een vergelijkend onderzoek naar ecolabels: „Ik vrees dat die versnippering zal blijven zolang het vrijblijvende, particuliere initiatieven zijn. De certificering loopt allesbehalve hard en dat verbaast me niet. De klant heeft geen idee op welk label hij moet letten en de toeristenindustrie wacht rustig af.” Hij ziet als enige oplossing verplichte certificering met slechts een beperkt aantal labels.

In 2003 heeft de EU een nieuw ecolabel het licht laten zien, de EU-Flower. Dit tot teleurstelling van de initiatiefnemers van VISIT. Want hoewel de criteria sterk overeenkomen met die van de VISIT-labels, heeft de Euro-Flower een eigen, door de overheid gecontroleerde, certificering. Ook dit label is niet verplicht, en het loopt nog geen storm. Na drie jaar mogen in Spanje drie accommodaties zich tooien met het logo: een bloem met een krans van Euro-sterretjes.

Er zijn een aantal organisaties die proberen de wereldreiziger te helpen bij het vinden van een duurzame reis. Nederlanders kunnen zoeken op www.travelsense.nl. Je kunt kiezen uit ecologisch of sociaal-cultureel duurzame reizen, of allebei. Kies je voor het eerste, dan vindt de zoekmachine van Travelsense precies 101 reizen. Het loopt uiteen van wandelen en kanoën door het ‘ruige Dommeldal’ in Brabant tot jaguars zoeken met het WNF in Brazilië.

Er zitten veel verre vliegreizen bij. Dit terwijl vliegen door de uitstoot van broeikasgassen vrijwel altijd milieubelastender is dan reizen over land. Ruud Klep van Travelsense: „Helaas bieden de reisorganisaties via ons nog veel ‘verantwoorde’ reizen naar verre bestemmingen aan. De milieugevolgen van reisafstand en vervoertype nemen we wel mee in het geheel, maar milieuvriendelijke accommodatie en activiteiten ter plekke kunnen dit gedeeltelijk compenseren. Wat je bij ons echt niet zult vinden, bijvoorbeeld, is kerstshoppen in Miami (lange vliegreis voor een kort verblijf) of golfen in Dubai (extreem waterverspillend in een woestijnomgeving).”

Voorlopig zal de milieubewuste vakantieganger niet kunnen blindvaren op één label of website, maar kritisch moeten shoppen voor zijn ecoreis. Wel maakt hij het zichzelf een stuk makkelijker door in Europa te blijven. Dan heeft hij in ieder geval de mogelijkheid om voor milieuvriendelijk vervoer te kiezen.