Na de kinderkanker

Overwonnen kinderkanker gaat later bijna altijd gepaard met medische problemen. Veel vrouwen kunnen bijvoorbeeld moeilijk zwanger worden. Nienke van Trommel

Kyle Whetle, een achtjarig kankerpatiëntje in het UCSF Children’s Hospital in San Francisco met zijn chihuahua die hij Chemo heeft genoemd. foto ap Kyle Wetle is reunited with Chemo, his Chihuahua puppy, as his grandmother, Kathi Sheehan, looks on Wednesday, Sept. 6, 2006, at UCSF Children's Hospital in San Francisco. Police recovered the beloved puppy of the 8-year-old cancer patient, Tuesday, three days after the dog was stolen from the family's car. The puppy was a major source of consolation for Kyle, who has been battling his potentially fatal cancer for five years, said the boy's mother, Katrina Wetle. (AP Photo/Lea Suzuki, Pool) Associated Press

Een op de vijf jonge vrouwen die kanker op de kinderleeftijd heeft overleefd, is verminderd vruchtbaar. En áls deze vrouwen zwanger worden, hebben ze een verdubbelde kans om te vroeg te bevallen, met name als hun onderbuik bestraald is geweest. Problemen met vruchtbaarheid en zwangerschap zijn niet de énige late effecten van de antikankerbehandeling.

In Nederland is tegenwoordig een op de 450 jongvolwassenen een overlevende van kanker op de kinderleeftijd. En driekwart van hen kampt met een of meer gezondheidsproblemen als gevolg van de antikanker-behandeling. Professor Huib Caron, kinderoncoloog in het Emma Kinderziekenhuis/Academisch Medisch Centrum Amsterdam: “Naast óverleven, speelt kwaliteít van leven een steeds grotere rol.”

te vroeg

Uit een grote Amerikaanse studie onder bijna 1.300 vrouwelijke overlevenden van kanker op de kinderleeftijd en hun kinderen, bleek een op de vijf kinderen van ex-kankerpatiëntes te vroeg (vóór de 37ste zwangerschapsweek) ter wereld te komen, terwijl dit maar bij een op de tien kinderen van broers of zussen van ex-kankerpatiëntes het geval was. Vroeggeboorten na kanker kwamen met name voor bij vrouwen die als kind een hoge dosis bestraling op hun onderbuik gehad hebben. Verbindweefseling van de baarmoeder door de bestraling is de verklaring (Journal of the National Cancer Institute, 18 oktober).

Uit een Gronings onderzoek onder 157 vrouwen die tussen 1968 en 1998 op de kinderleeftijd voor kanker behandeld waren, was er bij ruim een op de vijf sprake van vroegtijdige veroudering van de eierstokken. Tien vrouwen waren te vroeg in de overgang gekomen (European Journal of Cancer, juli). Liedeke Postma, kinderoncoloog in het Universitair Medisch Centrum Groningen en een van de auteurs van deze studie: “Als je vroeg in je leven, bijvoorbeeld door chemotherapie, een groot deel van je eicellen verliest, kom je dus eerder in de fase van verminderde vruchtbaarheid terecht. Naar aanleiding van deze getallen, geven we vrouwelijke overlevers het advies om bijtijds met kinderen te beginnen.”

Een vruchtbaarheidsprobleem is een van de vele vervelende late effecten die ex-kinderkankerpatiënten ondervinden. Caron: “Theoretisch zou je voor het begin van de behandeling geslachtscellen van patiëntjes af kunnen nemen, zodat ze later nog kinderen kunnen krijgen. Het gemiddelde kankerpatiëntje is echter zes à zeven jaar oud. Technieken om de geslachtsfunctie te waarborgen zijn nog experimenteel.”

Volgens Caron heeft driekwart van de overlevers die in het AMC voor controle komen, fikse gezondheidsproblemen zoals hartfalen of een te hoge bloeddruk. Bijna de helft heeft zelfs meer dan drie grote problemen met de gezondheid, blijkt uit de Amsterdamse gegevens. In samenwerking met alle kinderoncologische academische centra is in 2004 het LATER-project (LAnge Termijn Effect Registratie) opgezet waarin alle kinderkankerpatiënten in Nederland de rest van hun leven door specialisten poliklinisch gevolgd en geregistreerd worden. Caron: “We kijken gericht naar de bijwerkingen die bij de behandeling van hún tumor komen kijken: als een kind een hersentumor heeft gehad, kijken we de hormoonregulerende hypofyseklier na. En als een kind chemotherapie heeft gehad die schadelijk voor de hartspier is, kijken we het hart na. Zo kan een ex-patiënt gecontroleerd worden op het gebied van hart en vaten, hormonen, de lever- en nierfunctie, vetzucht, zenuwen, bewegingsapparaat, longfunctie en of er opnieuw gezwellen ontstaan.”

Aanvankelijk bestond er bij medisch specialisten scepsis over een speciale polikliniek voor na-controle van ex-kinderkankerpatiënten. Leontien Kremer is als kinderarts en onderzoeker één van de vier projectleiders van LATER. Vol vuur vertelt ze: “In het begin zagen sommige specialisten het nut er niet in, men dacht: ‘Hartfalen komt toch niet bij zulke jonge mensen voor?’ Tot we zeshonderd jongvolwassenen onderzochten die behandeld waren met een kankermedicijn dat schadelijk voor de hartspier kan zijn. Meer dan een derde van deze jongvolwassenen had een verminderde hartfunctie. De schatting is dat, vijftien jaar na de start van de chemotherapie, een op de twintig jong volwassenen last heeft van hartfalen en vroegtijdige behandeling nodig heeft.”

na-controle

In het Emma Kinderziekenhuis komt 96 procent van alle overlevenden stelselmatig terug voor na-controle. Caron: “Nederland is met het LATER-project uniek: andere landen sturen wel vragenlijsten naar overlevenden, maar in geen land komen alle overlevenden zelf naar de dokter om zich te laten onderzoeken.”

Op de LATER-poli’s proberen de artsen de problemen voor te zijn, legt Caron uit. En het voordeel van veel mensen met een gemeenschappelijke medische geschiedenis is dat de artsen ziektepatronen opmerken die eerder nog niet gezien waren. “Zo zien we nu opvallend veel overlevers die extreem moe zijn. Dat kan komen door de stress die de diagnose en behandeling met zich mee brengen, maar ook door verminderde cognitieve functies na bestraling van de hersenen. We gaan dan zoeken naar oorzaken, en kijken of we problemen kunnen voorkomen.” Kremer: “De uitdaging is om alleen díe dingen te onderzoeken, waar je ook een therapie voor hebt. Er is specifieke zorg nodig, maar geen overbodige zorg.”