Met een spoedklacht naar de arts-assistent

Op de spoedeisende hulp staan de meest onervaren artsen. Veel schadeclaims ontstaan daar.

Pauline van Gelderen struikelde over haar kat en viel van de trap. Haar vinger is gebroken. Handletsel wordt vaak over het hoofd gezien. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Verpleger van de Eerste Hulp van het OLVG legt mitella aan bij vrouw die haar vinger heeft gebroken bij val van de trap Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 061108 Boyer, Maurice

Wanneer mensen het dringendst hulp nodig denken te hebben, komen zij in handen van de meest onervaren artsen. De afdelingen spoedeisende hulp in vrijwel alle Nederlandse ziekenhuizen worden bemand door artsen die net uit de schoolbanken komen: de arts-assistenten. Ze hebben een week, een jaar, hooguit twee jaar ervaring. Meestal rouleren ze iedere drie maanden. „Arts-assistenten kiezen niet specifiek voor de spoedeisende hulp”, zegt Renco Scheper, manager van de spoedeisende hulp van het Medisch Centrum Leeuwarden.

Toen de 32-jarige Mariska Zwartsenburg – spoedeisendehulparts in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam – nog als arts-assistent in een klein ziekenhuis werkte, was ze er ’s nachts de enige aanwezige arts. „Tientallen keren heb ik een specialist uit bed gebeld. Nooit is één van hen naar het ziekenhuis gekomen.” In het MC Leeuwarden zijn iedere nacht twee arts-assistenten aanwezig, vertelt Scheper: voor de spoedeisende hulp en voor de acute zorg op de zalen. In het ziekenhuis liggen gemiddeld 750 patiënten.

Woensdagochtend om half negen bespreken de radioloog en de chirurg in het OLVG alle 32 röntgenfoto’s die dat etmaal van patiënten zijn gemaakt op de spoedeisende hulp. Dat doen zij in het bijzijn van drie spoedeisendehulpartsen. Een patiënt met een verzwikte enkel blijkt ook een voetbotje te hebben gebroken. Het kind dat gips kreeg om de voet die tussen de spaken zat, heeft dat gips niet nodig. Wanneer een arts de overige honderd medische dossiers van de afgelopen 24 uur doorneemt, haalt hij daar normaal gesproken „gemiddeld vier patiënten uit” – mensen die niet op de juiste manier zijn behandeld. Die worden gebeld om terug te komen.

Alle patiënten op de spoedeisende hulp die niet door een medisch specialist zijn gezien, worden nog eens gecontroleerd. Op last van MediRisk, de schadeverzekeraar van veruit de meeste ziekenhuizen.

De ziekenhuizen moeten structureel de arts-assistenten scholen en begeleiden. Ze moeten ook kunnen bewíjzen dat ze dat iedere keer hebben gedaan. „Het is niet voldoende dat Jantje of Marietje naar een cursus gaat, je moet ook kunnen bewijzen dat ze daar geweest zijn”, zegt Scheper. Ook moeten ze de protocollen naleven.

Als ziekenhuizen dat nalaten, zullen zij vanaf volgend jaar zelf vijfduizend euro moeten betalen voor iedere schadeclaim die daaruit voorkomt. De verzekeraar gaat hiertoe over omdat het risico dat iets mis gaat het grootst is op de spoedeisende hulp en in de operatiekamer. De ziekenhuizen moeten zo worden aangespoord de kans op medische ongevallen te verminderen. Eind 2007 gaat de regeling ook gelden voor schadeclaims die betrekking hebben op de operatiekamers.

In totaal dienden patiënten vorig jaar bijna een kwart meer schadeclaims in dan het jaar daarvoor. Eenderde van die klachten ontstond op de spoedeisende hulp. En daarvan wordt bijna 80 procent veroorzaakt door verkeerde diagnoses en verkeerde behandeling van breuken en peesletsels. Dat kostte de verzekeraar tussen 1993 en 2005 ruim 2,3 miljoen euro.

Frank van der Heijden, chirurg en hoofd van de spoedeisende hulp van het OLVG, vindt het „absurd” dat ziekenhuizen of artsen straks zelf financieel moeten opdraaien voor mogelijke fouten. Hij vindt dat artsen fouten moeten kunnen maken, dat dat inherent is aan het vak. Bovendien, zegt hij, schieten de eisen van MediRisk het doel voorbij. „Ik, als chirurg, weet niet of een patiënt met oogletsel of een kind met koorts goed behandeld is.” Ook kan hij niet controleren wat de assistent niet heeft gezien. Daarbij komt dat de röntgenbespreking een half uur duurt en dat het nog eens tweeënhalf uur kost om alle dossiers door te nemen. In die uren kan hij geen patiënten zien. Het opzetten van zo’n uitgebreid controlesysteem kost zo veel tijd en geld dat het volgens Van der Heijden niet opweegt tegen die paar miljoen aan schadeclaims.

Maar de directeur beleid en schadepreventie van MediRisk, John Stappers, zegt dat achter die 2,3 miljoen euro een berg schuilgaat aan niet-toegewezen schadeclaims, klachten die geen claims werden en klachten die het ziekenhuis zelfs nooit bereikten. „Willen we de afdelingen veiliger maken, dan moeten we maatregelen nemen.”

Het zijn basiseisen, zegt hij. De meeste ziekenhuizen moeten eraan kunnen voldoen. Zeker als ze, net als in het OLVG, spoedeisendehulpartsen in dienst hebben. Maar voor gespecialiseerde artsen op de spoedeisende hulp is geld nodig. En ze moeten hun plaats nog vinden tussen hun gevestigde medische vakgenoten, omdat ze nog niet zo lang bestaan – voorheen was iedereen en niemand er de baas.

De ziekenhuizen zijn deze zomer op de hoogte gesteld van de eisen van de verzekeraar en de eigenrisicoregeling bij schadeclaims. Edwin Vandewalle (30) studeert in januari na drie jaar af als spoedeisendehulparts. Een paar maanden geleden waren er nauwelijks vacatures, zegt hij. Nu wel.