Meisje versteent geliefde met blik

Jeugdtheater: Haast of Kokadrielje door Theater Artemis. Regie: Floor Huygen. Tournee: t/m 12 jan. Inl. 073-6123223 of www.artemis.nl

Haar gezicht vol rimpels en groeven, vieze grijze haren en dan nog die bochel. Toch staat Lucie nu boven op de tafel, kirrend als een lentekind. Een veel te lange bruidsjapon over haar zwarte rouwkleed.

Haast of de Kokadrilje van Theater Artemis is de eerste in de reeks jeugdvoorstellingen over het verstrijken van de tijd die regisseuse Floor Huygen dit seizoen gaat maken. Huygen baseerde het stuk op het verhaal ‘De drie levens van Lucie Cabrol’, uit de roman Het varken aarde (1979) van John Berger.

Lucie (Lizzy Timmers), een jongensachtig dwergmeisje, moet begin vorige eeuw afscheid nemen van haar Jean (Tom Struyf), een ambitieuze boerenzoon die het Franse alpendorpje wil verruilen voor de wijde wereld. Wat aanvankelijk het verhaal lijkt van een mislukte liefde, blijkt een liefdesgeschiedenis die een half mensenleven beslaat. Bewerker Tom Blokdijk sneed de volwassenentaal op maat voor een jong publiek, maar behield de complexe gelaagdheid ervan. Huygen zet daar een beklemmende eenvoud tegenover.

Huygen laat veel over aan de verbeelding, wat meer dan verkwikkend is. Een rij aaneengeschakelde houten tafels volstaat als boerengemeenschap. Uit een ouderwetse grammofoonspeler klinken Franse chansons, zacht krakend, alsof ze uit een open raam het toneel op zijn gedwarreld. Vooral bijzonder aan Haast of de Kokadrielje zijn de soepele tijdreizen die erin worden gemaakt. Een kalme vertellerstem, van acteur Bert Luppes, praat ons bij, voert ons van het ene decennium naar het andere. Rollen Lucie en Jean het ene moment nog in een wit laken over de grond, het volgende moment is dat liefdeskleed een doodskleed geworden voor Lucies vader.

Haast of de Kokadrielje ontleent zijn kracht mede aan het bruisende acteerwerk van Timmers en Struyf. Jong als ze zijn, kunnen zij de lenige tijdsprongen en wisselende perspectieven ogenschijnlijk moeiteloos aan. Ze laten de voorstelling zinderen van wondermooie intieme momenten, en vullen elkaar prachtig aan. Klompendansend door de alpenweide leeft Lucie van dag tot dag en stelt ze de liefde onbevangen voorop. In al haar directe onbezonnenheid heeft dit meisje iets gevaarlijks, wat haar de bijnaam Kokadrielje heeft opgeleverd: een mythische slanghaan die mens en dier kan laten verstenen met zijn blik. Als bedachtzame, sjekkies rollende boerenzoon, laat Struyf voortdurend twijfel doorschemeren.

Adembenemend is de scène van Jeans vertrek. Een klok tikt hoorbaar. We zien hoe de jonge Lucie een grijze pruik opzet, en hoe Jean onmiddellijk daarna, vijftig jaar later, gedesillusioneerd terugkeert naar het dorp. Pas dan durft Jean recht in Lucies ogen te kijken, zich te laten ‘verstenen’. De klok kapot te slaan.