Lil Cynthia heeft nu engelenvleugels

In het zwarte Benning Terrace nemen de mensen de moeite niet meer de politie te bellen als de kogels door de lucht vliegen.

Richard McIntyre van het buurtcentrum in BenningTerrace Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Washington heeft iets nieuws van de FBI gekregen, op proef. Het heet de ShotSpotter en het is een systeem van geluidssensoren op straat die het knallen van pistoolschoten opvangen. Zodra ergens een kogel wordt afgevuurd, kan de politie nu direct en op de centimeter nauwkeurig waarnemen waar dat is.

Het zuidoosten van de stad is een prima proeftuin. Daar vliegen de kogels meermalen per week door de lucht – mensen nemen er de moeite niet meer alarmnummer 911 te bellen. Eén politiedistrict, dat nog niet eens dit hele gebied beslaat, telde over dit jaar tot nu toe 37 moorden.

Ik wandel, eindelijk, door Benning Terrace, één van die beruchte buurten van zuidoost-Washington. Ik ben een witte bezienswaardigheid. Mensen draaien zich om. Hier en daar hangt een man uit een raam, verbluft, of lachend, die dan iets roept als: „Look at her! What’s up!?” (Even later bega ik de stommiteit iemand te vragen welke taal zij spreekt, want ik versta noch herken het – slang natuurlijk, tut!)

Ik heb een maandagochtend gekozen, dat leek me geen moment voor pistoolschoten. Ik had mijn creditcard thuisgelaten, een ring afgedaan en was nu blij met de deuk in de auto.

Na een jaar in deze stad went de segregatie al: hoe langer ik hier woonde, hoe vanzelfsprekender het leek niet in buurten als Benning Terrace te komen. Iedereen raadt het je af. Adviseert tenminste een zwart persoon mee te nemen. De rimpelloze blankheid van mijn eigen straat, in het nonchalant rijke noordwesten, is me kennelijk al zo gewoon geworden dat het hier in Benning Terrace is alsof ik met iedere stap mijn nieuwe lafheid van me af moet schudden.

Toch maar geen man aanspreken, liever een vrouw. De eerste aan wie ik vraag waar Big Cynthia Gray woont, neemt me meteen hartelijk mee naar een laag, ingezakt flatje met onbestaanbaar kleine appartementjes. Daar begint ze te schreeuwen, totdat een man een balkonnetje opstruikelt. Ja, zegt hij, Big Cynthia komt zo thuis, kom boven. Een vuil trappenhuis door en dan een donker kamertje in, achter gesloten gordijnen. Een pan bacon stinkt op het vuur. Ik mag gaan zitten, voor een enorme tv die hiphopvideo’s uitbraakt.

Als Big Cynthia eenmaal naast me ploft, kijken we elkaar aan. En ik wil helemaal niets meer vragen. Zij kijkt zoals je kijkt in omstandigheden waar niets er meer toe doet. Dit was een stompzinnig plan. Nooit een voet in Benning Terrace gezet en meteen maar Big Cynthia lastigvallen. Ze zou razend moeten worden.

Haar dochter van zeventien, Lil Cynthia, is twee maanden geleden een straat verderop doodgeschoten. Ze stond er met een paar vriendinnen en een baby, haar petekind. Een jongen kwam een Chevrolet uit en begon te schieten. Lil Cynthia rolde de baby snel onder een auto. Toen liep de jongen op haar af en schoot hij haar in het voorhoofd, haar hals en haar nek.

De jongen is aangehouden. Een maand eerder was Lil Cynthia’s vriendje al doodgeschoten. De buurt zegt te weten hoe het zit, maar zwijgt tegen buitenstaanders.

Nu staan in het kleine donkere kamertje, tussen overal limonadeflessen, lege borden, kleren, haar portretten. Tientallen. En op al die foto’s heeft iemand Lil Cynthia engelenvleugels gegeven.

In Benning Terrace heeft bijna iedereen wel een familielid dat gedood of gewond is bij een schietpartij. Buren zorgen dat Big Cynthia nog eet, soms buiten komt en ze hebben geld ingezameld voor een grafsteen. Dus deze buurt is niet zo slecht, zegt Big Cynthia. Ben je klaar? Ze blijft achter met een enorme fotolijst in haar armen.

Buiten staat een bunkertje van traliewerk: het buurtcentrum, geleid door Richard McIntyre. Hij voedt hier de kinderen van Benning Terrace – iedere middag een warme maaltijd, daarna huiswerk maken. Twee dagen per week komen twee leraren bijles geven. Jaar na jaar probeert hij kinderen in zijn bunkertje gescheiden te houden van de straat. Eéntje mag nu met een beurs naar de prestigieuze Duke Universiteit. Anderen overleefden de buurt niet.

We lopen naar buiten, hij wijst: de straat op de hoek is een vluchtroute voor gestolen auto’s. „Ze scheuren over de stoep, en het gras, en over een kind dat daar toevallig loopt.” Twee jaar geleden reden ze over John-John uit zijn klasje heen: vijftien jaar. Vorig jaar over Terry, ook vijftien, ook dood. En daar, op dat plaatsje, is een derde pupil van hem doodgeschoten. Richard kan even niet meer op zijn naam komen – hij vloekt ervan.

Lil Cynthia kwam elke middag. Heerlijke, geestige meid, goede leerling, nog één jaar en ze had haar high-school-diploma.