Het allochtone boodschappenlijstje

Op campagne met drie allochtone kandidaat-Kamerleden van de PvdA. Ze werven vooral stemmen bij hun achterban. „Jij moet leren ‘ik heb pijn’ te zeggen.”

Aanhangers van de PvdA luisteren in Rotterdam naar lijsttrekker Wouter Bos Foto Peter Hilz Nederland, Rotterdam, 02 november 2006 Wouter Bos Lijsttrekker PvdA Tweede Kamer verkiezingen 2006 / bezoekers van de bijeenkomst, PvdA aanhangers tijdens de toespraak van Bos/ PvdA Arena Bijeenkomst: Politiek en feest met Wouter Bos Tijdens een ongeveer anderhalf uur durend programma ging Wouter Bos in gesprek met kandidaat Tweede-Kamerleden, lokale weldoeners en helden, kunstenaars en muzikanten. Na iedere bijeenkomst is er feest en muziek. Er werd; gesproken over" Veilige straten en buurten; integratie en sport met de Rotterdamse kandidaat-Kamerleden; Aleid Wolfsen; John Leerdam en Ton Heerts. Junkie XL zal het eerste exemplaar van het nieuwe campagnelied ÔNeem mijn handÕ aan Wouter Bos overhandigen. Optredens na afloop van Spinvis en Junkie XL. De avond wordt gepresenteerd door Jan Douwe Kroeske.; Ê; Locatie: Off Corso; Kruiskade Rotterdam. foto: Peter hilz Hilz, Peter

Er zijn zieke Marokkaanse vrouwen die van de sociale dienst toch moeten werken. Vindt Samira Abbos, kandidaat-Kamerlid voor de PvdA, dat ook oneerlijk? En kan ze er na de verkiezingen van 22 november iets aan doen? Dat wil een Marokkaanse vrouw weten tijdens een campagnebijeenkomst van Samira Abbos in Rotterdam-Noord. En kan Samira Abbos regelen dat vrouwen die ouder zijn dan vijftig, niet meer worden verplicht om Nederlands te leren? Want Marokkaanse vrouwen kunnen dat niet. „Denk aan het lichaam. Wij krijgen tien kinderen, Nederlandse vrouwen maar één.”

Een Marokkaanse marktkoopman op de Bazaar in Beverwijk, waar Samira Abbos op een zondag haar verkiezingsfolders uitdeelt, denkt dat Abbos een eind kan maken aan de werkloosheid van Marokkaanse jongeren. Als ze Kamerlid is, moet ze ook het beeld veranderen dat Nederlanders hebben van Marokkaanse jongens: dat die allemaal slecht zijn. „En het ziekenfonds”, zegt hij. „Dat kost ons nu heel veel geld.”

Zou Kamerlid John Leerdam illegale Ghanezen in Amsterdam-Zuidoost kunnen beloven dat ze op een dag papieren hebben? Dan moeten de Ghanezen die wel een Nederlands paspoort hebben, eerst op hem stemmen, zegt hij. Of in elk geval op zijn partij, de PvdA. In een interview met een Ghanees radiostation in de Bijlmer zegt hij: „Wij vinden dat iedereen die kan laten zien dat hij vijf jaar in Nederland is en hier heeft gewerkt, een green card moet krijgen.”

Een vrouw belt op naar de radio en zegt in de uitzending dat haar zoon niet in Leiden kan studeren omdat hij illegaal is. Maar hij woont al twaalf jaar in Nederland. Leerdam: „Wat? Dat kan niet. Ik zal er persoonlijk voor zorgen dat deze zaak wordt afgehandeld.”

Kandidaat-Kamerlid Ahmed Larouz, ook van de PvdA, moet vooral een voorbeeld zijn voor andere Marokkanen, zegt Rachid Jamari, oud-gemeenteraadslid in Amsterdam. „Hij heeft laten zien dat je als Marokkaans ondernemer succesvol kan zijn.” En Larouz moet zijn best doen om te voorkomen dat mensen met een niet-Nederlandse naam meteen worden afgewezen bij sollicitaties. „Daar reken ik op.”

Vorige maand, tijdens een campagnebijeenkomst op een school in Amersfoort, zeiden Turkse leerlingen tegen PvdA-lijsttrekker Wouter Bos dat de PvdA „de partij van de allochtonen” was. De PvdA zou moeten begrijpen hoe moeilijk het voor hen was om een stageplek te vinden, de PvdA zou er wat aan moeten doen. Bos zei dat hij het snapte van die stages. Hij zei ook dat het anders moest. En hij zei: „Maar wij zijn níét de partij van de allochtonen.”

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart stemde zo’n 80 procent van de Marokkanen, Surinamers en Turken in Nederland op de PvdA, van de Ghanezen zelfs 90 procent. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam bleek later dat ze, verdeeld over alle partijen, deze keer minder vaak op een kandidaat uit de ‘eigen’ etnische groep hadden gestemd dan bij eerdere verkiezingen. Bij Turken was dat percentage gedaald van 75 naar 56, bij Marokkanen van 65 naar 40 en bij Surinamers van 55 naar 19.

De stemmen die wél naar eigen kandidaten gingen, waren voor veel allochtone kandidaat-raadsleden van de PvdA – vooral in de deelraden van grote steden – genoeg om een zetel te krijgen, ook al stonden ze laag op de lijst. Van alle PvdA-raadsleden is nu bijna 9 procent allochtoon.

Wouter Bos zei na de gemeenteraadsverkiezingen in Het Parool dat er „vast” ongelukken zouden gebeuren met nieuwe allochtone raadsleden. Het risico was volgens hem dat die „een veeleisende achterban op hun nek krijgen”. Het is wél een grote, en dus belangrijke achterban – ook voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november.

In moskeeën

Samira Abbos, John Leerdam en Ahmed Larouz zeggen dat ze Kamerlid willen zijn namens alle Nederlanders. Na de verkiezingen vertegenwoordigen ze het héle volk. Maar nu proberen ze om zoveel mogelijk stemmen te krijgen. Ahmed Larouz (35) uit Almere, geboren in Marokko, staat op plaats 57 van de kandidatenlijst. Hij komt alleen in de Kamer als hij 16.000 voorkeurstemmen haalt. Tijdens de eerste vergadering met zijn campagneteam, eind oktober, zegt hij dat die vooral moeten komen van „de allochtone gemeenschap”. Dáár kennen ze hem.

Larouz is medeoprichter van een bureau voor ‘intercultureel management’, hij was ook oprichter en voorzitter van TANS, Towards a New Start, een netwerkorganisatie voor hoogopgeleide allochtonen. En hij is de bedenker van het Ramadanfestival. Van zijn eigen geld laat Larouz folders en posters maken met teksten in het Arabisch en het Turks. Hij zal campagne voeren in moskeeën en hij wil in 48 uur langs alle provincies reizen. Want dan krijg je aandacht van journalisten, zeggen zijn adviseurs. „Free publicity. Je moet een optreden regelen bij Nova, Netwerk of Pauw & Witteman.” Larouz: „Daar wordt aan gewerkt.”

John Leerdam (45) – geboren op de Antillen, zijn vader is Surinaams – kreeg bij de vorige verkiezingen bijna 9.000 stemmen. Hij verhuisde naar Amsterdam-Zuidoost om dichter bij zijn kiezers te wonen. In de Bijlmer, zei Leerdam, vinden ze het geweldig om hem tegen te komen in het winkelcentrum. „Gewoon met mijn boodschappentas.” Op de kandidatenlijst van de PvdA staat Leerdam op plaats 27. Dat is te laag, vindt hij. Na de verkiezingen zal zijn partij snappen waarom: Leerdam wil 100.000 voorkeurstemmen halen. Hij heeft ook een eigen campagneteam en hij reist door het land voor werkbezoeken, debatten en optredens bij lokale omroepen. Soms staat hij op een zeepkist, net als Bos. „Stem helder, stem met passie. Stem op John Leerdam!”

Samira Abbos (36), documentairemaakster en net als Larouz van Marokkaanse afkomst, heeft voorkeurstemmen niet echt nodig, zegt ze. Ze staat op 26, een verkiesbare plaats. Maar de PvdA wil graag dat kandidaat-Kamerleden een ‘doelgroepencampagne’ voeren: ze moeten zelf op zoek gaan naar kiezers. Abbos wil dat zelf ook, zegt ze. Ze denkt dat voorkeurstemmen haar zelfvertrouwen geven. Haar positie in de fractie zal er sterker door worden.

Oosterse Markt

Er zijn in Nederland 1,2 miljoen allochtonen met stemrecht. Volgens het bureau Foquz, dat onderzoek doet naar stemgedrag van allochtonen, bepalen die tien tot zestien zetels in de Tweede Kamer. Het zijn zetels die kunnen uitmaken of de PvdA op 22 november misschien toch nog de grootste partij wordt. Volgens de meest recente peilingen wordt het CDA groter, met een verschil van zo’n zes zetels.

Vorige maand gebeurde er bij de PvdA een ‘ongeluk’ met een allochtoon kandidaat-Kamerlid, maar op een andere manier dan Bos in het voorjaar had bedoeld. De kandidaat, van Turkse afkomst, weigerde te erkennen dat Turkije in 1915 genocide had gepleegd op de Armeense bevolking. Hij werd van de kandidatenlijst gehaald.

Turkse organisaties demonstreerden tegen die beslissing. Ze riepen hun achterban op om bij de verkiezingen niet op de PvdA te stemmen – en ook niet op het CDA, dat twee kandidaten om dezelfde reden van de lijst had gehaald. Begin deze week zei Bos op een persconferentie voor Turkse journalisten dat hij „door een leerproces” was gegaan. Het woord genocide, wist hij nu, had een volkenrechtelijke betekenis en dáár was het de partij niet om gegaan. De PvdA zou „zorgvuldiger” formuleren.

In de peiling van bureau Foquz verloor de PvdA 10 procent van de Turkse stemmen nadat de Turkse kandidaat van de lijst was gehaald. In de meest recente peiling is dat verlies weer goedgemaakt: er zouden nu net zoveel Turken op de PvdA willen stemmen als twee maanden geleden.

Op een zondag, begin november, is Samira Abbos op de Bazaar in Beverwijk, samen met haar moeder, twee broers, een zus en vijf nichtjes. Ze willen folders uitdelen op de Oosterse Markt, maar de vriend van Abbos die de folders in zijn auto heeft liggen, staat in de file. Ze wachten bij een kraam met eieren. „Weg jullie”, roept de man van de kraam, een Turk. Een man die langsloopt, zegt: „Voor mij: nóóit meer de PvdA.” Abbos reageert er niet op. „Vandaag heb ik geen zin in de genocide”, zegt ze. Volgens haar zijn de Turken nog steeds boos op de PvdA. „Ze beginnen er allemaal over.”

Samira Abbos wil in de Kamer de onderwerpen doen waar ze het meeste van weet: jeugd, sport, ontwikkelingssamenwerking, minderheden. En: religie en zingeving. „Wat mij betreft wordt dat een nieuwe portefeuille.” Abbos wil dat de islam „dezelfde plek” krijgt in Nederland als het christendom en het jodendom. Is dat nu niet zo? „Er zijn islamitische scholen en zo. Maar ik zie te veel Nederlandse moslims die uitgesloten raken en onze samenleving niet accepteren omdat wij hén niet accepteren.” Het zijn vooral allochtone jongeren, zegt Abbos, die denken: we mogen niet zijn wie ze zijn. „Ze zijn op zoek naar zingeving. Wij moeten hun een antwoord geven.” Welk antwoord heeft Abbos? „We moeten hun het vertrouwen geven dat ze én Nederlander én moslim mogen zijn. Ze hebben role models nodig. Stuur imams of anderen die veel van de islam weten, naar de buurthuizen. Die kunnen het uitleggen.”

Thee en karnemelk

In een buurthuis in Rotterdam-Noord hebben Marokkaanse vrouwen op een dinsdagochtend een ontbijt klaargemaakt voor Samira Abbos. Zeventien vrouwen, de meesten met hoofddoek, zitten aan tafel. Ze eten soep, zoete broodjes, er is cola, thee en karnemelk. Als er een man langsloopt om naar het computerlokaal te gaan, naast de eetzaal, draaien een paar vrouwen hun hoofd weg. Samira Abbos doet hen na, ze houdt haar hand voor haar ogen en gilt: „Een man! Een man!”

Samira Abbos is niet gekomen om het met de vrouwen eens te zijn en beloftes te doen. Ze noemt de onderwerpen die zíj belangrijk vindt: de positie van de vrouw, huiselijk geweld, vrouwenbesnijdenis. En ze zegt: „We moeten uitgaan van de kracht van vrouwen.”

Twee vrouwen beginnen over de taalcursus. Als ze die niet volgen, worden ze gekort op hun uitkering. Dat is chantage, zeggen ze. Het gaat vooral om de verplichting. Als het vrijwillig was, zouden vrouwen beter hun best doen. „O, ja?”, zegt Samira Abbos. Aan een vrouw die nog niets heeft gezegd, vraagt ze: „Hoe oud ben jij?” De vrouw antwoordt in het Arabisch. Ze is 53. Ze zit al zeven jaar op Nederlandse les. In het begin vond ze het leuk, nu niet meer. Ze is oud, zegt ze. Ze kan niks onthouden. Abbos: „En als het niet meer hoeft, wat ga je dan doen?” Thuis handwerken, zegt de vrouw. Dat vindt Abbos een verkeerd antwoord. „Jij moet leren ‘goeiemorgen’ en ‘goeiemiddag’ te zeggen, en: ‘Ik heb pijn’ als je naar de dokter gaat. Je moet buiten komen, mensen ontmoeten, anders word je eenzaam.”

Na het ontbijt zeggen de vrouwen dat ze op Samira Abbos zullen stemmen. „Ze is iemand bij wie we altijd terecht kunnen.” En: „We gaan kijken wat ze voor ons doet.

Spiraaltje

Op een dinsdagmiddag is John Leerdam op verkiezingscampagne in Amsterdam. Een cameraploeg van MTNL (Multiculturele Televisie Nederland) maakt opnames. Leerdam gaat langs bij een organisatie die tienermoeders helpt als ze een opleiding willen doen of als ze willen werken. Hij belooft de begeleiders dat hij zijn best zal doen om de kinderopvang minder bureaucratisch te maken: als de vrouwen werk vinden, moeten ze meteen kunnen beginnen.

Hij praat ook met een cliënt, een zwarte vrouw van 22. Haar zoontje, één jaar, heeft ze op schoot. „Wat zie ik?” zegt Leerdam. „Komt er nog een kindje? Hoe komt dat?” Weer een ongelukje, zegt de vrouw. „Gebruik je geen voorbehoedsmiddelen?” De vrouw zegt dat ze huiduitslag kreeg van de pil. „En een condoom is zo...” „Niet helemaal betrouwbaar?”, zegt Leerdam. Hij wil ook weten of ze een vriend heeft. Ja, maar soms is het uit. „Hoe komt dat?” Nou, gewoon. „Je houdt van hem?” „Hij ook van mij. Verder wil ik er niks over zeggen.” Leerdam: „Maar hoe gaan we nou voorkomen dat er een derde komt?” Een spiraaltje, zegt de vrouw.

’s Middags is Leerdam op het ROC ASA in Amsterdam-Noord. Een groep kinderen, die van andere scholen zijn afgestuurd en volgens de directeur nergens anders terecht kunnen, krijgt er die middag dansles, trommelles of ze leren om video-opnames te maken. Leerdam danst mee, hij trommelt en hij vertelt voor de videocamera, met één schoen uit, over zijn sokken: die zijn felgekleurd. „Zo’n samenleving wil ik: kleurrijk. En zo’n mens wil ik zijn.”

Leerdam zegt tegen een nerveuze jongen die vooral op straat leeft, dat die bij hem stage mag lopen in Den Haag. Hij omhelst, voor de camera van MTNL, de Surinaamse Sayonara Tilborg, 19 jaar. Hij had voor de camera ook al haar moeder de groeten gedaan, dat had hij beloofd. En nu gaat Sayonara op hem stemmen – dat had zij hem beloofd.

De journalist van MTLN die een uitzending over Leerdam maakt, Ivette Forster, zegt dat hij altijd veel belooft als hij met mensen praat. „Maar hij maakt er ook werk van.” Daarom is hij zo populair in Amsterdam-Zuidoost. Maar vooral ook omdat hij van de PvdA is. „Laetitia Griffith (VVD, red.) zou een stemmentrekker kunnen zijn, maar ze is van de verkeerde partij.”

Jean Tillie, politicoloog aan de UvA, zegt dat dat ook blijkt uit onderzoek: net als autochtone kiezers bedenken allochtonen eerst op welke partij ze willen stemmen. Pas daarna gaat het om de afkomst van een kandidaat, of om sekse, deskundigheid, persoonlijkheid.

Ambities

Als het in de politiek over allochtonen gaat, zegt Leerdam, gaat het veel te vaak alleen over moslims – over Turken en Marokkanen. Hij wil laten zien dat er ook in de zwarte gemeenschap, of bijvoorbeeld bij de Molukkers, problemen zijn. Er is armoede, werkloosheid. De belangrijkste boodschappen in zijn campagne: de kloof tussen arm en rijk hoort er niet te zijn, integratie moet niet van één kant komen, onderwijs moet toegankelijk zijn voor iedereen.

Ahmed Larouz is pas sinds de zomer lid van de PvdA. Na de gemeenteraadsverkiezingen werd hij gevraagd om wethouder te worden in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. „Maar ik merkte dat mijn ambities landelijk liggen: parlementariër, minister.” In Den Haag zal hij lobbyen voor de Marokkanen die op hem stemmen. „Bij de woordvoerder onderwijs voor goede scholen, bij de woordvoerder gezondheidszorg voor betaalbare medische zorg, bij de woordvoerder volkshuisvesting voor woningen.”

Zijn campagne begon pas deze week. Vorige week kreeg hij een blindedarmontsteking. Op de dag dat hij samen met Wouter Bos rozen had willen uitdelen in Lelystad en Almere, werd hij geopereerd, in het Flevoziekenhuis, waar Bos een plan presenteerde voor vrijwilligers en mantelzorg. Op donderdagavond staat Larouz voor het eerst op straat met zijn folders. Bij het stadhuis van Almere praat hij met voorbijgangers. Het gaat hem, zegt hij steeds, om ‘vernieuwing’, ‘respect’, ‘solidariteit’. Twee Surinaamse meisjes zeggen: „Oké, we stemmen op je.” Als ze weglopen, roepen ze: „We zijn zestien.” Larouz: „Overtuig je ouders. Geef ze mijn folder. Niet weggooien. Ik wil niet met mijn gezicht in de prullenbak.”