Graag minder clichématige beelden over onderwijs

De kop `Ook de leraar moet nog naar school` (NRC Handelsblad, 7 november) bij het artikel over de wildgroei aan onbevoegden in het Nederlandse onderwijs, lijkt wat studentikoos, maar bevestigt onbedoeld de praktijk in onderwijsland: docenten doen doorgaans niets aan de eigen bijscholing. Ook omdat ze er niet aan toekomen. En als je als docent `het bijhouden van je vak` als argument gebruikt tegenover de managers, bijvoorbeeld in je kritiek op al die tijdrovende bureaucratie op school, snappen ze niet eens wat je bedoelt. Het zijn diezelfde managers die volgens het CDA moeten gaan bepalen of je een goede docent bent of niet en of je in aanmerking mag komen voor enige verhoging van je salaris.

Maar ook het zwaaien met miljoenen om de lerarensalarissen in het algemeen te verhogen, zoals de PvdA doet, slaat nergens op, want bijvoorbeeld eerstegraadsdocenten die al vóór 1986 in het onderwijs werkzaam waren, hebben een riant salaris - welgeteld eenderde meer dan eerstegraders van na de HOS-wet. Al het gepraat over salariëring in het onderwijs zegt niets over de te grote klassen, probleem nummer één in het onderwijs, waardoor de meest kwetsbare leerlingen (niet zelden allochtonen) het eerst uitvallen - ook de meest kwetsbare stagiaires overigens.

Nee, het onderwijs in Nederland zou vooral gediend zijn met minder clichématige beelden en met meer kennis over het onderwijs bij de doorsnee burger. In een kennissamenleving zijn burgers betrokken bij kennis door kennis te hebben van - een kwaliteitsgarantie die een enorme verantwoordelijkheid legt bij de journalistiek.