Column

Dwaze dames

Opeens stond oma voor de deur. Ze hield het niet uit in haar provinciegat waar volgens haar alles altijd drie maanden later komt. „Bij jullie in Amsterdam is hij vast eerder”, opperde zij stellig. Mijn dochter was voor de vierde keer naar de winkel om te vragen of hij er al was, terwijl mijn vrouw tegen een vriendin in haar mobieltje giechelde dat onze werkster al iets op internet had gezien en dat het er allemaal reuze spannend uitzag. Even later probeerde ze op de bewuste site te komen, maar die was wegens overbelasting tijdelijk uit de lucht. Een hartgrondige vloek klonk uit de computerkamer. „Wat een lijf!”, hoorde ik onze schoonmaakster zuchten, „echt onweerstaanbaar!” Haar glimlach was betoverend en mysterieus.

Mijn dochter kwam onverrichter zake thuis, maar had wel gehoord dat een winkel in de PC Hooftstraat hem al had. Wel illegaal, maar dat deed er even niet toe. De winkel werd gebeld en het verhaal klopte. Ze hadden via een mol een partijtje gekregen, maar het was binnen tien minuten weg. Echt vechten. Ordinair schelden. Twee gewonden. De schade aan de winkel was aanzienlijk. Mijn dochter, nog lichtgewond van de dwaze tien Viktor & Rolf-minuten bij H & M, was blij dat ze daar niet bij was geweest. Men sprak over een slagveld.

Toen belde Sofie. Ze had er een. Via via. Een beduimeld exemplaar en dan ook nog eentje waar de bewuste twee foto’s van hem niet meer in zaten. Gescheurd? Gerukt! Het blad was op straat door een wildvreemde vrouw uit haar handen gegrist en die had de bewuste bladzijdes tot zich genomen. Ze schreeuwde waarom die manische muts zonodig op hem moest liggen, om daarna de bladzijden liefkozend tegen haar gezicht te houden. Een zachte huiver trok door haar hele lijf!

U begrijpt dat ik het over de nieuwe Playboy heb. Het mannenblad dat door een blote Ton van Royen in een klap een vrouwenblad is geworden. Wat een man! Terwijl ik wegdroom boven de krant en Maurice de politiehond alle graven in Deventer en omgeving zie openmaken, hoor ik mijn vrouwen kirren als schoolmeisjes. Ze hebben het over de welving van zijn buik, het kleine plukje schaamhaar, zijn luikende ogen en de ontspannen manier waarop hij haar op zich duldt. Alle dames vinden haar ver door de vervaldatum, maar dat is niets anders dan jaloezie! Zij heeft hem en dat wordt haar duidelijk niet gegund. Twee keer heeft mijn vrouw zich de afgelopen week versproken. Een keer zei ze „welterusten Ton” en het moment van de andere verspreking hou ik liever voor mezelf.

Ik hoor de dames een reisje naar Portugal plannen. De Algarve is natuurlijk wel ordinair, maar daar zouden ze Ton wel in het wild kunnen tegenkomen! Maar wat zeg je dan? Oma zou hem meteen schaamteloos de kleren van het lijf scheuren, maar de andere dames zeggen dat oma daar niet eens de kans voor krijgt. Dat hebben zij dan allang gedaan. En die arme Heleen, door de jaloerse dames al voor heks uitgemaakt, wordt in bedwang gehouden of misschien zelfs tijdelijk opgesloten. Die kunnen ze er even niet bij hebben.

De dames gaan volkomen los in hun fantasieën en de meest wilde orgieën dansen wild in hun opgewonden hoofden. Ik probeer de dames nog op andere gedachten te brengen door te wijzen op een blote Jan Smit, die uitsluitend in zijn Jansen & Tilanus door de stad hangt. Maar zij maken hem af. Geen palingseks, maar echte passie! Vuur! Vonken! Tederheid. Ton dus! Het is bij Ton ook nog eens de combi van body en brains die de dames krankzinnig maakt. Zijn interviews, zijn programma’s en dat allemaal met dat goddelijke lijf. En weer wordt het blad opengeslagen, waarna het gezucht en gesteun niet van de lucht is.

Zacht verlaat ik het huis. Op naar de sportschool en naar de roeimachinewinkel. Het hele oeuvre van Sonja Bakker ligt al in de keuken. De krultang ligt te wachten in de badkamer! Ik zal en moet mijn vrouwen terug. Al kost het me een ton.