Digitale goudmijn

In Leiden hoeven onderzoekers niet meer met handschoentjes aan naar een archief om oude boekwerken te bestuderen. Jacqueline Kuijpers

Of ze het nu een ‘goudmijn’ noemt of een ‘enorme vooruitgang’: de superlatieven zijn niet van de lucht als prof. dr. Ingrid Tieken-Boon van Ostade vertelt over de Eighteenth Century Collections Online (ECCO). Deze doorgewinterde wetenschapper, die al sinds 1980 aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar grammatica’s van het Engels, staat versteld van de rijkdom aan materiaal in deze digitale database.

Op Tieken’s aanraden heeft de Leidse Universiteitsbibliotheek ECCO onlangs aangeschaft. De universiteit Leiden loopt hiermee voorop in de Benelux. Ingrid Tieken heeft de aanschaf medegefinancierd, met een deel van het onderzoeksbudget voor haar NWO-project The Codifiers and the English Language.

ECCO bevat 155.000 boeken ofwel 26 miljoen pagina’s, gescand uit de originele achttiende-eeuwse werken. Dus mét aantekeningen in de kantlijn, vertelt Tieken, terwijl ze in haar werkkamer de computer opstart. “Kijk.” Ze laat de voorpagina zien van de roman ‘The adventures of David Simple’. Het in die tijd gebruikelijke ‘by a lady’ (geschreven door een dame) is doorgekrast en vervangen door ‘by Sarah Fielding’.

Naast literaire werken bevat ECCO grammatica’s, wetboeken, boeken over geschiedenis, religie, filosofie, sociale wetenschappen, medicijnen, economie en meer. Ieder jaar komen er nieuwe werken bij. Pagina’s kunnen gedownload en geprint worden. En dat is echt een unicum voor onderzoekers van oude werken, omdat fotokopiëren van de kwetsbare originelen uit den boze is. Want ‘vroeger’ – dus tot een maand geleden – ging het zo: je zocht waar het boek lag dat je wilde bestuderen, maakte een afspraak met het archief, kocht een ticket die kant uit en meldde je met handschoentjes om het kostbare werk in te mogen kijken. Ter plaatse moesten aantekeningen gemaakt worden, want het boek mocht de deur niet uit.

Natuurlijk waren er ook al microfiches met achttiende-eeuwse boeken. Maar ECCO is veel uitgebreider én alle pagina’s zijn digitaal doorzoekbaar op meerdere manieren en niveaus. En dat verandert het karakter van het wetenschappelijk onderzoek, legt Tieken uit. “De vragen die je stelt zijn dezelfde, maar doordat je via de database meteen antwoord krijgt kun je direct een vervolgvraag stellen. Toen we ECCO op proef mochten gebruiken hebben de aio’s (assistent in opleiding) in mijn onderzoeksproject papers geschreven die zonder ECCO nooit de kwaliteit gehad hadden die ze nu hebben. Waar wij vroeger schreven ‘nader onderzoek is nodig’, kom je nu meteen die stap verder. Er gebeurt dus veel meer in een kortere periode. Wij moeten nu bovendien leren om anders te werken. De antwoorden liggen er, maar het is aan ons om de juiste vragen te stellen om die antwoorden eruit te krijgen. Dat is een leerproces.”

Tieken zit zelf middenin dat leerproces. Het heeft haar al opmerkelijke nieuwe informatie opgeleverd voor haar eigen onderzoek: de grammatica’s van Robert Lowth. “Ik heb in ECCO negentien edities van Lowth’s werk kunnen bekijken en kunnen zien wat hij in die herdrukken veranderd heeft. Dat was echt nieuw voor mij. Wij hebben hier alleen de eerste druk. In mijn promotie-onderzoek van 1987 heb ik alleen gekeken naar eerste drukken, omdat ik ervan uitging dat dat dé grammatica was. Maar nu zie ik dat het niet zo statisch was, maar juist een groeiproces, omdat mensen erop reageerden. Grammatica was een ‘hot issue’ in die tijd. Ik heb in ECCO brieven ontdekt waarin de ene geleerde aan de andere vraagt ‘What think you of Dr. Lowth’s Grammar?’.”

Een eyeopener voor Tieken was de ontdekking dat uitgevers in die tijd al aan marketing deden. “Ik ben erachter gekomen dat de uitgever maar duizend grammaticaboeken van Lowth uitgaf per jaar. Het jaar erop kwam er een herziene druk uit – met soms minimale wijzigingen – om de verkoop te bevorderen.”

Maar zelfs de goudmijn ECCO is niet perfect. Zo is de lijst van bibliotheken waar de originele werken te vinden zijn incompleet. In zeker drie gevallen wordt de Universiteit Leiden niet genoemd, terwijl de desbetreffende werken er wel in de kluis liggen. Tieken verzamelt de fouten voor de uitgever van ECCO, Thomson Gale. “Dat ECCO niet foutloos is toont aan dat het voor ons, als wetenschappelijk onderzoekers, enorm belangrijk is om aan goede bronvermelding te doen. Je moet niet alleen het originele werk vermelden dat je hebt bekeken, maar dus ook dat je het via ECCO hebt bekeken.”

Voor Tieken speelde bij de aanschaf een rol dat zij niet achter wilde raken bij universiteiten die al wél ECCO hadden. Als docent vindt ze het heerlijk dat ze nu haar studenten naar hartelust kan laten grasduinen in de originele achttiende-eeuwse werken, zonder zich zorgen te hoeven maken over het slijtageproces van de boeken, of excessieve reiskosten omdat de boeken schaars zijn en er in Europa maar enkele exemplaren zijn. Maar. De computerversie alleen is niet genoeg. Dat is te steriel. Echte wetenschappers moeten ook ruiken en proeven, zegt Tieken: “Het blijft belangrijk om af en toe eens die grammaticá écht in handen te houden en gewoon te bladeren.”

www.gale.com/EighteenthCenturyub.leidenuniv.nl