De aarde redden door langzamer te leven

Het is een stralend warme novemberdag en ik zit me af te vragen wat ik moet doen aan de toestand op aarde. Voor me ligt een stapel halfgelezen krantenknipsels over het Stern rapport, klimaatverandering en aanverwante rampen. De stand van zaken is zo desastreus, en de grote industriële landen zijn zo weinig geneigd om er iets aan te doen, dat elk goed voornemen al bij voorbaat verzandt in moedeloosheid.

Wat te doen? Aan de ene kant zijn er activisten als Al Gore met zijn film An Inconvenient Truth, en journalist George Monbiot met zijn boek Heat. Volgens Gore is het grootste gevaar op dit moment dat mensen van onwetendheid direct in een wanhopig soort apathie vervallen. We moeten juist actie ondernemen, zegt hij, en op zijn website legt hij uit hoe („Join the global warming virtual march”, „Become carbon neutral” en, ironisch, „Buy the DVD”). Monbiot komt met een reeks aanbevelingen voor keiharde politieke maatregelen.

Aan het andere uiterste heb je figuren als James Watt, minister onder president Reagan, die ooit heeft gezegd: „We hoeven het milieu niet te beschermen want de Wederkomst van de Heer is op handen.” Watt was Secretary of the Interior; onder zijn departement vielen onder andere de mijnen, de National Park Service en de Fish and Wildlife Service.

Ik weet niet hoe u erover denkt, maar zelf ben ik weinig geneigd te gaan wachten op de Wederkomst van de Heer. Al vrees ik dat Watts apocalyptische fantasieën misschien realistischer zijn dan hij zelf had kunnen bedenken. Maar heeft het eigenlijk nog zin om minder warm water te gebruiken zolang in Amerika Watts geestverwanten het voor het zeggen hebben?

Het meest deprimerende bericht, voor mij persoonlijk: de vis is op in 2048. Ik ben dol op vis. Maar zelfs bij mijn plaatselijke vishandel, volgens The Guardian ‘een van de beste viswinkels in Londen’, komt de rode poon uit Brazilië. Thuisgekomen met haddock, ook niet goed. Haddock blijkt, net als familieverwant kabeljauw, bijna uitgestorven. Kan ik dan echt alleen nog maar makreel eten, tot ook die is verdwenen? En het is ook zo sneu, zoals Fokke en Sukke eerder deze week al constateerden, want ‘dan is er juist zoveel zeewater!!’

Het op één na meest deprimerende bericht: televisieprogramma Extinct. Producent Endemol gaat voor ITV een Big Brother-achtig programma maken waarin acht bedreigde diersoorten, van de Bengaalse tijger tot de ijsbeer, voor het voetlicht komen. Kijkers kunnen stemmen voor het redden van één soort, waaraan dan het grootste deel van de opbrengst van het programma besteed zal worden. Lastig moreel dilemma: wordt het de berggorilla (400 exemplaren over), of toch maar de grote zeeschildpad (50.000)? Hebben we tenminste nog wat aan al dat water dat zo gaat stijgen.

Er is een klein kansje dat de publicatie van het rapport-Stern nog iets gaat uithalen. Door sommigen wordt het vooral als een politieke pr-stunt gezien, omdat het rapport weinig écht nieuws brengt. Maar Sir Nicholas Stern, voormalig hoofdeconoom van de Wereldbank, kan niet zomaar terzijde worden geschoven als een geitenwollensokkentype. En zijn economische analyse neemt de laatste excuses weg om geen maatregelen te nemen: niets doen gaat ons 3,68 triljoen Britse pond kosten – ik weet ook niet precies hoeveel nullen en euro’s dat zijn – terwijl nu ingrijpen wereldwijd 1 procent van het BNP kost. Een eenvoudige rekensom, voor degenen die wel hun nullen beheersen.

Maar ik werd pas echt hoopvol gestemd toen ik het nieuwe nummer van The Idler zag. The Idler is een tijdschrift-in-boekvorm, gewijd aan ‘freedom, fun and the fine art of doing nothing’. En het omslag lonkte onweerstaanbaar, met de slogan ‘How to save the world without really trying’ (plus een opwindende prijsvraag waarbij je een ukelele kon winnen). Essentiële informatie, zo begreep ik meteen. Volgens dit omslagartikel, van ‘Gaia-wetenschapper’ Stephan Harding, kunnen we al heel veel verschil maken door niets te doen. Niets doen betekent onder andere minder consumeren: niet vliegen, geen onnodige spullen kopen, geen eten kopen dat van ver komt. En het betekent ook: niet meer zo hard werken om je al die spullen te kunnen veroorloven, en in plaats daarvan meer tijd doorbrengen met vrienden of familie, en meer plezier maken.

Eigenlijk pleit Harding voor een langzamere levensstijl. En is het ook niet eindeloos veel aangenamer om bijvoorbeeld rustig met de trein te reizen, waarbij je nog eens iets ziet of een boek kan lezen, dan urenlang in de rij te staan voor allerlei fascistoïde veiligheidsinspecties op de luchthaven en na je vliegreis verkrampt en verkouden van de airco aan te komen op je bestemming? Of eens gewoon te gaan wandelen? Minder werken is trouwens altijd goed.

Maar Harding, tenslotte een ‘Gaia-wetenschapper’, interpreteert niets doen allereerst als ‘op je rug liggen op een mooi plekje ergens buiten’. Goed voor je connectie met de moederplaneet enzo. Daarbij kunnen we ons bijvoorbeeld voorstellen dat, ahem, ‘de zwaartekracht de liefde van de Aarde voor de materie van je lichaam is die ons vasthoudt’. Anders zouden we zo de ruimte invliegen! Als we maar vaak genoeg buiten op onze rug gaan liggen, stelt Harding, dan houden we vanzelf op de aarde te zien als een gebruiksvoorwerp. En als mensen raar kijken kun je altijd nog zeggen dat je de aarde aan het redden bent.

Toch denk ik dat ik deze belangrijke subversieve actie voor de zomermaanden bewaar, hoe onnatuurlijk warm het vandaag ook is. Maar ik loop nu nog wel even naar het park, voordat de zon weer ondergaat.

Ik doe niets meer. Doet u mee?

corine vloet