Dat verbouwt en timmert en zaagt maar op tv. Heerlijk!

Bijna dagelijks zijn er programma’s op tv waarin kamers, badkamers, keukens, tuinen en hele huizen verbouwd worden. Paulien Cornelisse legt uit waarom zij er zo van geniet

Verbouwen is de hel. Daarom is het ook zo fijn om naar verbouwingen te kijken, zonder er zelf aan te beginnen. Op televisie heeft men deze behoefte herkend, en worden we overspoeld door verbouwprogramma’s; bij Net 5 staan de hele zondag- en woensdagavond zelfs in het teken van verbouwen.

Volgens mij zijn er twee soorten verbouwprogrammakijkers (drie keer woordwaarde). Je hebt de mensen die diep in hun hart eigenlijk ook willen verbouwen, god verhoede zelfs wel concrete plannen hebben, en die kijken dus om tips te krijgen, zich te verheugen op hun toekomstige paleisje, en te genieten van het feit dat ze nu nog even op de bank mogen hangen.

Je hebt ook mensen, zoals ik, die nooit willen verbouwen. Ik kijk soms met leedvermaak, maar vaker met pure opluchting dat ik van mezelf niet hoef te verbouwen.

Beide typen mensen kijken met evenveel plezier, en dat maakt de programma’s populair. De gelovers in de maakbare mens, de maakbare relatie, het maakbare huis, en het maakbare geluk worden bediend door dezelfde programma’s als de pessimisten (we noemen ons zelf liever ‘realisten’) die in de programma’s de bevestiging zien dat ze inderdaad maar beter niet kunnen gaan verbouwen.

cynische grapjes

Een programma als De Verbouwing (NCRV) van Frans Bromet had, Brometiaans, het meeste oog voor de moeilijke kanten van het verbouwen. Optimistische stellen die nog nooit een hamer hadden vastgehouden besloten ineens hun huis van een enorme uitbouw te voorzien en dat (nog verbazingwekkender) vast te laten leggen door de camera. Week na week bleven ze de moed erin houden. Vooral de mannen, viel op. De vrouwen deden aan cynische grapjes richting Bromet: „Tja Frans, we hadden een woordenwisseling en toen ben ik weggelopen, maar ja, twee dagen later zit ik er gewoon weer middenin, haha!”

Van een andere orde zijn de programma’s als In Holland staat een huis, waarin twee stellen een kamer van elkaar moeten verbouwen, zonder dat ze weten wat er precies gebeurt. Onder leiding van dubieuze ‘stylisten’ worden visies op de kamer losgelaten waar je wel heel tolerant voor moet zijn, maar dat zijn de stellen altijd. Ze reageren gillend of zuchtend: „Nee! Nee! Wat gaaaaf!” Hoe enthousiaster de reactie, hoe groter de twijfel. En daarna: „Het is nog wel even wennen...” (Op de BBC zag ik ooit een dappere kleine Pakistaanse vrouw die tegen de stylist in opstand kwam. Hij had een grote gekke blauw-zilveren bank in haar kamer gezet die ze als verschansing gebruikte. Je zag zwarte haartjes boven de enorme bank uitsteken, terwijl de stylist op de bank lag en luisterde naar haar huilerige stem: „I don’t like it!” „But this couch is you.” Filosofisch interessant.)

Vergelijkbaar is het programma Samenwonen met Erik ‘Roberto Jacketti’ van der Hoff. Hierin worden stellen geholpen die een totaal verschillende smaak hebben, maar toch samen willen wonen – zoals vaker met verbouwingen worden dieperliggende relatieproblemen gemaskeerd door zogenaamde huisvestingsproblemen. „Als we maar meer kastruimte hadden, zouden we niet zoveel ruzie maken.” Jaja. De echte problemen worden in Samenwonen niet benoemd, er walst gewoon weer een dominante stylist overheen die de conflicterende smaken combineert. („Charlot houdt van oriëntaalse frutseltjes en Hans houdt van lekker strak, dus hebben we al haar Boeddhabeeldjes met zwarte glanslak overgeschilderd en onder de glazen salontafel geplakt.” Charlot: „Wowwww.” Henk: „Ja.”) In Samenwonen worden altijd dierbare familiestukken weggegooid, wordt de vrouw van het stel altijd verliefd op Erik van der Hoff, en staat er altijd ineens een loungebank in de huiskamer. Genieten.

extreme home makeover

We hoeven dus helemaal niet te klagen over de Nederlandse verbouwprogramma’s (ik heb het nog niet eens gehad over Het Blok! Jaaa, Het Blok!), maar toch moeten we in de Amerikanen onze meerderen erkennen. Ik heb het over het programma Extreme Home Makeover. Het wordt op zondagavond uitgezonden door Net 5. Volgens mij is het geïnspireerd op de oud-Amerikaanse traditie van de barn raising, waarbij een heel dorp helpt om een nieuwe schuur voor een familie te bouwen. Bij Extreme Home Makeover komt er een team in een bus naar een Zielige Familie. Die familie is zielig omdat ze in een te klein en krottig huis wonen, en vaak hebben ze dan ook nog een kind met een ziekte of aandoening (zware astma, autisme, zoiets). Hun huidige leefsituatie is niet goed voor de familie, en al helemaal niet voor het zieke kind. Toch, en dit is belangrijk, brengt deze familie het op om anderen te helpen. Moeder maakt maaltijden voor daklozen, bijvoorbeeld. Als je zo’n familie bent, heb je recht op het Extreme Home Makeover team. De familie wordt een paar dagen naar een pretpark gestuurd, en dan gaat het team los, met de hulp van het ganse dorp (community is hier het sleutelwoord).

Aan het hoofd van het team staat Ty Pennington. Ty (‘taai’) heeft honderd procent zeker ADHD, maar daar heeft hij zijn kracht van gemaakt. Met uitpuilende aderen op zijn voorhoofd stuitert hij rond en spoort iedereen aan het hele huis af te breken en er een kasteel voor in de plaats te zetten. Het liefst gilt hij met een megafoon in mensen hun oor, die dit allemaal leuk vinden, want ‘zo is Ty’. Gelukkig heeft Ty ook altijd zelf een projectje waar hij zijn energie in kwijt kan. Hij maakt bijvoorbeeld een kamer met ruimtevaartthema voor het autistische zoontje.

Onherkenbaar verbouwd

Het mooiste aan het programma is het moment dat de familie terugkomt. Er staat een grote bus voor hun onherkenbaar verbouwde huis, en de familie roept samen met de toegestroomde menigte: „Move that bus! Move that bus!” De bus rijdt weg, de kinderen gaan gillen, moeder valt flauw en vader timmert Ty op zijn rug. Daarna gaat iedereen huilen als blijkt dat er ook nog gratis flatscreens zijn geïnstalleerd en dat de oudste dochter gratis naar de universiteit mag. In een woord: genieten.

Er zijn echter mensen die Extreme Home Makeover niet trekken. Mensen in mijn omgeving. Daarom kijk ik stiekem, met het geluid zacht. Extreme Home Makeover werkt alleen als je er helemaal in meegaat. Vergelijk het met meditatie, dat kan je ook niet ‘een beetje’ doen. Ik kan het, ik ga erin mee. Negen van de tien keer zit ik te huilen. (Echt waar. Het is natuurlijk watjesachtig, maar aan de andere kant ook wel weer stoer dat ik het toegeef.) Wat heeft die Ty een positieve instelling! Mensen kunnen dus toch echt gelukkig worden!

Door naar verbouwprogramma’s te kijken kun je helemaal van levensinstelling veranderen, en op die manier hebben deze programma’s therapeutische waarde. Zo zat ik laatst aan de telefoon met een Amerikaans bedrijf, en ineens hoorde ik mezelf zeggen: „We just gotta make this happen!” Ja, daar was ’ie: mijn eigen innerlijke Ty.