Dame en heren

Ooit was ik verantwoordelijk voor de selectie van teksten voor eindexamens Nederlands. Daarbij ging ik als volgt te werk. Ik stuurde teksten die mij geschikt leken ter beoordeling naar in totaal zes beoordelaars, allen ervaren leraren Nederlands. Zij moesten aangeven voor welk schooltype zij elk van die teksten geschikt vonden en dat oordeel motiveren.

Toen ik de dame en heren bijeen had laten komen om de gang van zaken te bespreken, vertelde ik dat mij uit hun reacties duidelijk was gebleken dat ze telefonisch overleg hadden gepleegd. Dat was in strijd met de instructies, en ik benadrukte nog eens dat het belangrijk was dat ze onafhankelijk van elkaar oordeelden, want, door telefonisch te overleggen, beïnvloedden ze elkaar. Dit laatste werd heftig bestreden. Vandaar dat ik de daarop volgende bijeenkomst het volgende experiment uitvoerde.

Ik splitste de zes beoordelaars op in twee groepen van elk drie personen en voegde daar een vierde persoon aan toe die ik voorstelde als een nieuwe beoordelaar. De eerste groep kreeg een tekst ter beoordeling voorgelegd. Alle vier de leden moesten voor zichzelf vaststellen voor welk schooltype die in hun ogen geschikt was. Vervolgens gaven ze om beurten hun oordeel. De nieuwe beoordelaar begon als eerste. Een moeilijke tekst, vond hij, gezien de woordkeuze en bepaalde constructies; de tekst veronderstelde ook behoorlijk wat kennis. Daarom was hij gekomen tot het oordeel vwo maar wellicht ook daar te moeilijk. Alle drie de volgende beoordelaars bleken het daar, zij het soms wat aarzelend, mee eens te zijn. Vervolgens boog de tweede groep zich over dezelfde tekst. Ook daar gaf de nieuwe medewerker als eerste zijn oordeel. Gezien de woordkeuze, de zinsbouw, de stijl was de tekst toch wel erg simpel. Hooguit geschikt voor mavo. Ook nu volgden de drie anderen dit oordeel. Vervolgens bracht ik beide groepen bijeen, vertelde dat de twee nieuwelingen geen nieuwe beoordelaars maar medewerkers van mij waren en dat de gang van zaken was bedoeld om te laten zien hoe zeer oordelen van anderen ons oordeel beïnvloeden. Waarmee ik hoopte te hebben bereikt dat ze in het vervolg niet meer met elkaar overlegden, maar hun oordeel onafhankelijk van elkaar zouden geven.

Hier moest ik aan denken toen, na de discussie van Balkenende en Bos, een team ‘deskundigen’ aangaf wie in hun ogen de discussie had gewonnen. Henkjan Smits, bekend geworden door het tv-programma Idols, was ingehuurd als deskundige die kon beoordelen welk effect non-verbale communicatie had op de toeschouwer. Zijn oordeel: Bos had de uitstraling van een kleine jongen en vormde daarmee een schril contrast met de premier. Dit oordeel verbaasde mij omdat Balkenende in mijn lekenogen de hele discussie lang de uitstraling behield van een permanent glimlachende etalagepop. De tweede deskundige was Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier. Die maakte van de gelegenheid handig gebruik om zijn politieke visie te promoten door Bos als evident verliezer aan te wijzen. Ten slotte de derde deskundige, Andrée van Es, in het verleden fractieleider van de PSP. Hakkelend en aarzelend, met zichtbare tegenzin (“Bos had soms wel sterke momenten”), conformeerde zij zich aan het oordeel van haar beide voorgangers. De uitslag van de kijkers-enquête gaf een heel ander beeld: meer stemmen naar Bos en voor hem ook een beter rapportcijfer: 7,2 tegen 6,9 voor Balkenende.

De volgende dag meldde de radio dat Wouter Bos volgens de kijkers had gewonnen, maar dat Balkenende de winnaar was in de ogen van de deskundigen. U hoort het goed: deskundigen. Zo komen de verhalen in de wereld.

lgm.prick@worldonline.nl