Centrale examens

Minister Maria van der Hoeven wil een centraal examen voor alle mbo’ers. De reacties uit het veld. Derk Walters

De onderwijskwaliteit in het mbo is niet voldoende gewaarborgd en iedere mbo-leerling moet met zijn diploma hetzelfde weten en kunnen. Dat is de gedachte achter het idee van onderwijsminister Van der Hoeven om centrale eindexamens in te voeren in het middelbaar beroepsonderwijs. De minister richt haar plan voorlopig op enkele vakken, zoals Nederlands, Engels en rekenen. Een goed idee?

Ben Roodink, bestuurslid van de MBO-raad en van Regionaal Opleidings Centrum (roc) A12 in Ede: “Sinds twee jaar ziet het Kwaliteitscentrum Examinering (KCE) toe op de onderwijskwaliteit in het mbo. Een centraal examen komt daarmee in conflict. Deze vorm van toezicht moet zich nog doorontwikkelen en scholen werken al aan het verhogen van het niveau van toetscontroleurs. Op de oude mts had je overigens geen centrale examens, maar de leerlingen waren wel zeer gewild in het bedrijfsleven. Docenten leverden de gewenste kwaliteit. Het onderwijs moet de gelegenheid krijgen om zijn werk goed te doen. We moeten oppassen dat we niet doorslaan met kwaliteitscontrole. Centrale examens passen niet bij de huidige vormgeving en inrichting van het mbo en zouden nieuwe bureaucratie opleveren, hoewel ik geloof dat dat niet de bedoeling is van de minister.”

Paul Helbing, woordvoerder HBO-raad: “Het is een duidelijke wens van de hbo-wereld dat er meer aandacht komt voor rekenen, taal en Engels bij mbo’ers die willen doorstromen naar het hbo. Het is goed om daar waarborgen voor te zoeken. Of een centraal examen dé waarborg is, weet ik niet. Maar uit de uitslagen van de rekentoets voor eerstejaars pabostudenten blijkt al dat de hbo-instellingen behoefte hebben aan mbo-doorstromers met voldoende kennis. Juist mbo’ers bleken de grootste moeite te hebben met die rekentoets. Het zou me niet verwonderen als dat bij een taaltoets ook zo zou zijn.”

Ben Rijgersberg, directeur van de vereniging van de achttien kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (COLO): “Alle 500.000 leerlingen in het mbo werken op dit moment aan de hand van dezelfde competenties. Op landelijk niveau is bepaald aan welke eindeisen elke leerling moet voldoen. De roc’s worden gecontroleerd door het KCE. Per beroep en per mbo-niveau is vastgesteld wat de leerlingen moeten kunnen en weten. Die dossiers zijn geactualiseerd en duidelijk. Elke automonteur krijgt dezelfde basis. Dat is al zo. Een identiek examen op hetzelfde moment voor iedereen kan niet meer, dat werkt niet meer zo. Met het oprichten van het KCE hebben we al een forse stap gezet in het vervullen van de behoefte van de arbeidsmarkt aan erkenning van diploma’s. Verder vind ik het opmerkelijk dat de minister het over examens in bepaalde vakken heeft. Het mbo is nu juist afgestapt van vakken. Wij denken in competenties. Er wordt per beroep gekeken hoe goed een leerling het Nederlands moet beheersen om zijn vak uit te oefenen. Winkelpersoneel moet het vooral mondeling beheersen, secretaresses ook schriftelijk. Dat wordt integraal getoetst: bijvoorbeeld door aanstaande secretaresses notulen te laten maken. Het examineren van vakken als Nederlands en rekenen is achterhaald.”

Cor Sluijter, unitmanager beroepsonderwijs en volwasseneneducatie van toetsontwikkelaar Cito: “Centrale toetsing in het mbo is wenselijk voor de vergelijkbaarheid van diploma’s, maar deze examinering mag uitsluitend betrekking hebben op onderdelen van opleidingen die landelijk gezien overeenkomen. Die examens hoeven zich niet te beperken tot vakken als Nederlands, Engels en wiskunde. Je kunt bijvoorbeeld ook simulaties ontwikkelen om vast te stellen of deelnemers over bepaalde competenties beschikken, of proeven van bekwaamheid invoeren. Centrale examinering is en blijft, wat het kerndeel van opleidingen betreft, de meest efficiënte en goedkoopste vorm van kwaliteitsborging.

Scholen moeten natuurlijk kunnen blijven inspelen op de regionale wensen van de arbeidsmarkt en op onderdelen zelf vorm geven aan de examinering. Die examens hoeven dan niet noodzakelijkerwijs onder een vergrootglas. Het waarborgen van de kwaliteit kan ook door de deskundigheid van de personen die de examens vormgeven te garanderen en door controle op de tevredenheid van werkgevers over de bekwaamheid van de mbo’ers die zij binnenkrijgen.”