Caritas

Aan welk goed doel geeft iemand en waarom? Deze week Jan van Zijl, voorzitter van de Raad voor werk en inkomen.

Jan van Zijl Foto Johannes van Assem foto: Johanes van Assem 09-11-2006 den haag, Jan van Zijl van het RWI Assem, Johannes van

Tot een paar jaar geleden volgde Jan van Zijl het, in zijn woorden, ‘gebruikelijke’ patroon bij het geven aan goede doelen. Hij gaf ieder jaar wat geld aan organisaties die volgens hem nuttig werk deden. Daarbij onderscheidde Van Zijl, die zich in het dagelijks leven bezighoudt met de Nederlandse arbeidsmarkt, vier categorieën: Gezondheid („nierstichting, hartstichting, noem maar op”), de Derde Wereld („bijvoorbeeld Novib en het toenmalige Foster Parents”), milieu („Wereldnatuurfonds”) en politiek („Amnesty, lidmaatschap van de PvdA”). Overal een beetje, nergens substantieel.

Maar op een goed moment besloten hij en zijn partner de caritas te saneren. Ze hadden de behoefte meer persoonlijk betrokken te raken bij ontwikkelingshulp aan de Derde Wereld. Ze wilden zich richten op één project, waar ze echt iets aan konden bijdragen. Dat werd een project voor indianen in Bolivia, dat vijf jaar geleden werd opgezet door een Boliviaanse landbouwkundig ingenieur en een Nederlandse antropoloog. De kleine organisatie, Chacana, wordt draaiende gehouden door ongeveer twintig vrijwilligers, voornamelijk Nederlanders. Chacana helpt indianen die op grote hoogte wonen te overleven, door infrastructuur en voedselvoorziening te verbeteren. Daarnaast stimuleert het de ontwikkeling van tuinbouw in lager gelegen gebieden, bijvoorbeeld door de aanleg van irrigatie.

Van Zijl is er als voorzitter van de raad van toezicht een paar uur per week mee kwijt. „We scharrelen ieder jaar ongeveer 100.000 euro bij elkaar. We proberen banken te interesseren om microkredieten te geven. En we hebben een samenwerking tot stand gebracht met de Landbouwuniversiteit Wageningen.” Hij bedenkt ook sponsorcampagnes. „Zoals een groot diner in december waar we 40.000 euro mee hopen op te halen. Rinnooy Kan komt spreken. En de Haagse kok Pierre Wind kookt, samen met leerlingen van het Mondriaan college, voor niets.”

Elsje Jorritsma