‘Botsen met samenleving hoort bij ons werk’

Minister Verdonk wil de Commissie Gelijke Behandeling afschaffen. Ze beseft niet wat ze daarmee allemaal weggooit, zegt voorzitter Castermans.

„Moedwillige verdraaiing van de feiten.” Zo kwalificeert Alex Geert Castermans, voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling, de aanval van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) op de commissie. „Ze zet iets neer dat niet onze uitspraak is, en gaat daartegen tekeer. Zo brengt ze mensen in verwarring.”

In het tv-programma Nederland Kiest pleitte Verdonk woensdag voor afschaffing van de commissie die beoordeelt of mensen op school, op het werk of elders worden gediscrimineerd. Aanleiding was een uitspraak van een dag eerder. Een Utrechtse vmbo-school mag niet eisen van een islamitische docente dat zij mannen een hand geeft, oordeelde de commissie. „Te gek voor woorden”, zei Verdonk, die volgens haar woordvoerder vindt dat veel uitspraken van de commissie „niet worden gedragen door de maatschappij”.

De Commissie Gelijke Behandeling werd ingesteld in 1994, als onderdeel van de Algemene wet gelijke behandeling. De negenkoppige juridische commissie biedt slachtoffers van discriminatie een laagdrempelig alternatief voor de rechter. De uitspraken zijn niet bindend. Vorig jaar sprak de commissie 250 oordelen uit, in 45 procent was sprake van discriminatie. Afschaffing kan niet eens, zegt Castermans, omdat zowel VN als EU tot een commissie verplichten.

Behalve Verdonk namen ook politici van CDA en PvdA afstand van de uitspraak over het handen schudden. Wordt de commissie voldoende gedragen door de maatschappij?

„Wij moeten toezien op het naleven van gelijkebehandelingswetgeving. Dat betekent dat we mensen die anders zijn beschermen tegen discriminatie. Dat leidt altijd tot een zekere weerstand, want het gaat om dingen die afwijken van wat als normaal wordt beschouwd. Af en toe botsen met de samenleving zit ingebakken in ons werk.”

Komt dat ook doordat u met formeel-juridische argumenten naar de werkelijkheid kijkt, en daarbij de stemming in het land negeert?

„De begrippen juridisch en maatschappelijk staan niet tegenover elkaar. Ze gaan hand in hand. We passen regels toe in concrete gevallen. Mensen denken ten onrechte dat wij hoofddoeken in alle gevallen toestaan.”

De meeste ophef ontstaat over uitspraken die islamitische kleding of gedrag toestaan. Fungeert de commissie als een buffer tegen de trend die zulke uitingen wil verbieden?

„Ik geloof niet in dergelijke trends, maar het is wel zo dat we bewust tegengas geven aan het verbieden van islamitische uitingen. De grondslag van onze rechtsstaat is het recht van ieder individu om met behoud van de eigen identiteit deel te nemen aan de samenleving. Opkomen voor dat recht botst misschien met de huidige stemming in het land, maar dat maakt ons niet wereldvreemd, zoals door politici wordt gezegd.

Het botst in ieder geval met het integratiebeleid van minister Verdonk.

„Onze uitspraken behelzen veel meer dan alleen religie. Het gaat ook over een agent die werd afgewezen omdat hij suikerziekte heeft, en bij nader onderzoek prima bleek te kunnen functioneren. Daar staan we ook voor, maar daar denkt mevrouw Verdonk niet aan. Ze roept gewoon: weg ermee!”

Hoe verklaart u de plotselinge kritiek vanuit de politiek?

„Het is verontwaardiging uit tijdgebrek. Ze hebben niet goed kennis genomen van de uitspraken. Ik verwijt Verdonk dat ze onze uitspraken verdraait. In onze laatste uitspraak en in de uitspraak over een moslim bij de Rotterdamse sociale dienst staat juist voorop dat een werknemer mannen en vrouwen op dezelfde wijze moet begroeten. De vraag is alleen of er ruimte is voor een andere vorm dan het geven van een hand. In de Rotterdamse zaak is die vraag nog onbeantwoord.

„Als we deze uitspraak na de verkiezingen bekend hadden gemaakt, waren er minder reacties geweest.”