Bos is veel te keurig

Het magazine M van NRC Handelsblad van november citeert Wouter Bos: „Ik wil een doodnormale premier zijn.” Een van zijn inspirators is wijlen Joop den Uyl: „Omdat hij de gewone problemen van gewone mensen wilde oplossen.” Waar heeft Bos de afgelopen dertig jaar gewoond? Vast niet in een gewone buurt. Alledaagse problemen van gewone mensen lossen zich vanzelf wel op, zonder premier. We kampen juist met juist ongewone, moeilijk oplosbare zaken.

Ook Bill Clinton is een voorbeeld van Bos. Maar dat niveau zal hij nooit halen. Clinton had, voordat hij president van de Verenigde Staten werd, een harde leerschool als gouverneur in de echte politiek. Bos zit al jaren in die ballenbak van de Tweede Kamer. Een risicoloze, goedbetaalde baan, waarin je geen verantwoording draagt. Oppositie voerde hij amper. Best een aardige man.

Clinton was beroemd en berucht om zijn buitenechtelijke escapades. Bos niet. Je zou willen dat hij zich in het tv-programma De wereld draait door zou vergrijpen aan een (slimme) meid als Heleen van Royen, die daar dan snel een bestseller over schrijft. Dan maak je televisiebeelden die de hele wereld over gaan en Nederland voor jaren op de kaart zetten.

Daar dwing je een soort bewondering mee af: Nederland wordt geleid door een daadkrachtige kerel met ballen, die hij niet werkeloos tussen zijn benen laat bungelen. Daar win je verkiezingen mee. Niet met eindeloos beppen in buurthuizen, waar bewoners zeuren over een verplaatste bushalte.

Die Bos is zó braaf, zó keurig, terwijl Nederland allang geen buurthuis met brave jarenvijftigmensen meer is. Wie weleens kijkt naar de televisie, e-mailreacties op internet leest of een wedstrijd in het betaalde voetbal bezoekt, beseft dat ons land veel lijkt op een open inrichting met gevaarlijke gekken.

Die moet bestuurd worden door besluitvaardige ministers, die zich niet door Jan en alleman laten afzeiken. Het is niet belangrijk of ze op de televisie wel goed overkomen en charismatisch zijn. Anders moet je Youp van ’t Hek en Johan Cruijff als leiders van een kabinet aanstellen.

Nu de financiële kant van de PvdA. Over twee punten is veel te doen geweest. De belastingheffing over de AOW vanaf het jaar 2011. En de – vanaf 2008 alleen voor nieuwe geldleningen – verlaging van het maximale aftrektarief van de hypotheekrente van 52 naar 42 procent. Daardoor kan de overdrachtsbelasting vervallen (goed voornemen) die startende huizenkopers moeten betalen, hoopt de PvdA. De zogenaamde rijken, mensen met een belastbaar jaarinkomen boven de 52.228 euro (circa 115.000 gulden), voelen dat als een dolksteek in de rug.

Maar veel stelt de verlaging niet voor. Geen enkele partij met kans op regeren gaat immers flink aan de aftrek sleutelen. Om drie redenen niet. Je regeert nooit alleen en moet daarom altijd politieke medestanders zien te vinden.

Verder ben je gek wanneer je zand in die sterke economische huizenmotor strooit. Ten derde is de renteaftrek sinds 2004 al sterk beperkt door de bijleenregeling. Die levert de overheid ruim voldoende op om de gewone starters te helpen. Maar daar hoor je nooit iemand over klagen.

Het vanaf 2011 belasten van de AOW levert de overheid weinig belastingen op, volgens het Centraal Planbureau. Ook dit is verkiezingspraat.

Maar praatjes in verkiezingstijd zijn geen garantie voor de daden van een nieuw kabinet. Wanneer de mannen en vrouwen eenmaal op het pluche zitten, zijn ze tot alles in staat, met een meerderheid in de Tweede Kamer. Ongeacht hun politieke kleur. Ik wens u veel wijsheid. Ga in elk geval stemmen.