Vrienden van de buis

Geertje Bos: Noem mij maar Swiebertje. Biografie van Joop Doderer. TM Publishers, 238 blz. €18,90

Aart Staartjes: Had ik maar een vak geleerd. Toneel van de jaren ‘60. Thomas Rap, 176 blz. €17,50

Swiebertje heeft de dikke Van Dale gehaald, met verwijzing naar het schilderachtige zwervertje uit de gelijknamige tv-serie. Over het Swiebertje-effect rept het woordenboek niet, maar ook dat is allang een gevleugelde term – voor een acteur die te lang met één rol vereenzelvigd bleef. Ook de Nederlandse taal heeft dus wel wat aan de vorig jaar overleden Joop Doderer te danken. Zijn levensverhaal is nu opgetekend door Geertje Bos, die een vriendin des huizes was en kort voor zijn dood nog een paar gesprekken met de hoofdpersoon heeft kunnen voeren. Voorts interviewde ze een groot aantal intimi, die niet alleen positieve verhalen te vertellen hadden.

Het resultaat is een onopgesmukt relaas, dat iets te vaak blijft steken in een nogal kleurloze opsomming van wapenfeiten, maar dat af en toe ook tot leven komt. Vooral, opvallend genoeg, als het over ’s mans minder aangename, egocentrische karaktertrekken gaat – zijn dominante gedrag jegens zijn collega-acteurs in Swiebertje, zijn soms onstuitbare neiging om in het middelpunt te staan en zijn nogal nonchalante liefdesleven. Steeds waren er weer nieuwe vrouwen die met hetzelfde charmeursarsenaal (bonbons, bloe men) werden veroverd. Bos ontdekte zelfs dat Doderer niet drie keer getrouwd is geweest, maar vier keer.

Als acteur blijft Joop Doderer in dit boek ietwat onderbelicht; de biografe waagt zich niet aan beschrijvingen van zijn spel. Wel laat ze de acteur terugblikkend concluderen dat hij veel met zijn glansrol gemeen had: ‘Swiebertje was een romanticus. Ik ben ook een romanticus.’

Minder romantisch zijn de herinneringen die Aart Staartjes (ook een tv kindervriend, dankzij Sesamstraat en Klokhuis, maar dan voor een latere generatie) heeft opgetekend aan zijn toneelcarrière die precies tien jaar heeft geduurd. ‘Wat een ellende, wat een vak’, noteert hij ergens – en daarmee is de teneur wel ongeveer samengevat.

Had ik maar een vak geleerd is het met veel sarcasme vertelde verhaal van een jongeman die acteur wilde worden, maar veelal rollen speelde die hij niet snapte, vergeefs aandrong op toneel dat iets te maken had met de roerige buitenwereld (de jaren zestig) en moest werken met regisseurs die hem geen houvast gaven. Tot de onvermijdelijke uitbarsting kwam: ‘Laat ze toch allemaal de pest krijgen met dat kuttoneel!’ Dat hij daarna bij de televisie wél zijn draai vond, blijft in dit boekje buiten beschouwing. Hopelijk komt er dus nog een vervolg.