Te koppig voor de top

Donald Rumsfeld was als minister intelligent, standvastig en hij bemoeide zich tot in detail met de oorlogsvoering.

Dat werd zijn ondergang.

Hoge militairen noemden het de ‘op afstand bestuurde schroevendraaier.’ Dan ging het om de voorliefde van (oud-)minister van Defensie Donald Rumsfeld om zich tot in detail te bemoeien met onderdelen van de oorlog in Irak die hem interesseerden. En het is een van de redenen waarom het leger vandaag de dag blij zal zijn met Rumsfelds vertrek – misschien wel blijer dan de Democraten, die hun eerste scalp na hun verkiezingsoverwinning al heel snel binnen hebben.

Tot het bittere einde van zijn ministerschap, ook al moet hij hebben geweten dat hem nog weinig tijd restte, wilde hij die mogelijkheid, om bij zijn veldcommandanten over de schouder mee te kijken, niet opgeven. Toen generaal James Jones, de aftredende opperbevelhebber van de NAVO, onlangs met Rumsfeld praatte over het bevelhebberschap bij Centcom (de Amerikaanse legerdivisie die zich bezighoudt met het Midden-Oosten), vroeg hij of Rumsfeld van plan was zijn directe communicatielijn met generaal George Casey in Irak voort te zetten, waarbij Centcom soms werd gepasseerd. Toen Rumsfeld dat niet wilde uitsluiten, ging Jones zich afvragen of het wel zo’n goed idee was om bij Centcom aan de slag te gaan. Toen Rumsfeld zei dat hij geen veranderingen van de strategie in Irak voorzag, bedankte Jones.

Veranderingen van de strategie in Irak zijn nu wel op til, en het vertrek van Rumsfeld is de zichtbare manifestatie van een mentaal proces. De regering-Bush is zichzelf de afgelopen weken – achter gesloten deuren – de vraag gaan stellen of de strategie in Irak werkt. Kunnen we ons doel bereiken met de middelen die we hebben? En zo niet, hoe kunnen we die middelen en doelen dan aanpassen zodat ze wél op elkaar aansluiten?

Rumsfeld werd lang geleden het symbool voor een oorlog waaraan hij al ten minste drie jaar geleden is gaan twijfelen, toen hij zijn beroemde memo schreef, waarin hij voorspelde dat de oorlog in Irak een ,,lang, hard geploeter” zou worden. Dat memo is illustratief voor de intellectuele stijl van Rumsfeld. Hij vroeg zich af of de Amerikaanse tactiek er niet toe zou leiden dat „nieuwe terroristen nog sneller zullen opstaan dan wij de oude doden” en voegde daaraan toe: „Zijn de veranderingen die we doorgevoerd hebben te bescheiden en te marginaal? Mijn indruk is dat we nog geen stoutmoedige zetten hebben gedaan, hoewel we wel veel verstandige, logische stapjes in de goede richting hebben gezet. Maar is dat genoeg?”

Dat was de positieve kant van Rumsfeld – een bereidheid om ‘vaststaande feiten’ in twijfel te trekken, en een neiging om de lievelingsprojecten van het leger kritisch tegen het licht te houden. Rumsfeld vond dat het leger mobieler moest worden, en vooral een expeditieleger. De militaire top aanvaardde een aantal van zijn ideeën, maar diep van binnen waren hoge generaals ervan overtuigd dat zijn beleid het leger zou stukmaken.

Vreemd genoeg waren het de generaals die Rumsfeld aanvankelijk op zijn plek hielden. Het Witte Huis had dit voorjaar al besloten dat het tijd was voor een wisseling van de wacht in het Pentagon, en functionarissen bereidden zich er al op voor het nare nieuws aan Rumsfeld over te brengen, toen de ‘revolte van de generaals’ uitbrak op de opiniepagina’s van de kranten. Voormalige officieren stonden in de rij om hun vroegere baas te kapittelen. Het Witte Huis wilde niet lijken te wijken voor druk en keerde op zijn schreden terug.

Rumsfelds pluspunt was zijn intelligentie. Hij liet ook de moed niet zakken, zelfs niet toen het in de oorlog in Irak van kwaad tot erger werd. In dat opzicht was hij zelfs taaier dan een van zijn voorgangers, Robert McNamara, die in het laatste jaar van zijn ministerschap tijdens de Vietnam-oorlog privé begon te bezwijken onder de druk. Rumsfeld belichaamde de oude schoolwijsheid: laat nooit zien dat je zweet. Maar zijn minpunten – hij kon níet samenwerken – waren zo groot dat maar weinigen zich de pluspunten zullen herinneren.

David Ignatius is columnist van The Washington Post. © Washington Post Writers Group 2006 – Vertaling: Menno Grootveld

Meer op www.defenselink.mil/ of 86718 naar 7585.