Stroomlijn wirwar hulporganen VN

De wirwar van organisaties die zich binnen de Verenigde Naties bezighouden met humanitaire hulpverlening, milieu en ontwikkeling moet hoognodig worden gestroomlijnd. Op het terrein van ontwikkelingshulp zijn de inspanningen van de VN nu ‘versnipperd, zwak en niet opgezet om te voldoen aan de behoeftes’ van de landen die geholpen moeten worden. De wildgroei van organisaties, kantoren en taken leidt tot buitensporige administratieve kosten.

Dat stelt een adviescommissie onder leiding van de premiers van Noorwegen, Mozambique en Pakistan in een rapport dat zij gisteren aan Kofi Annan hebben aangeboden. Op de grote VN-top in 2005 hebben de staatshoofden en regeringsleiders om het advies gevraagd.

In meer dan een derde van de landen waar de VN hulp verlenen zijn ze actief met meer dan tien verschillende organisaties, in sommige landen zelfs met meer dan twintig aparte VN-organisaties – vaak zonder goede onderlinge coördinatie. „Geconfronteerd met de problemen van nu zou niemand het VN-systeem meer opzetten in de huidige vorm”, zei de Noorse premier Stoltenberg bij de presentatie. „Als we het laten zoals het is, zwichten we voor nationale en internationale korte-termijnbelangen.”

VN-secretaris-generaal Kofi Annan noemde de aanbevelingen van de commissie ambitieus maar realistisch. Hij riep de lidstaten van de volkerenorganisatie op ze met spoed over te nemen. Voor het eind van het jaar zal hij het rapport presenteren aan de Algemene Vergadering van de VN, waarin alle landen vertegenwoordigd zijn, en het advies overdragen aan zijn opvolger Ban Ki-moon, die op 1 januari aantreedt.

In sommige Afrikaanse landen werken adviseurs van vijf verschillende VN-organisaties aan aids-bestrijding. Vijf landen, waaronder Vietnam, worden aangewezen om nieuwe, eenvoudiger manieren van werken en samenwerken in het veld uit te proberen. (AP, Reuters, AFP)