Strijders voor het gezellige clubwezen

In de tweede aflevering over zijn bezoek aan de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit stelt Arnon Grunberg vast dat deze ‘pedopartij’ vooral een club gelijkgestemden tegen de rest van de wereld is.

President Poetin verklaarde onlangs dat hij jaloers was op de Israëlische president Katsav, die ervan verdacht wordt een aantal vrouwen te hebben aangerand. Dit was een grap van Poetin. Had men Katsav ervan verdacht kinderen te hebben aangerand, dan had Poetin deze grap waarschijnlijk niet gemaakt. Een vrouw aanranden heeft onder echte mannen iets aanlokkelijks. De verdenking dat ze het er zelf wel naar gemaakt zal hebben, verdwijnt nooit helemaal. Maar dat een kind het er zelf naar gemaakt zal hebben, daar ligt de grens. Een kind kan ons verleiden tot een knuffel, een ijsje, een kus op de navel hooguit.

In de woning van Marthijn Uittenbogaard, een van de drie oprichters van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit, ook wel genaamd pedopartij, wordt het steeds gezelliger. Ik vergeet dat de kans bestaat dat er opnieuw een steen door de ruit kan gaan. En dat ik voor die ruit zit.

Marthijn heeft buiten zijn werk in de spoelkeuken om een seksueel woordenboek samengesteld. (www.seksencyclopedie.nl) waarin men bijvoorbeeld vindt dat ‘feest’ een ander woord voor ‘ongesteld’ is.

Met enige regelmaat rijdt een politieauto door de straat om de heren te beschermen tegen stenengooiers en als dat gebeurt zegt Ad van den Berg, de penningmeester van de partij: „Daar gaat de politie weer.”

Norbert de Jonge, die de ideoloog van de partij lijkt te zijn, verklaart: „Uit onderzoek van Kansas State University blijkt dat negenentachtig procent van de mannen seksuele gevoelens heeft voor kinderen.” Ad vult hem aan: „Veel mannen vinden Lolita’s aantrekkelijk.”

Lolita, de naam moest

een keer vallen. Door de triomfantelijkheid waarmee die negenentachtig procent door de woonkamer schalt, wordt me iets duidelijk.

De vraag is: waarom overschrijdt iemand een grens? Waarom gaat iemand naar de guerrilla’s in Zuid-Amerika terwijl diegene ook aan een uitstekende universiteit in Amerika had kunnen studeren? Waarom is oorlog zo aantrekkelijk dat je dienst neem in het leger met alle risico’s van dien, terwijl je ook manager bij de Aldi had kunnen blijven?

In dit geval was de vraag: waarom moest de grensoverschrijding vervat worden in een partijprogramma? Het antwoord is erg Nederlands. Vanwege de gezelligheid. De intense behoefte aan een ‘cluppie’ ligt ook aan deze partij ten grondslag. We zijn niet alleen, we zijn met negenentachtig procent maar ze durven het nog niet te zeggen.

De romantiek van de eenzame cowboy heeft in Nederland nooit vaste voet aan de grond gekregen. Er moet een vriendengroepje omheen, liever nog een vereniging of een stichting. Pas dan ben je in Nederland echt normaal. Misschien ben je niet door anderen geaccepteerd, misschien willen ze een brandbom door je ruit gooien. Maar je eigen cluppie vindt het prima wat je doet.

In dit opzicht moeten de heren van de pedopartij Titaantjes worden genoemd. Met alle risico’s die zij lopen en die niet moeten worden onderschat. Strijders voor het clubwezen en bijbehorende gezelligheid.

Norbert gaat languit zitten op de bank. Hij zegt: „Banken willen ons niet hebben. Internetproviders willen ons niet hebben. We zijn een bedrijfsrisico.”

„Maar bekende Nederlanders staan achter ons, al durven ze het niet allemaal te zeggen.” De stem van Ad heeft iets van een ouderwetse verkoper.

„Wie dan bijvoorbeeld?” vraag ik.

„Cora Emens.”

„Wie is Cora Emens?”

„Cora Emens van Beter in Bed.”

Ik knik. Hoewel ik nog nooit van Beter in Bed heb gehoord.

Norbert: „We hebben nu twaalf jaar in ons partijprogramma staan, maar uiteindelijk willen we naar nul. Vroeger wilden de grote partijen dat ook.”

In 1985 pleitte de toenmalige minister van Justitie Korthals Altes (VVD) voor het verlagen van de leeftijdsgrens waarop seksuele activiteiten strafbaar kunnen worden gesteld van zestien naar twaalf jaar. Hij kreeg onvoldoende steun.

Dat een minister

van Justitie zoiets in 1985 kon voorstellen geeft aardig aan dat de Nieuwe Kuishuid snel maar onverbiddelijk is opgerukt. Ad slaat zijn armen over elkaar. „Dat soort dingen zijn ook heel cultuurgebonden. Het is een probleem door het taboe. In Japan is het heel normaal om als het kindje huilt het over zijn piemeltje te strelen, nou moet dat je in Amerika niet proberen.”

„Je moet een kind overal strelen”, zegt Norbert.

Deze opvatting vindt bijval. „Alle taboes moeten worden geslecht”, vindt Marthijn.

„Maar we zijn tegen dwang”, vult Norbert aan.

Ad zegt: „In Amerika ga je voor een beetje kinderporno levenslang de gevangenis in. Voor minimale dingen zit je levenslang.”

„Ik vergelijk het met de jodenvervolging.” In Norberts stem klinkt geen ironie door.

Nieuwe zoutjes worden uit de keuken gehaald. Marthijn eet een boterham.

„Heb je wel eens gehoord van de Stichting Soelaas?” vraagt Norbert. „Die stichting heeft een rechtszaak tegen ons aangespannen. We waren van plan met jodensterren op naar de rechtbank te gaan, en op die sterren zou dan het woord ‘pedo’ staan. Uiteindelijk hebben we het niet gedaan. Robbie Muntz, ken je die, wilde ook met een jodenster met het woord ‘pedo’ naar de rechtbank gaan en toen hebben we maar een ‘smiley’ opgeplakt.”

Ik denk aan Robbie Muntz en knik.

„Je denkt dat ik overdrijf maar in Duitsland is een man opgepakt die een tekst van Edward Brongersma op internet heeft gezet.” Brongersma was lid van de Eerste Kamer voor de PVDA en schreef onder andere: Jongensliefde. Seks en erotiek tussen jongens en mannen.

Er valt een stilte. Ik denk nu aan Brongersma.

„Dwang is een factor die het schadelijk maakt”, zegt Ad.

Norbert vult hem aan: „Volwassenen doen soms aan SM en andere ruige dingen, daarvoor leggen we de grens bij zestien.”

Marthijn kauwt rustig verder op zijn boterham. Titaantjes. Aardige jongens.

Ad heeft een vriendje van 13. Hij is praktiserend pedofiel, wekt althans die indruk. De andere twee zijn in theorie pedofiel. Iets waar men weinig op tegen kan hebben. Als seksuele fantasieën strafbaar zouden zijn, zouden de gevangenissen uitpuilen.

„Maar op een gegeven moment is een blaadje van C&A bekijken niet meer genoeg”, zegt Marthijn.

„Omdat wij zo activistisch zijn houden we ons in”, bevestigt Norbert.

De boterham van Martijn is nu op. „Vroeger”, zegt hij, „ging ik nog wel eens naar het zwembad. Een bal overgooien.”

Norbert: „Toen ik er nog wat jonger uitzag kwam ik nog wel op de speelplaats, tegenwoordig kun je als vreemde man geen kind meer op je schoot nemen.”

Marthijn heeft weinig contact meer met zijn ouders. „Mijn moeder vindt dat ik met de partij moet stoppen”, zegt hij. „Ze is heel burgerlijk.”

„We zijn veel meer dan een pedopartij”, zegt Norbert. „We vinden bijvoorbeeld dat discriminatie moet worden toegestaan. De overheid mag niet discrimineren, maar je mag best op je winkel zetten: ‘Geen negers.’ Of: ‘Geen pedo’s.’ Als de overheid er maar voor zorgt dat als die mensen nergens meer terecht kunnen, dat er ergens nog wel een plekje is waar ze kunnen eten.”

„Ik ben een Fortuyn-fan”, zegt Marthijn. Er klinkt nu nog meer melancholie door in zijn stem dan anders. „We moeten hier geen grote groepen andersdenkenden hebben.”

Ad heeft lange tijd gezwegen. Nu zegt hij: „Je moet je haat kwijt.”

En Norbert verklaart: „We denken ook niet dat de mensen massaal zullen gaan discrimineren.”

Ik denk aan Gerard Reve en Pim en een bal overgooien in het zwembad.

(wordt vervolgd)