Staalkaart van de literaire strip in Europa

Jan Op de Beeck (samenstelling): De Brakke Hond 92. Graphic novel. Uitgever: Peter Pauwels, 144 blz. €12,–

‘Schrijvers en tekenaars zouden vaker moeten samenwerken.’ Die gedachte dringt zich op als je de Nederlandse strip van vandaag de dag beziet. Het tekentalent is ruimschoots aanwezig, maar het ontbreekt vaak aan een goed verhaal. Er verschijnt hier maar geen kloeke graphic novel, het genre dat in de Verenigde Staten springlevend is. Twee jaar geleden stond een aflevering van het Amerikaanse literaire kwartaalblad McSweeney’s in het teken van de graphic novel. Hoofdredacteur Chris Ware, dankzij zijn droevige epos Jimmy Corrigan: The Smartest Kid on Earth een grote naam in dit genre, zette in dat nummer al het talent in Noord-Amerika op een rij. Een prachtige staalkaart, maar voor liefhebbers van het genre weinig verrassend, getuige de bijdragen van usual suspects als Art Spiegelman, Joe Sacco en Daniel G. Clowes.

Het Vlaamse literaire tijdschrift De Brakke Hond heeft nu aan stripliefhebber Jan Op de Beeck (1980) gevraagd om een zelfde soort bloemlezing te maken, maar dan met tekenaars uit Europa (en iets daarbuiten). Het resultaat is ditmaal wél verrassend: een nummer gevuld met werk van tekenaars uit Italië, Duitsland, Finland, Schotland, Zuid-Afrika en natuurlijk België. Dat er geen Nederlandse tekenaars zijn vertegenwoordigd, is als gezegd niet verbazingwekkend. De enige Nederlander die in de selectie van Op de Beeck niet zou misstaan, is Guido van Driel, die zich met werk als Toen we van de Duitsers verloren serieus waagt aan het genre.

En dat uit Nederland alleen Van Driel hier tussen zou mogen, zegt meteen iets over het hoge niveau van de selectie van Op de Beeck. Hij legt de nadruk op het experiment en kiest voor tekenaars die het genre proberen open te breken, die ‘naar nieuwe grafische en/of narratieve mogelijkheden zoeken’, aldus de samensteller in zijn voorwoord.

Dat selectiecriterium levert spannend werk op, zoals het naargeestige verhaal van de Italiaan Andrea Bruno. In zwart-wit tekeningen (zonder grijstinten), die een zeer dreigende sfeer oproepen, beschrijft Bruno de desertie van twee soldaten. De priesters die ze vervolgens ontdekken, genieten van het leed van de soldaten, van de macht die ze over hen hebben. Dat sadisme – dat zich zowel in de gezichtsuitdrukkingen als in de woorden van de personages manifesteert – lijkt in de onheilspellende wereld die Bruno oproept, de enige beklijvende emotie.

De intelligente humor van de Schot David Shrigley toont hoe subtiel en zorgvuldig beeld en taal de wereld in een ander daglicht kunnen stellen. Een mannetje loopt over straat en valt neer, vergaat tot een skelet. De droge beschrijvingen completeren het absurdistische beeld.

Dat je ook te ver kunt gaan met het ‘genre openbreken’, blijkt uit de keuze voor werk van de Finse kunstenares Eline Merenmies. Haar werk heeft niets van doen met de graphic novel, hoe breed je die term ook definieert. Het zijn donkere beelden, veelal portretten, die onderling niet zijn gerelateerd. De sequentie, blijkt steeds weer, is toch een conditio sine qua non voor de strip, en dus voor de graphic novel.

Het grootste talent in dit nummer van De Brakke Hond is de Brusselse kunstenares Dominique Goblet. Haar schrijnende en zeer subtiel geïllustreerde verhaal over een alleenstaande vrouw, is integraal te vinden op de website van het tijdschrift (www.brakkehond.be).