Ruwe berk, zachte berk

Bomen doen weinig om je aandacht te trekken. Hun aanwezigheid lijkt vanzelfsprekend. Deel zes van een serie.

Nu loop ik aan iedereen te vragen wat zijn favoriete boom is. Zelf zou ik denk ik zeggen: de berk. En op de vraag waarom: om zijn pretentieloze elegantie. De berk is een frivool element in het Nederlandse landschap.

Hij staat ergens meestal voor maar één generatie, zestig tot tachtig jaar. Snelgroeiend, kortlevend, onbekommerd, een beetje de spreeuw onder de bomen.

De berk geldt als een typische lichtboom. Hij heeft veel licht nodig om van de grond te komen, maar dat gunt hij later ook aan anderen: achter een berk staat altijd de hemel. Tenzij – Tenzij hij in een gesloten bos staat. Tussen beuk, eik en/of grove den, maakt de berk een benarde indruk. Het wit van zijn stam en de beweeglijkheid van zijn loof gaan dan verloren. Hij moet de ruimte hebben. Dan staat hij prachtig in zijn eentje (op de hei), in een groepje (in het plantsoen) of in een eigen bosje (wat in Nederland jammer genoeg een uitzondering is).

Je kunt je berken overal in ons land voorstellen. Om dat effect te bereiken hebben ze zich in twee (inheemse) soorten verdeeld: de ruwe berk voor droge en zanderige, de zachte berk voor natte en venige situaties. Er is verschil in schors, in bladvorm en in stand en schil van twijgen.

Wij hebben een zestal berken voor de deur staan. Ruwe of zachte, vroeg ik laatst aan mijn buurman die bij Staatsbosbeheer heeft gewerkt. Hij nam een twijgje tussen duim en wijsvinger, wreef even en verklaarde: zachte.

Dus tot verbazing van de hond onderbreek ik onze wandelingen nu regelmatig om even aan een berkentwijgje te voelen. Het is een aardige manier om contact te maken en ik mag wel zeggen dat ik vorderingen maak. Maar het blijft moeilijk om alle kenmerken bij één boom bij elkaar te krijgen. Tot troost, of afschrikking, van de leek zij dan opgemerkt dat er ontzettend veel bastaardberken in omloop zijn – inclusief die welke bij ons voor de deur staan, vrees ik.

Goed, ik met mijn zwak voor berken... toen ik gisteren wat afwezig hier in de buurt over een kale heuvel liep, merkte ik dat een berk die daar in alle eenzaamheid zijn herfstgeel overeind stond te houden me ontroerde... ik zit in een boekje over historische boselementen te bladeren en daar valt mijn oog opeens op een foto van berken in een configuratie die me bekend voorkomt: op een rijtje aan weerszijden van een bospad of -weg.

De begeleidende tekst spreekt van brandsingels.

Om deze singels te kunnen plaatsen moet je ongeveer een eeuw teruggaan. Voor zover mogelijk werden de laatste woeste gronden van ons land beplant met bomen. Productiebos, naaldhout. Naaldbomen zijn betrekkelijk droge bomen en zitten vol harsachtige stoffen – erg brandbaar. En er reden stoomlocomotieven door het land – vol vuur.

Brandsingels dienden om de bossen te compartimenteren en om de toegankelijkheid ervan te verzekeren voor de brandweer. Ze werden omzoomd met loofbomen, doorgaans berken.

Waarom uitgerekend berken? Dan moet je ongetwijfeld aan de schraalheid van de betrokken bodems denken. Maar als je over berken leest, krijg je ook het gevoel dat ze wateriger zijn dan alle andere loofbomen. Al vroeg in de winter komen de sapstromen in berken weer op gang, overvloedig en suikerrijk. Wordt er te laat gekapt, dan bloedt een berk onherroepelijk dood. Maar die sappen kunnen ook moedwillig worden afgetapt voor de bereiding van haarwater of berkenwijn.

Brandsingels met berken. Er zijn er wel een stuk of drie op mijn vaste wandelroutes. Mooi, daar heb ik voortaan een verhaal bij. Tegelijkertijd bedrukt mij natuurlijk de gedachte dat ik daar al die jaren heb rondgelopen zónder dit verhaal. En over verhalen gesproken: in Russische romans zijn grote delen van het land bedekt met berkenbossen. Hedendaagse treinreizigers bevestigen dit beeld – dagenlang onderweg met niets dan berken om op uit te kijken. In die gebieden is berkenbos kennelijk het hoogste stadium van vegetatie. ’t Zou je naar Rusland doen verlangen.

Patrick Jansen en Mark van Benthem: ‘Historische boselementen’. Uitgeverij Waanders, 19,95 euro.