Rijnlands `couveuse- kapitalisme` is passé

Het artikel van Paul de Beer ademt de geest van de jaren vijftig: terug naar de Rijnlandse couveusesamenleving van na 1950 (Opinie & Debat, 4 november). Hij betoogt dat het economisch beleid in Nederland een beweging weerspiegelt naar het Amerikaanse kapitalistische systeem met nadruk op dynamiek en marktwerking. De sociale verworvenheden van het Rijnlandse systeem (stabiliteit en samenwerking) zouden worden onderschat.

Hij gaat voorbij aan het feit dat het Rijnlandse model passé is omdat het niet kan functioneren in een wereld die wordt gekenmerkt door technologische veranderingen. Dit vraagt om een samenleving met veel economische en sociale flexibiliteit. Het Rijnlandse model met zijn inherente belemmerende regels op ondernemerschap, gebrek aan durfkapitaal en de ontbrekende prikkels voor inactieven om actief op de arbeidsmarkt te worden, leidt tot een samenleving die niet in staat is om zich aan nieuwe technologische ontwikkelingen aan te passen, laat staan deze zelf tot stand te brengen.

Politici moeten pleiten voor een andere verzorgingsstaat waarin levenslange ontplooiing centraal staat. Overheid en bedrijfsleven kunnen geen garanties geven maar moeten mensen de zorg bieden die nodig is om zich een leven lang flexibel in te zetten. Dat betekent meer investeren in onderwijs en stimuleren van ondernemerschap.

De sociaal-economische hervorming van Nederland vereist politici met durf die zich verweren tegen de sirenenzang van de Rijnlandse couveusesamenleving.