Rechters Italië: we werken voor niks

Wie een misdrijf heeft gepleegd in Italië, moet wel een enorme pechvogel zijn wil hij de cel nog indraaien. De Italiaanse rechters hebben daarom gisteren groot alarm geslagen. Ze hebben het gevoel dat ze voor niks werken.

De Hoge Raad van de Magistratuur, de CSM, vreest dat 80 procent van de lopende strafprocessen zal eindigen in kwijtschelding van de straf. De andere 20 procent van de zaken zou wel eens op vrijspraak kunnen uitlopen, wegens verjaring van het misdrijf.

Aan de basis van deze gevreesde straffeloosheid liggen twee wetten. Eind vorig jaar halveerde de regering-Berlusconi de verjaringstermijn voor veel misdrijven. Een maatregel die Silvio Berlusconi zelf de komende jaren nog veel diensten kan bewijzen, nu de voormalige premier opnieuw in twee rechtszaken terecht moet staan.

Maar nog veel ernstigere gevolgen heeft een wet die de regering Prodi eind juli liet aannemen. Die wet moest een einde maken aan de gigantische overbevolking in de gevangenissen, maar is een veel te grof instrument gebleken. Straffen tot drie jaar zijn in veel gevallen kwijtgescholden. Al 23.000 van de zestigduizend gevangenen zijn op vrije voeten.

De rechters zijn echter vooral boos, omdat de wet ook geldt voor alle misdaden die voor 2 mei 2006 zijn gepleegd en nu nog moeten worden vervolgd. Volgens vicevoorzitter van de CSM, Nicola Mancini, werken rechters hierdoor in acht van de tien processen voor niks. Aan de twee andere nog wel te bestraffen rechtszaken komen ze door overbelasting niet toe. Deze zaken dreigen te verjaren.

Minister van Justitie Clemente Mastella wil dat de rechters nu eerst deze laatste processen voeren. Maar de rechters stellen dat zijn niet gerechtigd zijn om dergelijke keuzes zelf te maken. Ze vinden dat de politiek zelf een oplossing moet vinden en suggereren amnestie voor alle verdachten die nu toch al niet meer bestraft kunnen worden.