Poes op pad

Dolblij was ik deze zomer, toen ik na drie jaar mijn poes Iggy eindelijk had teruggevonden. Hij was weggelopen nadat ik verhuisd was, en helemaal teruggelopen naar mijn oude huis, aan de andere kant van de stad. Onderweg had hij gelogeerd bij Frank, een kunstenaar die vliegtuigen bouwt in zijn atelier. Daar, in de cockpit, had Iggy al die tijd liggen slapen.

Nu is hij wéér weggelopen. En dat terwijl het net zo goed leek te gaan. Iggy had zijn oude plekje op de vensterbank weer ingenomen. Hij luisterde weer naar zijn naam (want de afgelopen drie jaar heette hij opeens Mauw). En hij at zelfs al weer samen met de andere katten uit één bakje.

Misschien kwam het door de vallende herfstblaadjes, maar een paar weken geleden werd Iggy opeens onrustig. Hij begon nachtenlang weg te blijven en kwam dan ’s ochtends helemaal verkleumd en hongerig terug. Geen idee waar hij geweest was. Toen dook hij opeens weer op bij ons oude huis. Alleen deed hij er nu geen drie jaar over, maar slechts één dag – hij wist intussen de weg.

En gisteren, toen we de poes alweer twee dagen kwijt waren, belde Frank op: Iggy zat weer in het vliegtuig.

Mijn theorie is dat Iggy gewoon niet kan kiezen. Hij vindt het overal leuk en hij vindt iedereen aardig. En dus loopt hij ‘s nachts, als het rustig is op straat, zijn rondjes door de stad, op zoek naar gezelligheid. Misschien moeten we maar een bezoekregeling treffen: dat Iggy de ene week bij mij slaapt en de andere week bij Frank. een soort co-katschap, zeg maar.