Om hoeveel handen gaat het helemaal?

Die Marokkaanse docente die na de zomervakantie ineens bleek te hebben besloten dat ze ‘om geloofsredenen’ niemand op haar school meer een hand zou geven, is natuurlijk óf beïnvloed door Samir A., óf gewoon niet goed snik.

Het is toch net zoiets als wanneer een manlijke leraar van de ene dag op de andere met een peniskoker z’n klas in zou komen omdat hij toevallig een Papoea-achtergrond heeft en ineens het contact wilde herstellen met de vruchtbaarheidsgoden van zijn oude cultuur?

De directeur van het Vader Rijn College had volgens mij de keuze gehad uit twee mogelijkheden. Hij had de moslima kunnen voordragen voor ontslag, omdat hij het economie-onderwijs moeilijk kon blijven toevertrouwen aan iemand die van lotje getikt is. Of hij had moeten doen of z’n neus bloedde.

Hij deed geen van beide. Hij schorste de lerares en lokte daarmee een zaak uit voor de Commissie Gelijke Behandeling.

Nou, daar weten ze altijd wel raad met dat type casuïstiek.

Weliswaar, redeneerde de commissie ongeveer, begroeten we elkaar in Nederland vaak met een handdruk, maar blijkbaar – zie die moslima – is dat op het Vader Rijn College als ‘uniforme begroetingswijze’ niet meer houdbaar. Er zijn trouwens andere manieren om respect te betuigen, dus openbare scholen mogen hun personeel niet één exclusieve vorm opleggen.

Briljant. Ik weet zeker dat ik daar na een nachtje slapen ook op zou zijn gekomen, dus ik begrijp niet waarom ze mij nooit voor zulke commissies vragen.

De Rijndirecteur intussen natuurlijk teleurgesteld. Ik las in een interview dat hij ‘piketpaaltjes’ had willen slaan tegen de oprukkende moslim-orthodoxie. „Handen geven is de kern van de samenleving”, liet hij zich in z’n opwinding zelfs ontvallen.

Zou dat? Worden in de samenleving eigenlijk veel handen gegeven? Ja, in Frankrijk, waar je geen tien stappen kunt zetten of je hebt er weer twintig te pakken. Maar hier? Er gaan toch dagen voorbij dat je met niemand lichamelijk contact maakt? Hand omhoog en hoi als je ergens binnenkomt. Een vage zwaaibeweging en doei als je weer weggaat. Ik zou wel eens de uitkomsten willen lezen van een enquête naar handmatige begroetingen bij Nederlanders van beiderlei kunne. Dan zou uit de cijfers vast en zeker blijken dat dat malle mens in Utrecht op z’n ergst twee keer per jaar een paar ongelovige handen had moeten schudden, en zelfs moslims lijken me behendig genoeg om zich daar, zonder in de gaten te lopen, onderuit te draaien met een stevig knik (op z’n Pruisisch) of een nederige buiging (op z’n Japans).

Maar zoals gezegd: de directeur van het Vader Rijn College weigerde te doen of z’n neus bloedde. Strijdbaarder dan ooit zei hij tegen de krant: „‘Ik moet nog met mijn advocaat praten, maar waarschijnlijk zien we elkaar weer voor de rechter.”

Bloed aan de paal.

Geen wonder dat mevrouw Verdonk – met dat glimlachje van minachting voor alle Nederlanders die niet op de VVD zullen stemmen – het antwoord meteen klaar had toen haar in Nova werd gevraagd wat ze van die Commissie Gelijke Behandeling vond. Afschaffen.

Als ik bij zulke gelegenheden naar IJzeren Rita kijk of luister, probeer ik me altijd even voor te stellen wat er zou zijn gebeurd als ze hier als moslima terecht was gekomen. Reken maar dat ze dan meteen lijsttrekker van de Hofstadgroep was geworden, met de verschrikkelijkste gevolgen voor iedereen die niet op de VVD wil stemmen, en in het bijzonder voor de drukkerij van PCM die er dan niet van af was gekomen met een terroristische tennisbal in haar muur.

Maar godzijdank, daar zag ik de minister al weer een hand geven. Alles had altijd erger kunnen zijn.

Lees alle eerdere columns van Jan Blokker op: www.nrc.nl/blokker