Nietzsche

Het is frappant hoe Peter de Bruijn, in zijn bespreking van Nietzsches traktaat Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven (Boeken, 2010.06), precies de historische houding aanneemt waar Nietzsche zo hartstochtelijk tegen waarschuwt. De Bruijn begint ermee Nietzsches kritiek op de alles verstikkende historische geest te prijzen. Dan komt hij op het nawoord van filosoof Luuk van Middelaar, waarvan hij zegt dat in tegenstelling tot bij Nietzsche zelf de `pathos` er niet wordt vermeden. Nu las ik dit nieuwe nawoord en het is inderdaad zeer levenskrachtig. Maar bij Nietzsches `eredienst voor het leven` blijft het in pathos toch achter. De Bruijn gebruikt niettemin het oude om het nieuwe bij voorbaat uit te schakelen. De slotzinnen van zijn bespreking riepen bij mij Nietzsches klacht over historici en critici op: `Hun instinct verraadt hun daarentegen dat kunst door kunst doodgeslagen kan worden: het monumentale mag onder geen beding opnieuw ontstaan,! en daarvoor komt juist dat van pas, wat reeds vanuit het verleden het gezag van het monumentale bezit. (...) Bewust of onbewust, ze handelen in elk geval alsof hun devies is: laat de doden de levenden begraven.` (Nut en nadeel, blz. 29).