Nederlanders gelukkig

Nederlanders willen in hun samenleving meer solidariteit en bescheidenheid.

Zweden en Denen ook, maar zij hebben die al – enigszins.

Nederlanders behoren tot de gelukkigsten in Noordwest-Europa. Toch is de kloof tussen de samenleving zoals mensen die dagelijks ervaren en zoals ze zich die zouden wensen in Nederland groter dan in de omringende landen. Ook maken Nederlanders zich – met de Duitsers – meer dan elders in de regio zorgen over de toekomst van hun land.

Dit blijkt uit enquêtes waarbij in zes landen een aantal vragen uit het webonderzoek 21minuten is herhaald (zie inzet).

Nederlanders zijn op de Denen en de Zweden na het gelukkigst. Dat is niet verrassend, want ook in andere onderzoeken scoren Nederlanders en Scandinaviërs gewoonlijk hoog op geluk. Des te opvallender is de discrepantie tussen de ervaren en de gewenste samenleving.

Negentig procent van de Nederlanders wil een samenleving die meer is gebaseerd op solidariteit, bescheidenheid en kwaliteit van leven. Ruim negentig procent vindt de huidige samenleving echter individualistisch, brutaal en gebaseerd op materieel succes. Die discrepantie bestaat tot op zekere hoogte in alle onderzochte landen, maar nergens in Europa is die kloof zo groot als in Nederland.

De voorkeur voor een solidaire en bescheiden samenleving valt te duiden als een voorkeur voor een ‘Scandinavisch model’. Dit wordt in zekere zin bevestigd in dit onderzoek: de Denen en vooral de Zweden ervaren hun samenleving als meer solidair en bescheidener dan de inwoners van de andere vijf landen. Maar ook de Denen en de Zweden zouden graag nóg meer solidariteit en nóg meer bescheidenheid zien.

De Denen en de Zweden voeren meer ranglijstjes aan in het onderzoek: zij denken meer dan de inwoners van de andere landen dat de volgende generatie gelukkig zal zijn. Het zijn ook de landen waar het hoogste percentage van de bevolking aangeeft zich (heel) weinig zorgen te maken over hun land. Met andere woorden, zij hebben het meeste vertrouwen in de toekomst.

Nederlanders daarentegen maken zich veel zorgen over hun land. Alleen de Duitsers maken zich nóg meer zorgen. Een derde van de Nederlanders maakt zich (veel) zorgen, een vijfde (heel) weinig. Ter vergelijking: van de Zweden maakt slechts een zesde zich (heel) veel zorgen, en meer dan de helft (heel) weinig.

Alle respondenten werd gevraagd uit een lijst van onderwerpen er maximaal drie te kiezen waarover zij zich de meeste zorgen maken. De onderwerpen scoren per land zeer verschillend. Kosten van levensonderhoud geldt in Nederland als zorg nummer één, genoemd door 31 procent van de bevolking.

Ook in België en Frankrijk voert dit onderwerp de zorgenranglijst aan, en in Duitsland en Groot-Brittannië staat het in de top drie. Maar de Denen maken zich daar nauwelijks zorgen over, en de Zweden ook niet veel.

Zorg nummer twee in Nederland is de gezondheidszorg. In geen enkel ander land haalt die de top drie, hoewel dat in Duitsland maar één procentpunt scheelt. Toeval of niet, juist Nederland en Duitsland geven het laagste percentage van het bruto nationaal product uit aan gezondheidszorg, aldus het 21minuten-rapport.

Een vergelijkbaar beeld doemt op bij onderwijs, dat bij de Duitsers zorg nummer twee is, genoemd door 33 procent van de bevolking. In Nederland noemt 20 procent onderwijs, op Duitsland na het hoogste percentage. Beide landen geven relatief weinig geld uit aan onderwijs. Terrorisme scoort alleen hoog in Groot-Brittannië en Denemarken, waarschijnlijk niet toevallig de landen waar het publiek het meest indringend is geconfronteerd met dit thema, door de bomaanslagen, respectievelijk de cartoonrellen. Werkloosheid is vooral een zorg in landen met een hoge werkloosheid.

Niet alle zorgen laten zich eenvoudig verklaren. De Duitsers en de Fransen maken zich van allen de minste zorgen over integratie – zorg nummer vier in Nederland. Wat wellicht een rol speelt is dat Duitsland en Frankrijk relatief weinig onderwerpen door zeer veel mensen worden genoemd. Het zijn de enige landen waar meer dan helft van de bevolking een bepaald onderwerp in de top drie zet.