Naast de moskee ligt open riool

Nederlandse soldaten laten Tarin Kowt opknappen. Maar ze moeten zich wel behoedzaam verplaatsen. De bevolking kijkt, zwijgt en houdt afstand.

De werknemers van de dienst gemeentereiniging van Tarin Kowt zetten ijlings hun stofkapjes op, wanneer zij de Nederlandse militairen zien naderen. Zij hervatten dan het aanvegen van de rotonde in het centrum van het 15.000 inwoners tellende plaatsje, hoofdstad van de provincie Uruzgan. Enkelen willen een hand geven of roepen vriendelijk klinkende dingen tegen de militairen, die nu geen tolk bij zich hebben.

Maar de honderden mannelijke Afghanen – er is op straat geen meisje of vrouw te zien – die rond het plein bij de kleine winkels staan, zwijgen slechts en kijken toe, zonder enig teken van goed- of afkeuring. De militairen van deze patrouille, speciaal bedoeld om een groepje journalisten een indruk te geven van het opbouwwerk in Uruzgan, kijken zenuwachtig in het rond en houden hun wapens gereed. Iedereen hier weet kennelijk al, dat het vanwege het gevaar van zelfmoordaanslagen niet raadzaam is de militairen per fiets, brommer of auto te benaderen. De enkeling die nietsvermoedend komt aanrijden, maakt onmiddellijk rechtsomkeert als hij daartoe met een kort gebaar wordt gesommeerd.

Vroeger, zegt men, was Tarin Kowt een schilderachtig en welvarend plaatsje. De rijkdom van weleer is op de weg van de nabijgelegen Nederlandse basis nog enigszins navoelbaar: kapitale, hoogommuurde boerderijen, veelal met een pickup-truck voor de deur. Maar de sinds 1979 in Afghanistan woedende oorlogen hebben ook hier hun tol geëist. Tarin Kowt is vervallen, de eind jaren tachtig door Unicef aangelegde waterleiding doet het niet meer. De sanitaire toestand was ten hemel schreiend, voordat de Nederlanders kwamen: overal uitwerpselen, middenin de stad.

Ruim driehonderdduizend dollar hebben de Nederlandse militairen tot nu aanbesteed aan opbouwwerkzaamheden, zegt overste Nico Tak, commandant van het Nederlandse PRT (Provincial Reconstruction Team) in Uruzgan. Die projecten bevinden zich voornamelijk in de omgeving van de Nederlandse bases in Tarin Kowt en Deh Rawood. Maar ook in het noordelijker gelegen Chora zijn een brug, de bouw van een politiepost, een bestuurlijk districtscentrum en een weg voorzien. „Best veel”, meent Tak, „want we zijn nog maar drie maanden bezig”.

Op het PRT werken 50 militairen: 37 Nederlanders, en nog wat Australiërs en Amerikanen. Het kantoor is onlangs verhuisd van de dichtbij het Nederlandse kampement gelegen Amerikaanse basis naar ‘Kamp Holland’. Nadeel is dat de ontvangstruimte voor Afghaanse gasten nog niet af is.

Het werk van het PRT beperkt zich niet tot het entameren van bouwwerkzaamheden. Ook kennisoverdracht en hulp bij de opbouw van het bestuur liggen in de bedoeling. Voorbeeld: het PRT-project ‘Cleaning up Tarin Kowt’. Een maand kostte het het PRT uit te zoeken wie de burgemeester was, maar toen hij dan toch was opgeduikeld, ontstak het gemeentebestuur in enthousiasme voor de assistentie door de Nederlanders. Een dertien-puntenplan dienden zij in, waarop de bouw van woningen voor het gemeentebestuur prominent figureerde.

Na enig onderhandelen kwamen PRT en lokaal bestuur tot een andere agenda overeen, vertelt kapitein Theo de Vries, projectleider. De instelling van een dienst gemeentereiniging met 65 employees wier salaris, ter waarde van 90 dollar per maand, tot 28 december door het PRT wordt betaald. Straatverlichting. Openbare toiletten, vooral in de buurt van de veemarkt (maandag en vrijdag). Vuilcontainers, één per huis. Herstel van de waterleiding. Aanleg van ondergrondse riolering. En dan tenslotte ook nog bouwwerkzaamheden: opknappen van overheidsgebouwen en moskeeën en aanleg van parken. Winkeliers krijgen verf voor hun pui.

De kosten van ´Cleaning up TK’ worden geraamd op 150.000 dollar, waarvan al 37.000 zijn uitgegeven. Het is niet de bedoeling dat Tarin Kowt eeuwig door de Nederlandse belastingbetaler wordt gesteund. Wanneer het er weer enigszins op orde is, wil het PRT dat de lokale autoriteiten belasting gaan innen.

Op het centrale kruispunt is van versgeverfde winkelpuien nog weinig te merken. Wel staan er reclameborden: twee met een hartelijk ontmoeting tussen Navo-militairen en Afghaanse bevolking. Een derde richt zich tegen de illegale papaverteelt – een Afghaanse militair of agent is op een tractor bezig de papaveroogst op het veld te vernietigen. Een duiveltje kijkt over zijn schouder mee.

Op straat lijkt ongeveer 90 procent van de mensen de militairen met een zekere sympathie te bejegenen, zegt De Vries. De rest gedraagt zich vijandig. Maar van geen van beide attitudes is op het plein met de starende mannen iets te merken. Dan zet de zwaar bewapende colonne zich in beweging naar een moskee in een buitenwijk. Op de binnenplaats ernaast is op verzoek van de geestelijke een wasplaats voor de voeten geïnstalleerd, van fris blinkend aluminium. Vlak ernaast is een open riool.

Aanvankelijk is er niemand, behalve een man in een bijgebouwtje, wiens aanwezigheid door de mannen van de ‘force protection’ onmiddellijk per intercom wordt doorgegeven. Na enige tijd komen er meer mannen. Sommigen kijken wantrouwig. Er komen ook kinderen tevoorschijn, voor wie de soldaten speeltjes bij zich hebben. Het jongetje dat de meeste weet weg te grissen, maakt stampei als de anderen op een eerlijker verdeling aandringen. Zijn gekrijs is nog te horen als de colonne weer de weg oprijdt.

Dit artikel is voor publicatie door Defensie gelezen op veiligheidsaspecten. Voor meer informatie zie nrc.nl