‘Kindsoldaten ingezet door militieleider’

Het Internationale Strafhof in Den Haag heeft gisteren een aanvang gemaakt met de rechtszaak tegen Thomas Lubanga. De Congolese militieleider wordt ervan verdacht kindsoldaten te hebben ingezet.

Het was de eerste zitting van het Hof sinds het in 2002 werd opgericht. De zogenoemde bevestigingszitting was bedoeld om te bepalen of het werkelijk tot een proces moet komen. Rechter Claude Jora zal dat beoordelen op basis het gepresenteerde bewijs, waaronder de getuigenissen van zes kindsoldaten.

Lubanga (45), leider van de l‘Union des Patriotes Congolais (UPC), en de gewapende vleugel daarvan, FPLC, wordt verdacht van het actief ronselen van kinderen die hij inlijfde bij zijn militie in de periode tussen juli 2002 en december 2003 in Ituri. De oorlog in Congo was toen overigens al drie jaar gaande. Bovendien wordt Lubanga ervan beschuldigd de kinderen actief te hebben laten meevechten. Zowel de UPC als de FPLC waren organisaties van de Hema.

Ituri, een grondstofrijke regio in het uiterste noordoosten van Congo, was het toneel van een bloedige etnische strijd voornamelijk tussen de Hema en Lendu. De strijdende milities hebben sinds 1999 naar schatting 60.000 mensen vermoord.

De kindsoldaten die zullen getuigen zijn drie meisjes en drie jongens, die op het moment dat ze toetraden tot de militie zeer jong waren. „Tien, elf, dertien jaar waren ze”, zei aanklager Ekkehard Withopf. Ze zijn symbool voor „honderden” kindsoldaten die werden gerekruteerd door Lubanga’s militie UPC en later ook de FPLC. „Velen van hen werden ontvoerd. Op straat, uit klaslokalen, uit hun huis, soms in aanwezigheid van hun vader en moeder die niet protesteerden omdat ze werden bedreigd”, zei Withopf. Andere kinderen sloten zich min of meer vrijwillig aan. „Wezen die zich wilden wreken, of kinderen die een hogere sociale status wilden verkrijgen. Anderen zochten simpelweg bescherming of voedsel”, somde de aanklager op in zijn openingsverklaring. Tijdens de oorlog in Congo zijn naar schatting 30.000 kindsoldaten ingezet.

Lubanga, gekleed in een korenblauw Afrikaans tenue, hield zich rustig tijdens de zitting. Af en toe schreef hij mee, of zette hij zijn gouden bril af. Lubanga’s advocaat Jean Flamme daarentegen maakte veel misbaar. Hij vroeg uitstel van de bevestigingszitting, omdat zijn team zich onvoldoende zou hebben kunnen voorbereiden.