Joe Lovano lijkt op weg naar nergens

Concert: Joe Lovano Nonet. Gehoord: 8/11 BIMhuis, Amsterdam. Herhaling: 10/11 Luchtbal, Antwerpen.

Rietblazer Joe Lovano (1952) grasduint graag in het verleden. De sprekendste voorbeelden zijn de plaatprojecten Celebrating Sinatra (1996) en Viva Caruso (2002), maar ook Thelonious Monk haalt hij vaak met liefde uit zijn graf. Op zijn nieuwste cd Streams of Expression vat hij zijn talrijke invloeden samen. Maar het zwaartepunt ligt bij Miles Davis en diens Birth of the Cool uit 1949/50. Voor de arrangementen zorgde Gunther Schuller, een groot kenner van de jazz-historie.

Lovano stond gisteren in Amsterdam om zijn cd tot leven te brengen, inclusief het jeugdwerk van Miles Davis. In een nonet-bezetting met vier rieten, twee man koper plus ritme-sectie. De arrangementen klonken merendeels vol en sonoor en de solo’s van Lovano zelf waren doorgaans ok.

Daarna wreekte zich echter het idee dat musici die goed zijn in sectiewerk, ook een mooie solo kunnen spelen. Voor baritonsaxofonist Gary Smulyan gold dat duidelijk wel, altist Steve Stagle deed het aardig als stand-in voor wijlen Jackie McLean, maar de andere blazers waren matig tot zeer pover.

Dat Lovano na de pauze de bakens verzette, van doorwrocht naar fris van de lever, was goed voor de stemming maar niet perse het niveau. Zijn demonstratie van de autochrome, twee aan elkaar gelaste sopraansaxofoons, refereerde aan de legendarische Roland Kirk die omstreeks 1960 soms drie rietinstrumenten tegelijk bespeelde. En in het lang uitgesponnen After the Rain probeerde hij het klassieke John Coltrane Quartet van kort daarna te imiteren. Een vergeefse en tenenkrommende poging tot free jazz met een zich forcerende pianist en een trompettist die zich zichtbaar verkneukelt dat hij met een zak percussie mag rammelen.

Dat Lovano zich na deze bijna-persiflage hernam met een degelijk gearrangeerde toegift was een pleister op de wonde maar maakte zijn profiel niet duidelijker. Waar hij vandaan komt, weten we nu. Maar waar wil Lovano naartoe?