Het gevecht om de schoolverlater

Economen verwachten een economische opleving en dalende werkloosheid.

Samen met de ‘pensioen-golf’ ontstaat hierdoor een extra groot personeelstekort.

Door Ben Vollaard

De komende jaren vertrekt in sommige bedrijfstakken een kwart van het personeel. De zogeheten babyboomgeneratie stopt dan met werken. De gemiddelde leeftijd waarop mensen met pensioen gaan is 61. En 1946 plus 61 is 2007.

Tegelijkertijd trekt de economie sterk aan in 2007. De Rabobank presenteerde deze week verwachtingen voor de omzetgroei in verschillende sectoren „die in de buurt van Chinese groeicijfers komen”. Dat zal leiden tot personeelstekorten, verwacht de Rabobank. De grootste gaten vallen in de industrie, transport en landbouw. In deze sectoren moet in de jaren tot 2010 in totaal 18 procent of meer van het personeel worden vervangen, zo laten cijfers van de Universiteit van Maastricht zien.

„Met al die onvervulde vacatures neemt de druk op de arbeidsmarkt toe. De lonen zullen stijgen. Na 2007 is het met die mooie groeicijfers gedaan”, zegt Wim Boonstra, chef-econoom van de Rabobank. „Maatregelen om meer mensen aan het werk te krijgen vergen een lange adem, die werken niet binnen een jaartje of twee, drie.”

Niet iedereen denkt dat de tekorten op de arbeidsmarkt de gunstige economische vooruitzichten verstoren. Rob Euwals, hoofd arbeidsmarktonderzoek van het Centraal Planbureau (CPB), zegt dat het met de tekorten op de arbeidsmarkt de komende jaren „allemaal wel meevalt”. De totale vraag naar arbeid stijgt volgens hem niet door de pensioengolf. Het gaat hier alleen om het vervangen van gepensioneerde werknemers.

Het aanbod van nieuwe werknemers kan hierin voorzien: „De komende jaren neemt het arbeidsaanbod nog licht toe, ook zonder bijzondere maatregelen”, zegt Euwals. Zo is de opmars van werkende vrouwen nog niet ten einde. Jonge vrouwen werken meer dan de vrouwen die nu met pensioen gaan. Bovendien zijn de afgelopen tien jaar ouderen iets meer gaan werken.

Frank Cörvers, arbeidsmarkteconoom aan de Universiteit van Maastricht, verwacht daarentegen wel grote tekorten op de arbeidsmarkt. „Het CPB heeft te veel de neiging te zeggen dat het wel meevalt.” Hij stelt dat tussen werkgevers een slag om de schoolverlaters zal ontstaan. „Werkgevers zullen heel creatief moeten worden om de gaten op te vullen. Dat zal veel tijd, moeite en geld kosten, en het zal niet altijd lukken. Restauranthouders kunnen de bordjes ‘gesloten wegens personeelgebrek’ weer uit de kast halen.”

Cörvers voorziet dat de tekorten ten koste zullen gaan van de economische groei in de komende jaren. „De participatie van vrouwen mag toenemen, maar wat hebben bouwbedrijven daaraan?”, vraagt Cörvers zich af.

Ook de toestroom van buitenlandse werknemers is geen wondermiddel. „Dat werkt in de bouw. Maar in Nederland hebben we niet alleen maar bouwvakkers uit Polen nodig. Veel sectoren hebben mensen nodig met een hoog opleidingsniveau. Daar gaat het om concurrentie op kwaliteit, niet op prijs.” Geschikte buitenlandse werknemers zijn niet zomaar te vinden en in te zetten. „Mensen uit het buitenland moet je eerst zien te werven. Dan moet je ze ook nog extra begeleiden, vaak bijscholen, en bekendmaken met de Nederlandse cultuur en taal”, zegt Cörvers. Dat jaagt werkgevers op kosten. „Het liefst heb je toch een Nederlander.”

Meer onvervulbare vacatures betekent dus minder economische groei in de komende jaren. Han de Jong, chef-econoom van ABN Amro, relativeert de effecten hiervan: „Als de bevolking nauwelijks groeit, heb je ook minder economische groei nodig. Ook met een lagere economische groei blijft onze welvaart op peil.”