Het gaat in de campagne niet écht over onderwijs

Onderwijs is één van de belangrijkste onderwerpen in de verkiezingscampagne. Maar écht over de inhoud gaat het tot nu toe nog niet. „Het is van dik hout zaagt men planken.”

Er werden deze week weer flink wat onderwijsplannen gelanceerd.

Studenten moeten voor de klas om leraren te ontlasten, zo meldde het CDA. Minister Verdonk van Integratie, die door de VVD naar voren wordt geschoven als nieuwe minister van Onderwijs, zei deze week dat ‘witte’ ouders zoveel mogelijk moeten worden gedwongen om hun kinderen naar zwarte scholen te sturen. PvdA-lijsttrekker Bos wil verplichte Nederlandse les voor ouders van kinderen met een taalachterstand. Hij is tegen de herinvoering van de mavo, terwijl D66 de mavo juist weer terúg wil.

Het thema onderwijs is in de verkiezingscampagne terug van weggeweest, zegt Roel in ’t Veld, voormalig topambtenaar op het ministerie van Onderwijs en nu ondermeer voorzitter van de Raad voor Ruimtelijk Milieu en Natuuronderzoek. „In mijn tijd ging het alleen maar over bezuinigen, onderwijs had een hoge zieligheidsfactor. Nu wordt er zelfs een link gelegd tussen onderwijs en het belang ervan voor onze economie. Het is duidelijk gestegen in de pikorde.”

Toch wil de campagne over onderwijs nog niet echt inhoudelijk worden, zo vinden onderwijsprofessionals. „Ze zeggen wel dat investeren in onderwijs belangrijk is voor de toekomst”, zegt Ton Duif, voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders in het basisonderwijs. „Maar het gaat heel weinig over hoe, wat en waar.” „De campagne is er meer op uit om sympathie te wekken, het gaat niet echt over gezichtspunten”, zegt In ’t Veld. „Ze noemen ook vrijwel nergens bedragen”, zegt Ed d’Hondt, voorzitter van de VSNU, de vereniging van universiteiten. „Zeker de laatste week is het druk in de lucht met proefballonnetjes. Het is van dik hout zaagt men planken”, zegt Marieke Jas, lid van het college van bestuur van het Regionaal Opleidingen Centrum Leiden.

Wat de onderwijsexperts missen in de campagne? „Het gaat alleen maar over organisatie van onderwijs, en heel weinig over hóe jongeren leren, wát ze nu eigenlijk moeten leren, hoe je ze motiveert en of het onderwijs nog wel bij de nieuwe generatie past”, zegt ROC-bestuurder Marieke Jas. „Wij missen een visie”, zegt ook Presley Bergen, docent aan de Hogeschool voor Toerisme in Breda en woordvoerder van de vereniging Beter Onderwijs Nederland.

Vrijwel alle partijen noemen in hun programma het lerarentekort in het onderwijs als een groot probleem (zie kader). De meest genoemde oplossingen: tien procent meer salaris voor leraren en leraren belonen naar prestatie. „Als ik tien procent meer ga betalen, dan zijn ze al heel snel wéér ontevreden”, zegt Ton Duif van de basisscholen. „Voor jonge mensen is het instapsalaris in het onderwijs gewoon heel goed”, zegt Marieke Jas. „Misschien niet op de langere termijn, maar wie zegt dat je twintig jaar in het onderwijs moet blijven.” Jas ziet veel meer in het tijdelijk aantrekken van docenten uit het bedrijfsleven om het lerarentekort in het beroepsonderwijs op te lossen. „Ga liever eerst marktconform betalen”, zegt Bergen van Beter Onderwijs Nederland. „Momenteel loopt een docent met een graad van de academische lerarenopleiding veertig procent achter op de marktsector. Als we dat verschil hebben opgelost kan je misschien eens beginnen over prestatiebeloning.”

Een ander thema dat partijen noemen: de leerplicht naar 23 jaar om te voorkomen dat jongeren zonder diploma de school verlaten. „Niet voor iedereen, liever maatwerk”, zegt Marieke Jas. Zij is voorzitter van een regionale werkgroep die de aansluiting tussen vmbo en mbo wil verbeteren. „Het is de vraag of je álle jongeren via de school kan motiveren. Dat kan vaak beter in de praktijk.”

Nog een populair thema: stop de fusies van scholen. Er is een roep om kleinschaliger scholen. „Dat is een bedrieglijke discussie”, zegt Roel in ‘t Veld. „Alsof er in een groot conglomeraat geen intimiteit te bereiken zou zijn.” „Alsof je geen kleinschalige scholen kan hebben als die zijn aangesloten bij een grotere scholengemeenschap”, zegt Marieke Jas. Het is bovendien de politiek zelf geweest die scholen min of meer gedwongen heeft te fuseren om bijvoorbeeld te kunnen investeren in ICT en om te kunnen voldoen aan de plicht verantwoording af te leggen over prestaties en uitgaven, zegt Jas. „Dat is voor kleine scholen moeilijker.”

Ed d’Hondt vindt de partijen in hun programma’s vooral vrij vaag. VVD, PvdA en CDA noemen bijvoorbeeld dat universiteiten moeten excelleren, tot de top gaan behoren, maar er staat niet bij hóe dat precies moet gebeuren. D’Hondt noemt de instelling van zogenoemde honours programs, een verbrede bachelor opleiding en een bindend studieadvies als mogelijke oplossingen.

Een stemadvies? Ton Duif van de basisscholen kiest CDA of VVD, de partijen die het meest de vrijheid van scholen intact willen laten. De vereniging Beter Onderwijs Nederland vindt de meeste overeenkomsten met haar denkbeelden bij de SP en D66. Marieke Jas noemt de beste partij voor het onderwijs de partij die, heel opportunistisch lacht ze, het meeste geld uittrekt voor het onderwijs. Dat zijn D66 en GroenLinks.