‘Hardere aanpak fraude bouwers’

Justitie moet witteboordencriminaliteit, zoals de bouwfraude, harder aanpakken. Het Openbaar Ministerie heeft de afgelopen jaren te weinig capaciteit beschikbaar gesteld voor vervolging van bedrijven die betrokken waren bij bouwfraude.

Dat vinden PvdA, CDA, VVD en SP in de Tweede Kamer. Volgens fractiespecialisten van die partijen heeft het Openbaar Ministerie te weinig resultaat geboekt bij de vervolging van bedrijven die betrokken waren bij bouwfraude.

Vorig jaar bracht het OM zestien aan bouwfraude gerelateerde strafzaken voor de rechter. De fiscus boekte een aanzienlijk hoger resultaat. Onderzoek bij 730 bouwbedrijven leverde bijna honderd signalen van corruptie op. Dat heeft al geleid tot 32 strafrechtelijke onderzoeken, zo bevestigde het ministerie van Financiën gisteren tegenover deze krant.

„Financieel rechercheren is een probleem voor het Openbaar Ministerie”, aldus Tweede Kamerlid Van Haersma Buma (CDA) in een reactie. „Dat geldt voor het bouwfraudedossier, maar ook voor onderzoek naar de georganiseerde criminaliteit. Dat is gespecialiseerd onderzoek, maar daarvoor is bij het OM en de recherche onvoldoende kennis in huis.” Volgens Van Haersma Buma moet daarvoor desnoods externe kennis worden ingehuurd. „Dat kan door delen van het onderzoek uit te besteden aan forensische accountants.” Kamerlid De Wit (SP) noemt de resultaten van het OM-onderzoek, afgezet tegen die van de fiscus bij de bouwfraude, ‘schokkend’. „Blijkbaar was de prioriteit voor die dossiers bedroevend laag”, aldus De Wit.

De VVD wil de opsporing van witteboordencriminaliteit vastleggen in prestatieafspraken met het OM. „Die moeten er niet alleen komen voor veelvoorkomende delicten die overlast veroorzaken, maar ook voor witteboordencriminaliteit”, aldus het Kamerlid Weekers. „Het moet duidelijk zijn dat die vorm van criminaliteit niet ‘lonend’ mag zijn.”

De Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa heeft boetes aan negen bouwbedrijven die betrokken waren bij bouwfraude verlaagd. Zij waren betrokken bij een ‘landelijk dekkende kartelstructuur’, maar hadden bezwaar tegen de boetes aangespannen. Die waren gebaseerd op omzetcijfers die niet representatief waren voor de jaren waarin de overtredingen zijn gepleegd, aldus de NMa.