Grapje

Enigszins in mineur aanvaardden we gisteravond de reis naar Utrecht, waar Wouter Bos in Tivoli zijn trouwe partijgenoten zou toespreken.

„Gaat het weer een beetje?”, vroeg ik mijn vrouw, nog altijd een van die partijgenoten.

Ze knikte bedrukt. „Maar begrijpen doe ik het niet”, zei ze.

Deze dialoog vond zijn oorsprong in de middaguren, toen Teletekst bekendmaakte dat Bos op zijn website een voorkeur voor een coalitie PvdA/ VVD/ GroenLinks had uitgesproken. Achteraf had hij zijn uitspraak weliswaar als een ‘grap’ betiteld, maar omdat wij Bos nooit eerder op bizarre grappen hadden kunnen betrappen, besloten we zijn site toch maar even te bezoeken.

Daar was Wouter. Een ontspannen, maar serieuze partijleider die op zes serieuze vragen van een serieuze journalist inging. Bloedserieus werd hij zelfs toen hij vertelde dat hij een week eerder tijdens een discussie met moslims in Rotterdam bijna was opgestapt. Hij voelde zich daar vooral geschoffeerd door columnist Mohammed Benzakour.

Ander heikel punt: waarom had hij gezegd dat hij zich kon voorstellen dat partijgenoten de Koran belangrijker vonden dan de Grondwet? „Als ze zich maar aan de Grondwet houden”, zei Bos.

Tot zover geen grap te bekennen. Toen kwam die vraag over de favoriete coalitie. Bos moest uit drie mogelijkheden kiezen en koos zonder aarzeling voor een coalitie met VVD en GroenLinks. Zijn toelichting: nooit eerder geprobeerd, nieuw, jonge mensen in het kabinet, enorm verfrissend. „Hoe reëel het is, weet ik niet”, sloot hij af.

Wij bekeken het filmpje nog twee keer. We bestudeerden de Boslachjes en de Bosstembuiginkjes en we moesten constateren dat die niet wezenlijk verschilden van de gebruikelijke Boslachjes en Bosstembuiginkjes.

„Verdomd, het lijkt wel of hij het meent”, zei ik. „Misschien was het een soort dagdroom, en heeft hij zo’n hekel aan Verhagen en het CDA, dat hij nog liever doorgaat met de VVD.”

Mijn vrouw knikte, bedroefdheid op de lippen.

Eén ding was zeker: als dit ironisch bedoeld was, dan moest vanaf heden een nieuwe ongeschreven wet voor campagnevoerende politici worden ingevoerd: gij zult nooit grappig wezen.

De situatie werd er niet beter op toen mijn vrouw me de poster liet zien die haar als partijlid was toegestuurd. Daarop staat een nogal verbeten, in ieder geval niet ironisch kijkende Bos te midden van vier goed uitgezochte (oud, jong, man, vrouw, één allochtoon) luisteraars. De slogan erboven: „Veilige straten en buurten”.

Ik zuchtte diep.

„Wat is er tegen veilige straten en buurten?”, vroeg mijn vrouw.

„Niets. Maar het is allemaal zó VVD jaren zeventig. Kunnen ze niet beter zélf iets verzinnen?”

In Utrecht zagen we Bos een briljante thuiswedstrijd spelen. Op de volle tribunes zaten de meest loyale partijgenoten die hij zich kon denken. Sommigen hielden spandoeken omhoog met teksten als „Goed, Beter, Bos”, er waren af en toe zelfs aanzetten tot een wave, die goddank net voor onze rij verzandden. De vijfentwintig minuten durende speech van Bos, uit het blote hoofd voorgedragen, was een eruptie van vonkende welbespraaktheid. Daar stond de beste performer van de Nederlandse politiek.

„Je zou hem bijna alles vergeven”, zei mijn vrouw op weg naar de uitgang, en ze kocht voor drie euro een PvdA-slabbetje voor haar kleinzoon.