Er gaat niets boven Zwolle

De toonaangevende beursgraadmeter, de AEX-index met de grootste Nederlandse bedrijven, wil nog steeds niet door de grens van 500 punten. Maar beleggers met een sterke maag die kleine ondernemingen weten te waarderen, wrijven dagelijks in hun handen.

De koers van Wavin, de plasticpijpenproducent uit Zwolle, heeft precies gedaan wat onderzoeken naar beursintroducties altijd uitwijzen: een mooie sprong omhoog maken.

Wavin maakte deze week bekend dat de banken die het bedrijf naar de beurs hebben gebracht de extra aandelen die zij bij zo’n gelegenheid achter de hand hebben, inderdaad op de markt hebben gebracht. De beursgang kan tot een succes verklaard worden voor de betrokken banken, voor de private-equityfinanciers CVC en Alpinvest die aandeelhouders waren (en dat in verminderde mate nog steeds zijn), voor de managers/aandeelhouders én voor de beleggers die bij de beursintroductie aandelen kochten.

Wavin koos bij de beursgang begin oktober de onderste koers binnen de aangegeven bandbreedte van 11 euro tot 13,50 euro. Talloze grote Nederlandse beleggers lieten verstek gaan bij de beursintroductie, omdat zij somber waren over de hoge schuldenlast van Wavin ten opzichte van de winstgroeikansen.

Vanochtend stond de koers van Wavin op 12,40 euro, een winst ten opzichte van de beursgang van bijna 13 procent. De index van middelgrote bedrijven is in dezelfde periode met niet veel meer dan 3 procent gestegen.

Waarom presteren aandelen van bedrijven die naar de beurs gaan doorgaans zo goed? De deskundigen weten het eigenlijk niet. Zij opperen talloze verklaringen. De banken die de aandelen aan beleggers moeten verkopen, willen geen grote risico’s lopen en kiezen liever een lagere dan een hogere koers. De managers hebben er belang bij om zich goed te presenteren bij de nieuwe beleggers met verwachtingen die worden waargemaakt of worden overtroffen, en fraaie koerswinst helpt daarbij. En de verkopende aandeelhouders onderschatten de waarde van hun eigen bedrijf.

Klinkt plausibel, maar met zulke professionele aandeelhouders als CVC en Alpinvest, die precies weten wat hun bedrijven waard zijn, snijdt dat toch geen hout? CVC en Alpinvest maakten in dertien maanden een rendement op hun gewone aandelen van bijna 900 procent. Zij bezitten samen nog zo’n 45 procent van de aandelen, die steeds meer waard worden. Zit er nog meer in het vat? De termijn waarbinnen zij geen aandelen mogen verkopen, loopt over ruim vijf maanden af.

Menno Tamminga