Eindelijk zenuwcontact met nieuwe netvliescel

Blinde volwassen muizen reageren weer op licht na een transplantatie met een soort netvliesstamcellen. Voor het eerst is het bij een zoogdier gelukt om een netvliestransplantaat zenuwcontact te laten maken. Een groep van voornamelijk Britse onderzoekers publiceerde het onderzoek gisteren in Nature. De redactie liet er een juichend achtergrondartikel bij schrijven.

Het lijkt zo makkelijk. Bij veel vormen van blindheid zijn de lichtgevoelige cellen (de staafjes en kegeltjes) verloren gegaan, maar het bijbehorende zenuwnetwerk blijft meestal intact. Er zijn dus alleen nieuwe staafjes- of kegeltjescellen nodig, die wel contact moeten maken met een zenuwuiteinde dat in het netvlies al klaar ligt. Dat was, zo becommentarieert een Nature-journalist de studie, tot nu toe alleen gelukt bij een blinde, in grotten levende salamandersoort, tachtig jaar geleden al. Toen werden de hele ogen van ‘ziende’ salamandersoorten getransplanteerd.

Bijna vijftig jaar geleden lukte het getransplanteerde netvliezen bij volwassen ratten maandenlang in leven te houden bij de ontvangende ratten. Maar de donorcellen ‘zagen’ niks.

In deze eeuw volgden nieuwe pogingen, toen er stamcellen beschikbaar kwamen. Er groeiden prachtige getransplanteerde netvliezen. En er werden ook stukjes gezichtszenuwweefsel getransplanteerd. Maar contact bleef uit. Dat probleem hebben de Britse onderzoekers nu in principe opgelost. Zij zochten op welk moment in hun ontwikkeling de zich vormende staafjescellen wél zenuwcontact leggen in het netvlies van volwassen ratten.

Onrijpe staafjescellen van muizen van drie tot vijf dagen oud bleken die klus te klaren als de cellen bij de blinde muizen geïmplanteerd werden. Met microscopische analyses en door pupilreflexen te meten is de lichtgevoeligheid aangetoond. De resultaten zijn nog zeer bescheiden, maar de principiële mogelijkheid van zenuwcontact is aangetoond.