Dit is een roman die elke schrijver had willen schrijven

Misschien een beetje jammer dat ‘De jongste’, een verhaal van Arnon Grunberg dat in 2004 in Magazijn verscheen, mij zo is bijgebleven. Als ik het niet gelezen had, zouden de plot en de thematiek van Tirza mij nog meer hebben verrast. In ‘De jongste’ houdt Horst Bredekamp net als Jörgen Hofmeester het meest van zijn jongste dochter en slaat hij door als hij vermoedt haar te zullen verliezen. Zijn vrouw is een del, zijn hobby is koken. Een voorstudie dus.

Toch is mijn bewondering voor het werk van Arnon Grunberg sinds Tirza zo mogelijk nog bodemlozer geworden. Alle elementen uit ‘De jongste’ vonden naadloos een plaats in de roman en de tragiek van het hoofdpersonage is duidelijker voelbaar in alle aspecten van zijn leven. De toevoegingen van de veronderstelde dubbelganger van Mohammed Atta en van de Ersatz-dochter Kaisa die Hofmeester in Namibië tegen het lijf loopt, maken dit boek rijk en af.

Het gegeven van een vader die geen afstand kan doen van zijn dochter, is volgens mij nog niet zo vaak beschreven. Bezitterige moeders zijn talrijker in de literatuur, lijkt me. Toch is die even beschermende als veeleisende band tussen vader en dochter herkenbaar. Evenals het algemene failliet waar het ouderschap vaak op uitdraait. De moeder van Tirza heeft in het leven alleen voor zichzelf gekozen. Het begrijpelijke gevolg daarvan is dat haar dochter niets met haar te maken wil hebben. Van haar vader houdt Tirza. Dat hij doet alsof hij naar zijn werk gaat weet ze niet, maar dat hij na jaren zijn overspelige vrouw weer in huis neemt, komt haar over als een bewijs van de zwakte die ze al in hem had ontdekt. Even probeert ze hem ertoe te brengen daar tegen in te gaan. Gaandeweg lijkt haar vaderliefde meer op die van een moeder voor haar geestelijk achtergestelde kind of die van een toegewijde palliatief verpleegkundige voor haar terminale patiënt. In de nacht na haar afscheidsfeest vraagt ze zich luidop af hoe het met hem verder moet zonder haar. Hofmeester heeft zijn dochter meer nodig dan zij hem. Beiden begrijpen dat zijn leven zich pas echt in al zijn leegte zal openbaren als hij niet meer voor haar kan zorgen. En toch lijkt ze ook op hem: ‘Ook zij kan het niet. Loslaten. Het zit in de familie.’ Nooit keert ze zich echt van haar vader af. Ze breekt niet met hem als hij haar geliefde beledigt en staat hem toe tot op het laatste moment voor haar te zorgen. Bij Hofmeester krijgt het beest finaal de overhand wanneer hij ziet hoe Choukri/ Mohammed Atta zijn dochter op de keukentafel neemt. Zijn eerdere uitbarsting na de confrontatie met het seksleven van zijn oudste dochter, wordt hier in zijn absolute vorm overgedaan. Ook Tirza staat op instorten wanneer ze haar vader betrapt met een klasgenoot van haar. Zij noemt hem vies maar houdt hem vast.

Al geeft de oudere Tirza de indruk sterker te zijn dan haar vader, als jonger kind gaat zij bijna aan hem ten onder. Hoewel ze zijn koosnaam ‘Zonnekoningin’ in haar mp3-speler heeft gegraveerd, bewijst haar anorexia nervosa dat ze zijn verwachtingspatroon niet kan invullen en daaronder lijdt. Zoals vele ouders in mijn kennissenkring, is Hofmeester ervan overtuigd dat zijn kind hoogbegaafd is. Tirza is veel gewoner dan hij haar ziet maar hij blijft dat negeren. Avond na avond leest hij haar voor uit Don Quichot en Madame Bovary. (Mijn eigen vader bracht in mijn jongste jaren een gelijkaardig plan tot uitvoer, al ging hij nu en dan op zoek naar kindvriendelijke herschrijvingen van de klassiekers. Soms schreef hij nadien ‘nog te moeilijk’ op de eerst bladzijde. Soms ‘beiden erg genoten’. Daarna de datum.) Don Quichot en Madame Bovary zijn trouwens ook terug te vinden in Grunbergs lijstje van ‘boeken die iedereen op zijn achttiende gelezen zou moeten hebben’, vorige week in Humo. Zou hij ze ook voorlezen als hij een kind had? Als Tirza veertien is, begint Hofmeester aan de Russische Bibliotheek. Haar reactie: ‘Ik wil die aantekeningen uit het ondergrondse niet, ik wil ze niet horen. Ga weg, papa.’ En daarna slaat ‘de ziekte van de blanke middenklasse’ toe. Die zou een thema kunnen zijn (en is dat ongetwijfeld ook) in een heel melig en irritant boek. Bij Grunberg wordt anorexia even geloofwaardig als diepgaand behandeld, als deel van een machtsstrijd die op liefde is gebaseerd.

Mocht mijn ongenuanceerde enthousiasme u op de zenuwen werken, spijt mij dat. Tirza is een roman die elke schrijver had willen schrijven, al zullen velen beweren dat ik enkel voor mezelf mag spreken. Dat wil ik dan graag nog twee zinnen lang doen. Mocht ik ooit toch een kind het leven in persen, zal ik het dit boek voorlezen. Ik zal mij daarbij doof wanen voor luidkeels protest.