District Europa gaat voor Pelosi

De afgelopen dagen nog mensen moeten troosten, die in de put zaten na de nederlaag van de Republikeinen bij de verkiezingen voor het Amerikaanse Congres? Vast niet veel. Ze waren ook moeilijk te vinden, zeker aan deze kant van oceaan. District Europa neigt er altijd al meer naar om voor de Democraten te kiezen. En de afgelopen jaren, met president Bush en zijn uit de hand gelopen War on Terror, is die voorkeur alleen maar sterker geworden.

Toen de bekende milieuactivist Al Gore onlangs in Brussel was, verzuchtte eurocommissaris Stavros Dimas (Milieuzaken) nog dat het zo jammer is dat Europeanen bij Amerikaanse verkiezingen niet mogen stemmen. Onnodig te zeggen welke partij daarvan zou mogen profiteren. Maar zie, nu hebben de Amerikanen zowaar op eigen houtje de juiste keuze gemaakt. De Amerikaanse kiezers hebben eindelijk gestemd voor verandering in Washington, en daar snakte ook Europa naar, trouwens net als het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en een flink deel van de rest van de wereld. In eigen huis mogen wij Europeanen de weg een beetje kwijt zijn, maar welke koers Amerika moet inslaan weten we gelukkig nog precies.

Ook het vertrek van minister Rumsfeld van Defensie is hier goed gevallen, zelfs bij de kleine trouwe bondgenoot aan de Noordzee, die de inval in Irak indertijd niet met troepen, maar toch wel politiek gesteund heeft. „Ik denk dat het nu wel goed is dat de architect van dit hele gebeuren, van deze oorlog, vertrekt – nu zo duidelijk is dat én de Amerikaanse bevolking én ook de wereldopinie vindt dat dit een foute ontwikkeling is”, zei minister Bot gisteren in het tv-programma van deze krant Who’s Next. ‘Foute ontwikkeling’, zei hij, want als je ‘foute oorlog’ zegt, krijg je maar gedonder met de Tweede Kamer.

Glunderend vertelde de minister er overigens bij dat Condi Rice hem bij zijn laatste bezoek aan Washington „op beide wangen” had gezoend. Dus ondanks onze ergernissen over de geheime CIA-gevangenissen, Guantánamo Bay en de ‘foute ontwikkeling’ die in Irak zo’n gewelddadige chaos heeft veroorzaakt, zit het, als het erop aankomt, met de transatlantische band nog wel goed. Zeker nu ‘onze kandidaten’ het voor het zeggen krijgen in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Al kennen we haar nog nauwelijks: Leve Nancy Pelosi!

Veel Amerikaanse commentatoren zeggen nu: de Democraten hebben eigenlijk niet gewonnen, de Republikeinen hebben verloren. En daar zit wat in. Een meerderheid van de Amerikaanse kiezers had genoeg van de Republikeinen en vooral van de oorlog in Irak. Daar danken de Democraten hun overwinning aan, en niet aan een of ander alternatief plan van aanpak dat massaal tot de verbeelding sprak en onweerstaanbaar was voor de kiezers.

De Democraten weten voorlopig alleen dat het Amerikaanse beleid anders moet, maar daar was men in het Witte Huis inmiddels ook al achter gekomen. De unilaterale buitenlandse politiek die aan diplomatiek overleg een broertje dood had, is al lang verlaten. De revolutionaire Bush-doctrine (desnoods gewapenderhand democratie verspreiden over de hele wereld) is uitgespeeld, schreef Philip Gordon deze zomer al in het blad Foreign Affairs. President Bush heeft allang gekozen voor een pragmatischer koers. Meteen al aan het begin van zijn tweede termijn begon hij de relaties met Europa te herstellen, onder meer met een bezoek aan Brussel. Haviken als Paul Wolfowitz en John Bolton verdwenen uit het centrum van de macht (Bolton vecht nog voor zijn positie als VN-ambassadeur). Rumsfeld is nu ook opzij geschoven. En na de afrekening met Irak lijkt het nog slechts een kwestie van tijd voor de VS met de twee resterendeleden van de As van het Kwaad, Iran en Noord-Korea, om de tafel gaan zitten.

De uitslag van de verkiezingen betekent een steun voor deze ommekeer. Maar de schade die de regering-Bush na ‘11 september’ heeft aangericht – aan de internationale samenwerking en veiligheid in de wereld, en aan het eigen imago – is daarmee nog niet hersteld. Met het zoeken naar een uitweg uit de problemen is pas een begin gemaakt. De Democraten mogen meedenken, zo ver zijn we nu, maar niet veel verder.

Neem de situatie in Irak. Ook de Democraten, van wie sommigen de oorlog steunden en anderen niet, zitten met de handen in het haar. Na het debacle van 2003 is het opmerkelijk hoe luchtig in de VS nu allerlei scenario’s voor Irak worden geopperd. Volledige terugtrekking, gedeeltelijke terugtrekking, zelfs tijdelijke versterking van de militaire aanwezigheid. Het land tot een losse federatie maken, opdelen in drieën, partij kiezen in de burgeroorlog, hulp inroepen van de buurlanden – roept u maar. De dramatische gevolgen die dit soort keuzes met zich kunnen meebrengen voor de Irakezen, krijgen even weinig aandacht als ten tijde van de plannenmakerij voor de invasie.

Wat de machtwisseling op Capitol Hill betekent voor de Amerikaanse betrokkenheid in Afghanistan is ook nog onduidelijk. In de verkiezingscampagne viel de naam van dat land nauwelijks, terwijl de vraag hoe de moeizame operatie daar afloopt toch cruciaal is voor de VS, voor de regio, voor de strijd tegen terreur en voor de geloofwaardigheid van de NAVO. En ook voor Nederland is het belangrijk om uit te vinden welke koers de Democraten, als ze het erover eens kunnen worden, in deze kwestie zullen varen. Een beroep op grotere inzet van de Europeanen, in Afghanistan en meer in het algemeen bij de bezwering van conflicten in de wereld, zou binnenkort wel eens heel hoog op de agenda kunnen komen.

De Amerikaanse kiezers hebben dinsdag bekrachtigd dat een tijdperk is afgelopen. Maar de richting voor het nieuwe tijdperk moet nog worden uitgezet. Zoiets kan tijd kosten, zoals we in Nederland weten, zeker als kiezers alleen aangeven wat ze níét willen. Hier heeft de kiezer het Europees grondwettelijk verdrag bijna anderhalf jaar geleden afgewezen, maar we hebben nog steeds geen idee hoe het nu verder moet met Nederland en Europa.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.