De vrije hand

Het staat een minister net als iedere andere burger vrij om het oneens te zijn met de uitspraken van de Commissie Gelijke Behandeling. Deze week oordeelde de Commissie dat een vmbo-school een docente met religieuze bezwaren niet kan verplichten mannen een hand te geven. Een tegenslag voor wie westerse normen willen laten domineren, winst voor het individu dat in een openbare school toch een islamitische norm wil volgen. Dat oordeel vond minister Verdonk reden om voor opheffing van de Commissie te pleiten, ook omdat al eerder dergelijke ‘verkeerde’ oordelen zouden zijn geveld.

Nu is de Commissie Gelijke Behandeling geen rechter, maar een orgaan dat opinies geeft in conflicten die partijen zelf aanmelden. In 85 procent van de zaken voeren de partijen de uitspraak van de Commissie vrijwillig uit. Ook de rechter kent de uitspraken gezag toe. De Commissie heeft duidelijk een functie en een draagvlak. Dat neemt niet weg dat kritiek mogelijk is. De commissie biedt bijvoorbeeld veel bescherming aan vrouwen die gezichtsbedekkende sluiers op scholen en in arbeidssituaties willen dragen. Er wordt dan vooral getoetst aan de eisen van de functie en te weinig gekeken naar communicatie met de omgeving.

De minister staat niet alleen in haar opvatting dat westers georiënteerde normen, bijvoorbeeld in het openbaar onderwijs, voorrang moeten krijgen boven leefregels van minderheden. Het is voorstelbaar dat op een vmbo-school als die waarover de Commissie moest oordelen, de norm ‘handen geven is verplicht’ uitgangspunt blijft. Daar is niets op tegen – de vrijheid van onderwijs laat ruimte voor verplichte kleding- of omgangsvormen. Als de school echter voor een evenwichtige waardeneutrale benadering kiest, zoals gebeurde, dan is de praktijk noodzakelijk hybride, divers en dus open voor individuele keuzen die op rechtsbescherming kunnen rekenen.

Daarin schuilt het echte verschil van mening met de Commissie. Moet in een land met vele culturen, religies en gebruiken een docentenkorps op een publieke school zonder uitzondering worden verplicht zich uniform (westers) te gedragen? De Commissie vond dat niet conform de sociale werkelijkheid en meende dat het doel – respectvol groeten – ook met andere middelen kon worden bereikt. Daarin zou ze wel eens gelijk kunnen hebben. Ook op ‘regels zijn regels’ zijn uitzonderingen. En die zijn evenzeer het gevolg van regels die even hard en duidelijk zijn, als waar de minister zich op laat voorstaan.

In een open en democratische samenleving die het van tegenspraak moet hebben, is het intussen niet gepast om onwelgevallige opinies af te schaffen of onmogelijk te maken. Er zijn voor een minister allerlei manieren om de Commissie tegen te spreken. Vaker alsnog naar de rechter gaan bijvoorbeeld. En het debat over de interpretatie van de wet Gelijke Behandeling opnieuw in de rechtszaal voeren. Het meest voor de hand ligt het echter om de wet Gelijke Behandeling in de Kamer aan de orde te stellen. Als deze wet aanleiding geeft tot consequenties die de minister politiek onwenselijk vindt, moet zij de wet aanpassen.